|
Inspiratie, overlevering
en canonisatie van de Bijbel |
|
|
|
|
|
Drie aangevochten
begrippen! Hoe weten we zeker dat we beschikken over een betrouwbaar
Woord van God, als het ontstaan ervan ‘over zoveel schijven is gegaan’? 100% Gods woorden; 100% mensenwoorden Bijbel = onfeilbare Woord
van God, geïnspireerd door Gods Geest. Tegelijkertijd een boek wat
geschreven is door mensen en wat ruimte bood aan die mensen om zichzelf te
zijn. Dubbel auteurschap De Bijbel is Woord van God.
God spreekt in dit Boek De Bijbel is geen monoloog
van God. Het bestaat uit woorden van God, woorden over God, woorden tot God. De bijbel is het woord van
mensen De Bijbel is niet door God
gedicteerd, maar door mensen geschreven en onder Gods leiding tot stand
gekomen. We noemen dit inspiratie. 2Petr.1:21. God
is de Auteur achter de menselijke auteurs. Omdat dit zo is, draagt de Bijbel
Gods gezag. Inspiratie Inspiratie heeft betrekking
op twee aspecten: leiding bij het schrijven en het gezag wat er uit spreekt,
het voorproces en het naproces. Mensen schreven wat God
wilde, omdat de Heilige Geest ze daarin leidde God wilde dat het
geschrevene Zijn gezag droeg, ook voor latere generaties. De inspiratie maakt
dat het geschrevene spreekt voor gelovigen in andere eeuwen en in andere plaatsen. 2Tim.3:16 SV: ‘Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig
tot…’ NBG: ‘Elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig
om…’ Vertalers konden kiezen om
1 of 2 keer ‘is’ toe te voegen voor de leesbaarheid in het NL. NBG benadrukt meer het feit
dat bij elk schriftwoord door inspiratie van God een boodschap voor later
ontstond en wil zeker niet zeggen dat er ook niet-geïnspireerde
Schriftwoorden zouden zijn. SV zet niet elk onderdeel,
maar de hele Schrift in de schijnwerpers. NBV: ‘Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan
gebruikt worden om…’ De gehele Schrift is dus
door God uitgeademd, geïnspireerd. ‘Theopneustos’ =
God geblazen. Uitgeblazen (initiatief) en ingeblazen (schrijvers geleid). De Schrift (alles wat
daarin staat) is geïnspireerd, maar niet de schrijvers die, in sommige
gevallen ook meerdere boeken of documenten schreven. Het gezag van de Schrift Gezagsargumenten zijn
vandaag de dag niet welkom meer. Mens staat in het centrum sinds de
renaissance. Religieus klimaat: alle wegen leiden naar Rome. Gezag wordt in het westen
geaccepteerd als iemand het er mee eens is. De Bijbel bewijst haar gezag De Bijbel bewijst de
goddelijke inspiratie van OT-schriftwoorden zelf en
toont daarmee een samenhang aan tussen het OT en het NT. |
|
|
Oudtestamentische
omschrijving |
Nieuwtestamentische
aanduiding |
|
David zei: Ps.2:1-2 |
…door de Heilige Geest bij
monde van...: Hd.4:24-25 |
|
De psalmist zei: Ps.95:8 |
De Heilige Geest zei: Hebr.3:7-8 |
|
De psalmist zei: Ps.45:7-8 |
God zei: Hebr.1:8-9 |
|
De psalmist zei: Ps.102:26-28 |
God zei: Hebr.1;10-12 |
|
Jesaja zei: Jes.7:14 |
De Heere
sprak door de profeet: Mt.1:22-23 |
|
Hosea zei: Hos.11:1 |
De Heere
sprak door de profeet: Mt.2:15 |
|
Woorden van Eliphaz: Job5:13 |
Gods Woord: 1Kor.3:19 |
|
De Bijbel is een BOEK! De naam Bijbel komt van ‘biblia’ (gr.) = ‘boeken’. Niet zomaar 25.000 verzen, of
(meer dan) 1000 hoofdstukken, maar 66 boeken. Omdat vanouds het boek van de psalmen in vijf delen
verdeeld is (1-41, 42-72, 73-89, 90-106, 107-150), moeten we eigenlijk
spreken over 70 boeken. Deze boeken zijn door meer
dan 40 mensen geschreven in een tijd van meer dan 1500 jaar De Bijbel is een
bibliotheek, met daarin diverse soorten boeken:
Bijbelleesgedrag Lees de verschillende
boeken naar hun aard. Een brief lees je enkele malen in een stuk uit;
spreuken lees je stuk voor stuk; verhalen lees je in stukken. Let bij elk boek ook op de
context (tijd, plaats, schrijver, doel, geadresseerde). Uitdrukkingen moeten eerst
in een afzonderlijk boek in hun eigen context bekeken worden. Een
voorbeeld van twee betekenissen van dezelfde term ‘eeuwig leven’ vind je in
Joh.5:24, 17:3; Rom.6:22-23; Gal.6:8; 1Tim.6:12 De Bijbel is uniek
Overlevering van de tekst van het OT Het bronnenmateriaal voor
Genesis bestond waarschijnlijk uit verhalen die mondeling of op kleitabletten
werden overgeleverd. Mozes heeft deze brokken
geredigeerd tot een sluitend verhaal. Mozes schreef
Exodus t/m Deuteronomium. Het laatste hoofdstuk van
Deuteronomium is waarschijnlijk door Jozua geschreven, evenals het boek Jozua.
Na die tijd groeide het aantal boekrollen gestaag. Ten tijde van Salomo waren ook Richteren, Ruth en Samuël gereed. Ten
tijde van de ballingschap van Juda waren Koningen,
Psalmen, Spreuken t/m Hooglied en enkele profeten gereed. Na de ballingschap
werd onder leiding van Ezra het OT compleet
gemaakt, met uitzondering van het boek Maleachi. De
OT-canon was omstreeks de 4e eeuw voor
Christus compleet. De volgorde van de boeken
verschilt in de joodse en christelijke traditie. In de Hebreeuwse Bijbel is 2
Kronieken het laatste boek. Volgens de Babylonische Talmoed
week na de laatste profetieën van Haggaï, Zacharia en Maleachi de Heilige
Geest van Israël; m.a.w. men stelde vast dat de
canon compleet was. Het overschrijven Van het OT zijn er maar
weinig oude handschriften beschikbaar. De reden hiervan is dat het kopiëren
zo perfect gebeurde, dat de oudere originelen niet waardevoller geacht werden dan de kopieën. Het overschrijven gebeurde
door de Sopherim. De Masoreten
voorzagen de tekst van leestekens, klinkers en
kanttekeningen. Zie bijlage voor een
voorbeeld van die kanttekeningen. Ezra wordt
beschouwd als de eerste schriftgeleerde. Later verzorgden ook met name de schriftgeleerden het onderwijs vanuit de
boekrollen. Het ontstaan van het NT De overlevering van het OT
gebeurde met name door Israëlieten, maar de
overlevering van het NT voornamelijk door christenen. De christenen in de 1e
helft van de 1e eeuw beschikten alleen over een Griekse vertaling
van het OT (Septuagint). In de 2e helft van die eeuw komen daar
ook brieven van apostelen bij. Eind 1e eeuw
bestaat er al een bundeling van de evangeliën, met de naam ‘Het Evangelie’. Lucas en Handelingen vormden waarschijnlijk
toen nog één bijbelboek. Na de bundeling van de evangeliën ontstaat ook
een bundel met brieven van Paulus, onder de naam
‘De Apostel’. Eind 1e eeuw begonnen ook de overige brieven te
circuleren. In de 2e eeuw circuleerden er diverse gedeelten van
het NT in diverse samenstellingen rond, al dan niet aangevuld met de
Septuagint. Van het NT zijn relatief
veel handschriften beschikbaar: 4000 handschriften in het Grieks, 13.000
Griekse handschriften van NT-passages, 9000 antieke
vertalingen (o.a. in het Latijn) van het NT. Canonisatie Als we er al van uitgaan
dat het met al die handschriften mogelijk is om een redelijk betrouwbare
weergave van de oorspronkelijke bijbeltekst te hebben, dan kunnen er nog
vragen gesteld worden bij de canonisatie van de Bijbel. Kunnen daar geen
fouten gemaakt zijn? Op grond van welke argumenten werd vastgesteld wat wel
en niet geïnspireerd was.
Het NT verwijst af en toe ook naar een
andere bron: 2Tim.3:8, Jud.9,14.
Canonisatie OT Oudste christelijke canon
van het OT die we kennen ontstaat omstreeks 170 in Sardis. Daarin zijn alle OT-boeken opgenomen, behalve Esther. Men heeft met het boek Esther
lange tijd moeite gehad, omdat hierin o.m. de
Godsnaam ontbreekt. Dat is overigens niet waar. Zie artikel ‘De Naam van God
in het boek Esther’. De bijbelgeleerde Origenes stelt in de 3e eeuw de OT-canon vast, aangevuld met de ‘brief van Jeremia’. Kerkvader Athanasius
stelt in 367 een canon vast waarin eveneens het boek Esther
ontbreekt, maar waarin wel het boek Baruch en de
brief van Jeremia zijn opgenomen. De bijbelgeleerde Hieronymus stelt in 400 de ons bekende canon vast. Apocriefen of deutero-canonieke
boeken Deze boeken zijn geschreven
tussen de derde en eerste eeuw voor Christus en zijn deels in het Grieks
geschreven, deels vertalingen van oudere Hebreeuwse of Aramese boeken. In de
rooms-katholieke traditie werden deze boeken aan de OT-canon
toegevoegd (‘deutero-canoniek’ betekent ‘in tweede
instantie aan de canon toegevoegd’). Deze boeken komen niet voor in de hebreeuwse bijbel. In de protestantse traditie worden deze
boeken ‘apocrief’, dat is ‘verborgen’ genoemd. Al in de vroege kerk werden
deze boeken als niet -gezaghebbend gekarakteriseerd. Canonisatie NT Het vaststellen van de NT-canon was moeilijker dan die van het OT vanwege het
feit dat er ook door diverse kerkvaders brieven geschreven waren, die in de
gemeenten circuleerden. Daarnaast stelden zowel de
westerse christelijke kerk (centrum Rome) en de Syrische christelijke kerk
hun eigen lijst vast en was er lange tijd nauwelijks overleg tussen beide
groepen. Ook verschilden sommige
handschriften behoorlijk bij bepaalde passages. Voorbeelden
van passages tussen haakjes zijn: Mt.6:13b, Mk.16:9-20; Joh.7:53-8:11. Omstreeks 200 wordt de
eerste canon vastgesteld, onder meer uit protest tegen Marcion,
die verschillende bijbelboeken verwierp. Marcion erkende alleen de geschriften van Lucas en
10 brieven van Paulus waarin geen Joodse elementen
voorkwamen. Het OT verwierp hij geheel. Met name over de erkenning van de brieven van Judas, Petrus
en 2-3 Johannes, de Hebreeënbrief en Openbaringen
is het meeste te doen geweest. Er worden in de 2e
en 3e eeuw diverse pogingen gedaan om de canon vast te stellen. Athanasius geeft in 367 volledige lijst, die in het oosten
voortaan als gezaghebbend geldt. In westen doen Hieronymus en Augustinus
omstreeks 400 hetzelfde. De algemene vaststelling
van de canon gebeurt in Carthago (397 en 4190 en Hippo (393). |
|