Loslaten

Aantekeningen voor een meditatie, behorend bij de bijbelstudieserie over Abraham

Lezen: Gen.21:8-13

 

·         Abraham moest Ismaël loslaten om volledig met Izak verder te kunnen. Een pijnlijke beslissing om je 14-jarige zoon weg te sturen. Het ene loslaten om het andere te kunnen krijgen. Het ‘aanhouden van Ismaël’ zou het plan van God met Izak dwarsbomen.

 

·         Loslaten was op zich geen nieuwe ervaring voor Abraham: hij had al eerder zijn familie en geboorteland moeten achterlaten (Gen.12:1-3). Loslaten is hier synoniem met gehoorzaamheid aan Gods roeping.

 

·         Een ultiem voorbeeld van loslaten vinden we in Gen.22, waar Abraham de opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Abraham is bereid om zijn zoon los te laten. Het is opvallend dat God deze daad later zo benoemt, alsof hij zijn zoon geofferd heeft (Gen.22:16; Hebr.11:17-19).

 

Als we zien dat een mens naakt op de wereld is gekomen en die wereld ook weer moet verlaten zonder iets mee te kunnen nemen, lijkt het alsof het in het leven meer draait om ‘vastpakken’ dan om ‘loslaten’. Wat verwerven we onszelf veel dingen in dit leven. Toch zijn ook de loslaat-ervaringen geen mens onbekend. Denk aan ouders die hun kinderen moeten loslaten als ze gaan trouwen of (eerder), als ze hun eigen wegen willen inslaan. Denk aan het loslaten van mensen die van ons heengaan. Denk aan het verliezen van grip op bepaalde situaties; je moet het loslaten en overgeven. Wij mensen pakken veel vast, maar zullen ook allen moeten leren om los te laten.

 

Loslaten is  in de Bijbel geen onbekend thema.

Ik denk aan de volgende uitspraak van Jezus: ‘Wie zijn leven zal verliezen, die zal het behouden; wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen.’ In Luk.17:33 wordt dit gekoppeld aan de vrouw van Lot (Gen.19), waarin we een ernstig voorbeeld zien van hoe het kan aflopen als we niet los kunnen laten.

Dezelfde uitspraak wordt in Markus 8:34-38 gekoppeld met het navolgen van Jezus, wat niet minder betekent dan ‘je kruis opnemen en Hem volgen’.

 

Ik noem een voorbeeld wat het fenomeen ‘loslaten’ scherp weergeeft.

In India worden apen gevangen voor consumptie. Het vangen van deze slimme en snelle dieren gebeurt als volgt. In een boom wordt een valnet gehangen. Daaronder wordt een kokosnoot gehangen met daarin een smalle gleuf. De kokosnoot is gevuld met een mengsel van kruiden en ander voedsel waar apen dol op zijn. Als de aap zijn hand door de opening in de kokosnoot steekt en het voedsel vastpakt, maakt hij een vuist, die vervolgens niet meer terug kan door de gleuf. De aap zit gevangen tussen zijn begeerte naar voedsel en zijn wil om los te komen. Loslaten betekent in dit voorbeeld: blijven leven. Vasthouden betekent: de dood vinden.

 

Vanuit het idee dat gered zijn in ons leven het belangrijkste is, kunnen we misschien niet zo veel met dit voorbeeld. Niet zelden merk ik dat gedacht wordt: ‘Als ik gered ben, is het goed met me, wat er verder ook nog gebeurt.’ We zijn gehecht aan deze zekerheid en daar is op zich niets mis mee. Maar wat doet deze wetenschap met ons? Worden we er makkelijk van?; zo van: mij kan toch niets meer gebeuren…

 

Het is voor mij de vraag of ‘redding’ het belangrijkste thema is in de Bijbel.

Als dat zo zou zijn, zou het ten diepste om de mens gaan, hoewel we God natuurlijk zeker kunnen en moeten loven vanwege Zijn prachtige reddingsplan.

Het lijkt me echter dat de Schrift niet de mens, maar God centraal stelt.

God is er niet allereerst voor mij, maar ik ben er voor Hem. In 1Kor.6:19 wordt dit heel treffend verwoord.

Wat heeft de zondeval deze balans (noem het gezagsverhouding) ernstig verstoord!

God heeft recht om mijn hele leven; niet op een groot stuk, maar op alles. En dit is niet zomaar een goed bedoelde suggestie voor mensen die graag dicht God willen leven, maar een opdracht voor ons allen, niemand uitgezonderd. (Rom.12:1-2).

 

Vanuit dit laatste bezien krijgt het begrip ‘loslaten’ een heel andere lading. Loslaten betekent in dit geval: steeds dichter naar God toegroeien. Steeds minder van onszelf en steeds meer van God. Zoals Johannes de Doper eens verwoordde: ‘Hij moet wassen; ik moet minder worden’.

Vasthouden betekent dat we onszelf te kort doen, maar niet in het minste ook dat we God onthouden wat Hem toekomt (Psalm 100:3).

Wij kiezen nogal eens de weg van het compromis; het accoordje.

 

Loslaten dus! Maar wat? Moeten we alleen denken aan grote vrachten ballast (Mt.11:28) of aan complexe situaties, waar we zelf geen raad meer mee weten? Slechts één ding kan al genoeg zijn om ons te binden en af te houden van het volgen van Jezus.

 

Slechts één ding kan al genoeg zijn om ons te belemmeren om Jezus te volgen.

De rijke jongeling was er bijna, maar zijn rijkdom gooide roet in het eten.

‘Eén ding ontbreekt u’ (Markus 10:21).

 

Slechts een ding kan ook al genoeg zijn om ons te belemmeren om Jezus volledig te volgen.

Eén zonde waarin we steeds vallen; één begeerte waardoor we steeds afgeleid worden, één ding waarover we ons steeds zorgen maken…

Eén rotte appel bederft de hele fruitschaal… Een compromis kan dan acceptabel lijken, maar zal ‘pijn’ blijven doen. De boodschap van God is radicaal. Laat los; breek ermee. ‘Kiest dan heden wie gij dienen zult’ (Joz.24); ‘Niet hinken op twee gedachten’ (1Kon.18); ‘Breek met de ongerechtigheid’ (2Tim.2:19).

 

Onze begeerte naar zonde zit zo diep…

God verloste Israël uit de slavernij van Egypte, maar tijdens de woestijnreis bleek dat de slavernij veel dieper zat… Bij veel Israëlieten lag hun hart nog steeds in Egypte (Num.11:5).

En dat werd velen van hen fataal (1Kor.10:5-6).

 

Paulus gaat ons erin voor om ‘alle dingen schade te achten opdat je Christus mag gewinnen…’ (Fil.3:7-8).

 

We houden vaak dingen vast die we los moeten laten en laten dingen los die we vast zouden moeten houden…

 

Slechts één ding…

Iedere keer ontdek je weer nieuwe dingen die je moet, of beter gezegd ‘mag’ loslaten.

De discipelen verlieten eerst hun netten (Matth.4:20), maar het kostte hen uiteindelijk veel meer (Mark.10:28). Van het één kwam het ander.

De Heere leert je steeds meer alléén op Hem te vertrouwen en alleen aan Hem genoeg te hebben. Wie Hem heeft, heeft genoeg (1Joh.5:12).

 

Nog één keer terug naar de uitspraak: ‘Wie zijn leven zal verliezen, die zal het behouden; wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen.’ In Matth.10:38 maakt Jezus duidelijk dat ‘wie niet bereid is om iets los te laten en Hem bovenaan te stellen, Hem niet waard is.’

Dit laatste betekent niet dat zo iemand te min is voor Jezus. Het is immers Zijn diepste verlangen dat juist zondaren, mensen die aan zoveel dingen vast zitten, gered en bevrijd worden.

‘Hem niet waard zijn…’, het betekent ten diepste dat Hij te min is voor ons.

Laten we een verkering als voorbeeld nemen. Een jongen die verkering heeft met een meisje, maar haar niet al zijn liefde wil geven (omdat hij bijvoorbeeld ook met andere meisjes flirt) is zijn vriendin niet waard. Dat meisje doet er ook wijs aan om haar vriend hiermee te confronteren en hem voor een keus te stellen. ‘Parels gooi je niet neer voor zwijnen’.

Als wij zeggen en zingen dat Jezus ons alles waard is (‘U alleen kunt mijn hart vervullen…’), laten we dit dan ook uiten door Zijn liefde waardig te beantwoorden.

 

Kies het goede deel!

·         Mozes aan het hof van Farao (Hebr.11:24-25).

·         Maria (Luk.10:42).

 

‘Eén ding heb ik van de Heere begeerd; dat zal ik zoeken’ (Ps.27:4).