|
Gedachten over opvoeding |
|||
|
|
|||
|
Inleiding ·
Voeden is in onze maatschappij makkelijker dan opvoeden. Voeden
kun je bijna doen zonder na te denken, maar opvoeden
niet. ·
Wat is het doel van opvoeden? Zelfstandigheid, Godsbeeld,
gewetensvorming, verantwoordelijkheid…. ·
Niet alles verloopt echter doelmatig: Er zijn dingen die je
bewust overdraagt; maar ten allen tijde ben je
identificatiefiguur. Spreuken Het Spreukenboek is
uitzonderlijk rijk aan opvoedingstips. Het boek Spreuken behoort,
evenals Prediker en Job tot de zgn.
wijsheidsliteratuur (hebr. chokma) in de Bijbel (ook in de
Psalmen treffen we een dergelijke vorm van onderwijs aan; vb. Ps.73). Het beoefenen van wijsheid, waarvan
de wijsheidsliteratuur de schriftelijke uiting is, was in Salomo’s tijd een
gebruikelijke wijze van overdracht die we ook bij andere culturen, zoals
Egypte en Babel aantreffen. Salomo, die veel
contacten onderhield met Egypte, nam deze vorm over (12:9-10) en drukte daar
een eigen stempel op, die paste binnen de context van het volk Israël. Al is
beïnvloeding van buitenaf niet uitgesloten, de bijbelse wijsheidsliteratuur
heeft een eigen karakter. Het gangbare ideaal van wijsheid was een beheerste
vorm van leven, waarin iemand zich niet liet
meeslepen door hartstocht, maar juist een bezadigd leven leidde en van
daaruit de samenhang in alles probeerde te ontdekken. In de Bijbelse
wijsheidsliteratuur is ‘de vreze des Heeren’ het
onbetwiste beginsel der wijsheid (Spr.9:10). Het
beoefenen van wijsheid was normaliter voorbehouden aan een relatief kleine
groep mensen, maar de bijbelse wijsheid is bestemd voor het hele volk. In de wijsheidsliteratuur
kom je zowel de korte en puntig geformuleerde spreuken tegen, als meer
uitvoerige beschouwingen over een bepaald onderwerp. In Spreuken vinden we het
onderwijs van een vader aan een zoon. Vader is hierin
synoniem voor ouder; moeder is bij hem inbegrepen (zie Spr.1:8;
10:1; 31:26). Beide ouders
hebben hun taak in de opvoeding. Zij onderwijzen hun kind en brengen alles
ter sprake: zinloos geweld wordt afgewezen
(1:10-15), tegen buitenechtelijke seksualiteit wordt gewaarschuwd
(6:20-7:27), eerlijkheid wordt aangeprezen (11:1) en de vreze des HEREN wordt
onderwezen als de basis van het leven (14:26-27). ·
Welke plaats heeft dit bijbelboek bij onze opvoeding? ·
Waar laat je jezelf bij het opvoeden door richten? Waar baseer je
je handelen op? ·
De opvoeder wordt ook zelf opgevoed (door God)! Efeze5- 6 en Kol.3-4 Wat betreft de teksten over
de opvoeding (Kol.3:20-21 en Ef.6:1-4) even wat
details: -
Ef.6:1
‘Kinderen, wees je ouders gehoorzaam <in de Heere>…’
De toevoeging <in de Heere> in sommige
handschriften betekent zoveel als ‘gehoorzaam je ouders zoals je ook
gehoorzaam bent aan de Heere’. Dit is in lijn met
wat bijv. in Ef.5:22 staat, waar duidelijk wordt
dat persoonlijk geloof het referentiekader is voor het innemen van je plaats. -
Ef.6:1 ‘…want dat is terecht’. De eis van gehoorzaamheid voor kinderen komt
voort uit Gods eigen mond. Het staat in de wet (Ex
20:12 en Deut 5:16). -
Ef.6:2-3 ‘…opdat het u welga
en gij lang leeft op aarde’. (Spr.4:10;
Ex.20:12). Het eren van vader en moeder onder Israël in ideale
omstandigheden (als het volk de wet hield) betekende dat ook het dienen van
God tot zijn recht kwam. Gehoorzaamheid resulteerde in aardse zegen.
Spreekwoordelijk betekent deze toevoeging hier dat gehoorzaamheid (= het ter
harte nemen van een goede opvoeding) een zegen meedraagt voor je leven. -
Ef.6:4
‘prikkelt uw kinderen niet tot toorn…’ De vader
wordt hier aangesproken, aangezien hij in die tijd de hoofdopvoeder was. Een tweede reden van dit vermaan heeft mogelijk te maken
met het feit dat mannen eerder op een heerszuchtige, autoritaire manier
opvoeden dan vrouwen. Het woord toorn (par-orgizoo) is een sterke uitdrukking voor
woede.Deze woede (verbittering, zoals de NBG vertaalt), is het gevolg van
voortdurend tergen en irriteren. Vgl. met 1Tim.3:4. -
Ef.6:4
‘…voed hen op in de tucht en de vermaning van de Heere.’
De vader moet zijn kinderen opvoeden (ek-trephete). Paulus gebruikt het zelfde woord
als in Ef.5:29 en wil hiermee aangeven dat het
opvoeden met zorg moet gebeuren, zoals ook Christus de gemeente opvoedt. Deze
opvoeding bestaat uit twee componenten: de lering (paideiai,
denk aan ons woord pedagogie) wil zeggen de tucht. Het gaat hier dus om
discipline, de opvoeding door de daad. De nadruk ligt hier op het afleren van
iets. De vermaning is meer de opvoeding door het woord, terechtwijzing.
Hiermee wordt eerder het aanleren van iets uitgedrukt. -
Ef.6:4
‘…in de Heere.’ Opnieuw wordt hier benadrukt dat de
opvoeder ook in relatie staat tot Iemand anders. Andersgezegd:
hij wordt zelf ook opgevoed. Samengevat zou je over de hier beschreven opvoeding
kunnen zeggen dat dit niet in strijd is met de zelfontplooiing van een kind
o.i.d., omdat het plaats vindt binnen het kader van
een gelovig gezin. Is dat kader er niet, dan ontbreekt ook
de liefde-basis (Ef.5:1-2)
en kunnen dingen uit de hand lopen: extreme ongehoorzaamheid van kinderen;
een harde opvoeding of juist een opvoeding waarin geen grenzen gesteld
worden. Het gezin als mini-gemeente Opvoeding binnen het gezin
is meer dan alleen een kind toerusten voor deze maatschappij. In een gezin is te leren
hoe het er aan toe gaat in Gods gemeente. Het huwelijk versus
Christus en de gemeente -
Onderdanigheid
van de vrouw aan de man = onderdanigheid van de gemeente aan Christus. -
Man
als hoofd van de vrouw = Christus als Hoofd van de gemeente. -
Liefde
van man tot vrouw = onbaatzuchtige, totale liefde van Christus tot de
gemeente. -
Huwelijk
(eenwording) van man en vrouw = eenheid tussen Christus en de gemeente. Het huwelijk leert mij door ervaring (= doen) of
door ernaar te kijken: -
Hoe
groot de liefde van Jezus Christus voor mij was en is. -
Dat
ik eén ben met Hem en ook volkomen afhankelijk ben
van Hem. -
Dat
Hij het voor het zeggen heeft in mijn leven. Het gezin – de opvoeding versus discipelschap -
Gehoorzaamheid
van kinderen aan ouders -
Positieve
toon van vaders t.o.v. kinderen De opvoedingssituatie is een beeld
van discipelschap (Ef.6:4; Mt.28:19;
2Tim.2:2) Het doel van een
christelijke opvoeding = zelfstandigheid in het nemen van beslissingen,
verantwoordelijkheid kunnen dragen, discipel van Jezus zijn. De opvoeding
binnen het gezin leert mij: -
Dat
gehoorzaamheid en toewijding aan de Heere heel
belangrijk zijn. -
Dat
ik zo moet opvoeden als Jezus dat deed: rechtlijnig en motiverend. -
Dat
een discipel weer anderen tot discipel moet maken. Werkrelaties
versus dienstbaarheid -
Gehoorzaamheid van werknemers aan hun
werkgevers. -
Werknemers moeten doen wat van
Godswege hun taak is en het onrecht overlaten aan Hem. -
Werkgevers moeten hun werknemers
rechtvaardig en waardig behandelen. Binnen het Lichaam van Christus horen verschillen
van aards niveau geen rol te spelen (Kol.3:11). De maatschappij bedient zich
echter vaak van andere regels. Bij (werk)relaties tussen mensen met een
verschillende positie gaat het ten diepste om dienstbaarheid: Gal.5:13, Fil.2:3. Het goed omgaan met anderen in deze maatschappij
leert mij: -
Dat ik, als hemelburger, niet toe moet
geven aan natuurlijke reacties die het leven hier op aarde bij me oproepen. -
Dat ik naar anderen toe nederig moet
zijn en ook hierin de Heere Jezus navolg. -
Dat alles wat ik doe niet los staat
van het oordeel en het leven hierna. In het gezin kunnen kinderen ook dit leren van hun
ouders. ·
In Handelingen 2:42 worden de kenmerken van het gemeente-zijn genoemd. Zijn deze principes ook terug te
zien / te concretiseren in het gezin? Leren, samen zijn, de maaltijden, de
gebeden… E. Gebed Na de aanwijzingen voor de
relaties komt zowel in Efeze als in Kolossenzen de
oproep tot gebed. Bidden mag nooit ontbreken
in het leven van een christen. Een hemelburger is immers
verwikkeld in de strijd (Ef.6:12) tegen de
overheden en machten in de lucht (naar de mensen toe is het onze taak om lief
te hebben; maar in de hemelse gewesten moeten we strijden – niet andersom!). Wie de dingen wil zoeken
die boven zijn (Kol.3:1-2), ook in de ‘alledaagse dingen’, zal merken dat dit
aangevallen wordt. Het is er de duivel alles aan gelegen om die prachtige
beelden waarin de basisprincipes van Gods Koninkrijk opgesloten liggen weg te
krijgen uit deze wereld. De feiten kan hij niet ongedaan maken, maar wel kan
hij de beelden verdoezelen en aantasten. Het is daarom heel erg belangrijk
dat we bidden, waakzaam zijn, voorbereid zijn op… Structuur onderwijs
gezinsleven - typologie Ook de volgorde waarin Paulus deze thema’s behandelt, heeft ons wat te zeggen. Als we Kol.3:18–4:6 vergelijken met passages uit de
‘spiegelbrief Efeze’ (Ef.4:17-6:20),
ontdekken we parallellen. |
|||
|
Kolossenzen |
Efeze |
||
|
3:1-17 |
Algemene opdracht / basis: oude - nieuwe mens |
4:17-5:21 |
Algemene opdracht / basis: oude - nieuwe mens |
|
3:18-19 |
Huwelijk |
5:22-33 |
Huwelijk |
|
3:20-21 |
Gezin |
6:1-4 |
Gezin |
|
3:22-4:1 |
Maatschappij -werk |
6:5-9 |
Maatschappij -werk |
|
4:2 |
Persoonlijke houding - gebed |
6:10-18 |
Persoonlijke houding -
wapenuitrusting - gebed |
|
4:3-6 |
Getuigenis – omgaan met je
naaste |
6:18-20, 15 |
Getuigenis – omgaan met je
naaste |
|
Qua opbouw zou je kunnen
zeggen dat Paulus ons iets laat zien hoe de
verhouding tussen ons functioneren in en buiten het gezin zou moeten zijn. Letterlijk ·
Het
gezin is de basis voor je werk ‘buiten’. ·
Je
kunt niet de mensen met wie je direct te maken hebt passeren en buiten de ‘mooie was’ ophangen. Geestelijk - typologisch Vanuit de geestelijke
principes bekeken denk ik dat de volgorde waarin de thema’s uitgewerkt worden
ons nog iets meer te zeggen heeft. Er is a.h.w. sprake van een logische opbouw van voorwaarden. Eerst huwelijk, dan gezin
> -
Als
je een discipel wilt worden, zul je eerst bij de gemeente van Christus moeten
horen. Eerst huwelijk en gezin,
dan maatschappij > -
Als
je echt wilt dienen, zul je eerst moeten leren hoe het er in het gezin van
God aan toe gaat. Niet alleen huwelijk en
gezin, maar ook onze ongelovige naaste > -
We
hebben een verantwoordelijkheid binnen het Lichaam van Christus, maar we
hebben ook een taak naar buiten toe Eerst het gebed, dan de taak
naar buiten > -
Als
we weten wat bidden is, zijn we weerbaar tegenover de duivel en opgewassen
tegen de taak om op zijn terrein ‘zielen te winnen’. Laten we niet te simpel
denken over de indeling van het universum. Jezus
Christus is Kurios over alles (Fil.2:10-11;
Op.1:5), maar de duivel is ook nog steeds ‘overste van de macht der lucht’ (Ef.2:2). Achter onze wapenuitrusting
zijn we onschendbaar (hoewel defensief), maar daarbuiten zijn we een dankbare
prooi van de duivel (Ef.4:27; 1Petr.5:8). Kortom:
als we krachtig naar buiten willen treden, moeten we ‘onze zaakjes op orde
hebben’. -
Het
gebed is uiteraard in alle ‘fasen’ van het christenleven onmisbaar.
Kol.1:9-10 / Ef.6:10,11,13. Zo deed Jezus het ook De begrippen
[wedergeboorte, discipelschap, dienstbaarheid, gebed, getuigenis] komen we
ook tegen tijdens de bediening van Jezus op aarde. Na het ‘volg Mij!’ trainde
Hij de jonge gelovigen in discipelschap. Hij leerde hen wat het belang van
dienstbaarheid (Joh.13:14-15) en gebed (Mk.9:29)
is. Zo maakte Hij hen klaar (Mt.10) voor de grote
evangelisatietaak, die na Zijn hemelvaart
zou beginnen (Mt.28:16-20). Overige
gesprekspunten ·
De taak van de gemeente m.b.t. opvoeding. ·
Aan moeders hand tot Jezus, maar daarná? Alles goed geprobeerd
hebben en dan heeft het toch niet het goede resultaat. Kunnen loslaten, als
een landman die zijn akker bewerkt heeft. Voorbeeld: de vader van de verloren
zoon. |
|||