|
Dankdag 2006 |
|
|
|
31 oktober : Hervormingsdag, Halloween 1 november : dankdag Ik wil jullie graag laten
delen in gedachten die in deze dagen door mijn hoofd gaan. Wellicht ietwat
onsamenhangend, maar dat mag tenslotte op je eigen
homepage. Er zijn van die dagen dat
dingen als puzzelstukjes in elkaar lijken te passen. Of dat nu wel of geen
toeval is, daar maak ik me niet druk om. Mijn oog valt erop en ik benut het. Hervormingsdag 31 oktober staat al sinds
dat ik kind was bekend als Hervormingsdag, de dag dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de Slotkapel in
Wittenberg spijkerde. Naar goed reformatorisch
gebruik wordt daar elk jaar op die bewuste datum even aan terug gedacht; op
school en soms zelfs in de kerk. Ook op school, in mijn klas, probeer ik er
elk jaar even bij stil te staan; wellicht niet op de gebruikelijke manier met
een lang geschiedenisverhaal erbij, maar dan toch. ‘Een volk wat zijn
verleden niet kent, heeft geen toekomst’. Halloween Sinds enkele jaren (of
misschien zijn het er al veel meer, maar daar laat m’n geheugen me dan in de
steek) is 31 oktober ook de dag dat met veel tamtam aandacht gevraagd wordt
voor Halloween. Kinderen, verkleed als spook,
bellen ’s avonds aan en schreeuwen: ‘Je snoep of je leven’. Ik bespaar mezelf
de moeite om hier uit te legen wat Halloween
precies is. Kijk gewoon even op Internet en je bent gelijk goed ingelicht –
en wat mij betreft ook gelijk genezen. Wat een ‘feest’ zeg, en dat nog wel op
31 oktober, die datum die naar mijn gevoel onlosmakelijk verbonden is aan
Maarten Luther (over nostalgie gesproken). Dankdag Dit jaar valt de jaarlijkse
dankdag op 1 november, direct na 31 oktober. Het gebeurt niet vaak dat deze
twee dagen naast elkaar vallen, want de dankdag valt altijd op de eerste
woensdag van november en dat is dus niet altijd de 1e van de
maand. Dit jaar echter wel. Ook aan dankdag probeer je
als leerkracht met je leerlingen aandacht te besteden. Dankdag is overigens
altijd een favoriete dag; je hebt dan immers vrij als je op een
reformatorische school zit. Steeds meer kinderen gaan op dankdag niet meer
naar de kerk, vaak om dat die ene dienst die er nog gehouden wordt ’s avonds
is, of omdat pa en ma overdag gewoon moeten werken. Resultaat: een extra
vrije dag dus. Danken Nu weet ik wel dat het
bedanken van God niet afhankelijk is van die ene dag in het jaar (als we deze
dag af zouden schaffen, zou er voor mijn iets veranderen, want onze dank
behoort iedere dag uit te gaan naar God), maar aandacht voor het danken van
God in het algemeen is volgens mij geen overbodige
luxe. Uitgaande van het feit dat het danken van God een
opdracht is (1Thess.5:18; Ef.5:20; Kol.3:17), komt
juist dit onderdeel er vaak zo mager af. Het is voor ons mensen – voor
mij tenminste wel – zo verleidelijk om van onze
gebeden waslijstjes te maken, terwijl we juist zouden moeten leren om ‘onze
zegeningen te tellen’. Het is hier niet de plaats voor een bijbelstudie, maar
ik geloof dat danken eigenlijk dé manier is om vol geloof tot God te naderen;
wie dankt is zich namelijk bewust van wat God hééft
gedaan. Danken is eigenlijk niets anders dan AMEN zeggen; jezelf verblijden in het werk van God in jou en om je heen. En
los daarvan: God, onze Schepper en Onderhouder, is onze dank waard. Deze dank
wordt echter niet geoogst op de akker van een mens die wil leven volgens zijn
eigen regels, los van God. Even terug naar de praktijk
van de klas: genoeg reden dus om aandacht te besteden aan dankdag. Omdat je
de leerlingen op de dankdag zelf niet spreekt, heb je zulke gesprekken op de
dag ervoor; dit jaar dus op 31 oktober. Ik weet niet of het aan mij ligt,
maar als ik over dit soort dingen praat met reformatorische tieners, dan valt
het me op dat er nauwelijks meer besef is van waar het om gaat. Ik was
vroeger ook geen heilig boontje, maar waar is in vredes
naam die ernst gebleven voor de zaken die met Gods Woord te maken hebben? Wat
maakt er nog wél indruk op kinderharten? Of wil ik er te veel van zien,
terwijl Gods werk juist in het verborgene plaats
vindt en doorgaat? Laten we daar op hopen en daarvoor bidden! Bijbelverhaal Het bijbelverhaal dat op 31
oktober volgens het rooster aan de beurt was, was
Genesis 35. Terwijl ik dat aan het lezen was, realiseerde ik mezelf opeens
dat ik met dit gedeelte ‘vier vliegen in één klap kon slaan’: bezinning op
dankdag, bezinning op Hervormingsdag, bezinning op Halloween
en tot slot ook dat ik gewoon het bijbelrooster kon
aanhouden. Genesis
35:1-7
Daarna zeide
God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-El, en woon aldaar; en maak daar
een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet
voor het aangezicht van uw broeder Ezau. Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin,
en tot allen,
die bij hem waren: Doet weg de vreemde
goden, die in
het midden van u zijn, en reinigt u,
en verandert uw klederen; En laat ons ons
opmaken, en optrekken naar Beth-El; en ik zal daar
een altaar maken dien God, Die mij
antwoordt ten dage mijner benauwdheid, en met mij geweest is op den weg,
die ik gewandeld heb. Toen gaven zij Jakob
al die vreemde goden, die in hun hand waren, en de oorsierselen, die aan hun oren waren, en Jakob verborg ze onder den eikeboom,
die bij Sichem is. En zij reisden heen; en Gods
verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij
de zonen van Jakob niet achterna jaagden. Alzo kwam Jakob te Luz, hetwelk is in het land Kanaan
(dat is Beth-El), hij en al het volk, dat bij hem was. En hij bouwde aldaar
een altaar, en noemde die plaats El Beth-El; want God was
hem aldaar geopenbaard geweest, als hij voor zijns broeders aangezicht vlood. Jakob krijgt van God de opdracht om terug te gaan naar Beth-El, de plaats waar hij ca. 20 jaar geleden als
vluchteling ook was geweest. Daar had hij destijds die bekende droom gehad
van de ladder tussen hemel en aarde (Gen.18:10-22). Het terug gaan naar deze
plaats was onlosmakelijk verbonden met dank aan God. Lees de laatste verzen
van Genesis 18. Als Jakob nog in Haran is, zegt God het nog een keer tegen hem: ‘Ik ben de
God van Bet-El’ (Gen.31:13). Op deze gedenkwaardige
plaats moet Jakob gaan wonen. Wonen op de plaats
die getuigt van Gods daden. Wat een tastbaar gebaar van dankzegging! Afgoden Voordat Jakob
op weg gaan, geeft hij echter het bevel om alle vreemde goden weg te doen en
zichzelf te reinigen. Dit bevel komt niet uit Gods mond, maar van Jakob. Verspilling van tijd, of een bewijs van inzicht in
de gang van zaken? Wat mij betreft het laatste. Zou Jakob
beseft hebben dat oprechte dankzegging nooit samen kan gaan met het dienen en
aanhouden van afgoden? ’t Is in ieder geval een
voluit bijbelse gedachte. Een vraag aan de kinderen:
‘Wat zijn afgoden?’ Vinger: ‘Beeldjes op de schoorsteen.’ Verder kwamen we
niet. Blijkbaar waren er alleen vroeger afgoden… Wat zijn afgoden? (1) Alles wat je vereert naast God; alles
wat je meer eer geeft dan dat het toekomt. We kunnen denken aan sportidolen,
muziekidolen, maar ook aan hoe je met je tijd en je spullen omgaat. Welke
plaats heeft de God van hemel en aarde, bij Wiens gratie ik besta, in mijn
leven? (2) Alles waar je op bouwt naast de Heere God. Een mooi voorbeeld hiervan is de aflaathandel,
waartegen Maarten Luther zo heeft gestreden.
Vergeving van zonden was te verkrijgen tegen betaling; daar had je het bloed van
de Heere Jezus niet meer voor nodig. (3) Afgoden zijn ook de goden naast God,
demonische machten, aangevoerd door de satan. Ik sta er
versteld van dat veel christenen niet geloven in boze machten en de impact
daarvan, terwijl de Bijbel daar heel duidelijk over is (2Kor.4:4; 1Kor.8:5). Tovernaars, heksen, Halloween…het
is geen ‘onzin waar je gewoon niet in moet geloven’. Het is jezelf begeven om het terrein waar satan koning is; je legt
verbinding met de boze geestelijke wereld, met alle gevolgen van dien (occulte
belasting, angsten, duisternis over je ziel). De Heere
God zegt Zelf dat er afgoden bestaan. Waarom zouden wij dit gegeven dan
negeren? De realiteit van afgoderij
is nog steeds even groot als in de tijd van Jakob. Als we dit niet beseffen,
wordt ons leven een mix van wereldse en godsdienstige handelingen. We doen
van alles door elkaar heen – dingen die wij fijn vinden en dingen die God van
ons vraagt – maar…missen ondertussen de echte gemeenschap met de Heere Zelf. Wie Hem kent en dicht bij
Hem leeft voelt het als er dingen tussen zitten, als je de Heere ‘niet recht in de ogen kunt kijken’. Alleen door het belijden van en breken met de zonde kunnen we
leven in het licht (1Kor.5:6-8; 1Joh.3:19-21). 1 Sam.15:22:
‘…Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer…’ God kijkt niet naar wát we
doen, maar hóe we het doen. Dankoffers brengen, dankdag houden, het is
allemaal mooi en goed, maar als wij niet met een onverdeeld hart de Heere dienen, zijn onze handelingen in tegenspraak met de
werkelijkheid. Dan zijn we niet oprecht. De Heere
God wil dit niet; Hij haat halfslachtigheid. Door halfslachtigheid open we
ook de vreugde mis die onlosmakelijk met het kennen van de Heere God verbonden is.
Dankdag 2006 En zo is dankdag een goede
reden om in gebed te gaan tot God en Hem te vragen hoe het in ons leven zit
(Psalm 139:23-24). We kunnen God niet danken voor de dingen waarin we Hem niet willen toelaten. ‘Heere,
ik wil u graag danken voor alles wat U me geeft, maar wilt u me ook laten
zien welke dingen ik U nog niet geef.’ Wat is het dan heerlijk om
op een school te werken waar je een dag vrij krijgt om met deze dingen bezig
te zijn. Fil.4:6 ‘Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw
begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend
worden bij God.’
1Thess.5:17-18 ‘Bidt zonder
ophouden. Dankt God in alles;
want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.’
|