De noodzaak van Schriftonderzoek
|
|
|
A. De noodzaak van het doen van
Bijbelstudie
De noodzaak om Bijbelstudie
te doen heeft - om simpel te beginnen - te maken met twee dingen: 1. De Bijbel is een Boek van vroeger 2. De Bijbel is een Boek van Boven A.1. De Bijbel is een Boek van vroeger
Cultuur- en tijdsafstand
Tussen de tijd waarin de Bijbel ontstond (welk
moment je ook neemt) en ónze 21e eeuw bestaat een reusachtige
wereld van verschil. De kloof in taal en cultuur is zo groot, dat het daarom
alléén al nodig is dat we de Bijbel goed bestuderen, alvorens er dingen uit
te leren en toe te passen. Iedereen begrijpt hopelijk (???)
dat we alles wat in de Bijbel staat niet letterlijk kunnen doorvertalen naar
deze tijd en naar onze manier van gemeente-zijn. De
Bijbel is niet pats-boem op de aarde terecht gekomen, maar ingebed in de
tijd. Voor mensen die in dié tijd leefden (ze leefden - de
een meer dan de ander- in
dezelfde tijd als de schrijvers) kostte het minder moeite om te begrijpen wat
er stond en ze begrepen beter wat bedoeld werd, als ze tenmiste
de Bijbel konden lezen. Realiseer je dat men niet altijd de Bijbel heeft
kunnen lézen en ook niet de beschikking had over zo’n
mooi en compleet boekje als wij nu voor ons hebben liggen. Wij kunnen en
hebben dat nu wèl en ik verzeker u dat dit geen
loze info is. Ik kom daar later op terug. Niet altijd heeft men de Bijbel kunnen lezen of in z’n geheel kunnen lezen. Zelfs niet gedurende de tijd dat
de Bijbel tot stand kwam. Dat kwam allereerst doordat men zelf deel uitmaakte
van de inhoud van de Bijbel. En een geschiedenisboek over jezelf lees je nou
eenmaal niet. Dat kon ook niet, want van de meeste Oudtestamentische
boekrollen bestonden er tot aan de terugkeer van de Joden uit Babel maar één of hoogstens enkele exemplaren en die
waren niet toegankelijk voor het volk. De manier waarop velen met de
geschiedenis van Gods handelen geconfronteerd werden, was via de
overlevering, mond tot mond. God had dat overigens ook zelf bevolen. Verder
kende men door middel van het onderwijs van de priesters ook de inhoud van de
wetboeken (de latere Torah). Ook de psalmen werden
via de tempeldienst bekend onder het volk. Pas na de terugkeer uit Babel, tijdens de opbouw van Jeruzalem en het herstel van
de tempeldienst, zette Ezra de toon voor het
voorlezen van de boekrollen van de profeten. In die tijd ontstonden ook de
eerste commentaren. In de tijd dat Jezus op aarde rondwandelde, bezaten de
meeste synagogen een aanzienlijk aantal Oudtestamentische boekrollen, waaruit
voorgelezen werd aan het volk. De Joodse jongens en mannen werden ook geacht gedeelten van de inhoud ervan uit hun hoofd te
kennen. Nog altijd echter had men niet persoonlijk delen van de Schrift in
bezit. Dat veranderde een beetje toen de zendbrieven van de apostelen de
wereld ingingen. De eerste groep lezers van de apostolische brieven konden
deze brieven lezen, horen voorlezen en wellicht ook vasthouden. Vanuit deze
brieven maakte men ook weer kennis met verwijzingen naar het Oude Testament. Inspiratie: God schakelde mensen in
Laten we ook het menselijke aspect van de Bijbel
niet uit het oog verliezen: God inspireerde de Bijbelschrijvers tot schrijven
en Hij betrok daarbij hun mens-zijn vollédig.
Iedere schrijver bracht zo - onbewust - persoonlijke elementen (karakter,
beleving, opleiding, beroep, cultuur) over in wat hij schreef. Soms zorgt dit
ervoor dat bepaalde gedeelten voor ons meer herkenbaar zijn en daardoor ook
beter mee te beleven, maar het draagt ook weer bij tot de tijds-
en cultuurafstand. Cultuur- en tijdsafstand binnen de Bijbel
Uiteraard wisselden ook tijdens de totstandkoming
van de Schrift vele culturen elkaar af. In de tijd dat Jezus op aarde was,
waren bepaalde gewoonten uit de tijd van Abraham veranderd. En de tijd waarin
de eerste christenen leefden, was een heel andere tijd dan de tijd waarin
koning David leefde. Veel dingen waren echter, mede
door de verordeningen uit de Torah, gelijk
gebleven. Actuele les: Gods inzettingen scheppen struktuur en zijn ‘mode-overschrijdend’. A.2.
De Bijbel is een Boek van Boven
Godsopenbaring en menselijke
verantwoordelijkheid
Hoe weinig of hoe veel men tijdens het ontstaan van
de Bijbel ook ter beschikking had, men
werd geacht te kennen wat men van God gekregen had.
De Godsopenbaring en de menselijke
verantwoordelijkheid voor het omgaan daarmee gaan gelijk op (lineair
verband), ook nu nog! Omdat wij kunnen beschikken over de volledige Bijbel,
d.w.z. dat we kennis kunnen nemen van de volledige
Godsopenbaring, worden we (als christelijke gemeente Anno 2001) in wezen geacht om alles wat er in staat te weten
(zoals je bijvoorbeeld een boek kunt navertellen). De omvang van de Bijbel en onze beperkte geheugen
werken ons echter al tegen om zover te komen dat we de inhoud van de Bijbel
kennen en zonder gebruik van concordantie informatie daarin kunnen vinden en
reproduceren. Als er voor dit probleem een oplossing zou moeten
komen, dan zou die niet alleen gerealiseerd kunnen worden door alleen méér
studietijd en méér cognitief vermogen. Belemmering:
verhouding tussen mens en God We moeten namelijk beseffen en accepteren dat de
Bijbel ook een Boek van Boven is. De Heere God
schakelde de Bijbelschrijvers volledig in, maar desondanks is de Bijbel ook
100% het Woord van God. De Bijbel is 100%
menselijk, maar ook volkomen Goddelijk. Dat laatste tekent niet alleen de autoriteit ervan, maar ook de
verhevenheid boven alles wat zich op aarde bevindt, dus ook boven de mens.
Geen mens zal ooit in staat zijn om het totále plan
van onze Heere God in al haar finesses te bevatten
en begrijpen (wèl onderdelen daarvan: Ef.3:14-21; Kol.2:1-3). Dit moet
ons overigens niet ontmoedigen en doen besluiten de Bijbel maar dicht te
laten. Er is geweldig veel rijkdom verborgen in Gods Boek en ondanks alle
Godgeleerden, boeken, preken en Bijbelstudies is er aan het ontdekken en
ontvouwen ervan nog geen einde gekomen. Belemmering: vanwege de zonde
Het verschil in positie, blikveld en
bevattingsvermogen tussen de mens en God is niet de enige reden waarom wij
‘studie’ moeten verrichten in de Bijbel om te weten wat God daarin tot ons te
zeggen heeft. De tweede reden vinden we in de zondeval, waardoor het verschil tussen de mens en God alleen maar
groter werd. Door de zondeval zijn we
aangetast in onze Godskennis en daardoor in
principe (zoals we geboren worden; als niet-wedergeborenen)
nauwelijks in staat om te begrijpen wat God bedoelt
als Hij tot ons spreekt. Zelfs de beschikbaarheid over veel bijbelkennis kan
dit niet verbloemen. Wéten is nog geen éten! Niet-wedergeborenen missen de communicatie met God en zij zijn niet in
staat om Gods Woord te begrijpen. Verbondenheid met God door Jezus Christus
is de voorwaarde! <wordt straks nader uitgewerkt> Door het geloof in
Jezus Christus wordt ‘de aansluiting weer hersteld’ en is het weer mogelijk
om, door de Geest, gemeenschap met God te hebben en te groeien in kennis en
geestelijk inzicht. Consequenties voor wedergeborenen
Echter ook voor wedergeboren mensen, die de Geest
van God in zich hebben, is bijbelstudie nuttig en nodig. Ik wil enkele
redenen noemen: -
De
vleselijke aard blijft ons belemmeren bij het horen en doen van Gods Woord. -
Door
de Bijbel te bestuderen gaan we meer ontdekken van de rijkdom van Christus,
onze positie daarin en het plan van God. -
Onder
andere door het lezen en bestuderen van de Bijbel leer je de wil van God te verstaan. Onder andere vanwege de cultuur-
en tijdsafstand maar ook door de vermenigvuldiging van allerhande
interpretaties en visies binnen het christendom is er veel verwarring
ontstaan over wat God van ons wil. In veel gevallen moet de oorspronkelijke
bedoeling van Gods woorden herontdekt worden. -
God
wil door de Bijbel persoonlijk tot ons spreken. Het is dus één van de
manieren hoe Hij met ons communiceert en omgang met ons wil hebben. -
Het
hebben van parate kennis kan nuttig zijn. -
Niet
alle informatie over een bepaald onderwerp staat op één plek. -
Door
de Bijbel te kennen kun je jezelf wapenen tegen dwaalleer. -
Zelfs
al horen we bij een gemeente waar op een verantwoorde manier bijbelstudie gedaan
wordt en veel collectieve kennis aanwezig is, dan nog zullen we die
kennis ons persoonlijk eigen moeten maken. B.
Bijbelstudie doen met verstánd
Voordat we onszelf met veel ijver aan de studie zetten
en gaan graven naar Gods Schatten, is het echter goed om onszelf het volgende
te realiseren en de consequenties daarvan te overdenken: 1. De wijze waarop de Schrift spreekt
over Schriftonderzoek 2. De tijd (bedeling) waarin we nú leven 3. De positie die we (als wedergeborenen)
in Christus hebben Graven naar schatten en het belang van goed
gereedschap Hoe meer je in de Bijbel leest, hoe meer de Bijbel
haar rijkdommen prijsgeeft. Met andere woorden: stel jezelf
niet alleen tevreden met de wetenschap dat er een Schat is, maar Graaf er ook
naar; spaar kosten noch moeite om de Hemelse Rijkdommen te vinden. Als
je naar delfstoffen of verborgen schatten wilt graven heb je goed gereedschap
nodig om bij je doel te komen. Kenmerkend voor schatten is immers dat ze
zichzelf niet zomaar prijsgeven. Het gereedschap stem je af op je doel. De Heere God heeft ons
niet alleen maar een dik en moeilijk te begrijpen Boek gegeven, maar ook een
handleiding erbij. Als je Gods aanwijzingen (principes) naar Zijn Schatten
ontdekt, dan heb je effectief gereedschap in handen om ze ook te vinden. Als
je dit gereedschap niet gebruikt, loop je de kans dat je veel facetten van de
schat niet zult ontdekken en dat je in zekere zin
energie en tijd verspilt. B.1. Jood en heiden c.q.
Israël en de gemeente
Verschil tussen de oproep vóor het ontstaan van de gemeente en vanaf het ontstaan
Als we de oproepen in de Bijbel tot bijbelstudie inventariseren,
dan valt op dat als er een directe ‘oproep’ gedaan wordt tot
Schriftonderzoek, daarmee eigenlijk altijd Israël / de Joden aangesproken
worden, of als er sprake is van Schriftonderzoek, dat meestal gedaan wordt
door Joden. Niet-Joden
(heidenen) moeten het in eerste instantie hebben van hen aan wie de Woorden
van God toevertrouwd en in beheer gegeven zijn (het verspreiden van Gods Naam
en getuigenis was overigens ook de taak die God aan Israël gegeven had;
Ex.19:5-6). Uit Israël zijn ook de Bijbelschrijvers. Als we, met (bijvoorbeeld) vanuit Paulus’ brieven, de ‘bijbelstudie-oproepen’ aan de gemeente analyseren, dan
blijkt dat we een onderscheid moeten maken tussen feiten en opdrachten: sommige dingen kunnen we, gezien onze positie weten
en in andere dingen moeten we groeien. Ten aanzien van het aspect ‘groeien in
bijbelkennis’ komt dat neer op het volgende: De Schriften getuigen van Jezus en brengen ons aan
Zijn voeten. Dat is de kennis die ons
tót Christus brengt. Dóor en ín Christus
komen wij echter tot hogere kennis en een dieper inzicht van de rijkdom in
Gods Woord en van de heerlijkheid van onze positie in Hem. Ten aanzien van
het verstaan van de verborgenheid Gods (het
geheimenis) ligt er een weg van groei voor ons. De sleutel tot het volledige
inzicht in het geheimenis ligt in het kennen van de
dimensies van Christus’ liefde. Op hen die stonden in de tijd vóor de openbaring van het
geheimenis, was deze kennisverdieping niet van toepassing. Voor hen was alles
‘tot op’ Christus en voor ons ‘ook voorbij’ Christus. Voor de christenen uit de volken vervulden de
Schriften ook een heel andere rol.
Zij krijgen in de brieven wel informatie vanuit de Schriften, maar dan meer
als kennisgeving. We moeten dit verschil niet bagatelliseren! Zij leefden (en
ook wij leven nu) in de tijd ná het kruis. Christus’ eerste komst en Zijn
verlossingswerk zijn een feit! De hemelvaart
en de uitstorting van de Heilige Geest zijn een feit! En wat nog meer zij: het geheimenis met betrekking tot de gemeente, het Lichaam
van Christus, is geopenbaard: wij horen bij een totaal andere groep mensen en
maken deel uit van een ander facet van het omvang-rijke
heilsplan van God. Van deze
(belangrijke!) zijstap weer terug naar de hoofdlijn De meest voorkomende manieren waarin de bijbelse
oproep tot ‘bijbelonderzoek’ zich vertaalt zijn: B.1.1. Terugkijken Het
terugkijken naar Gods daden (het gedenken) en het van daaruit weer opnieuw
komen tot gehoorzaamheid (Dt.8). Meer dan eens
moest het volk verweten worden dat het geen kennis had en dat daarin een
oorzaak lag voor de geestelijke malaise (Hos.4:6). Steeds weer wordt
benadrukt dat het ‘horen’ moet resulteren in ‘doen’. B.1.2. Vooruitzien
Het
ter harte nemen van Gods Woorden die uitgesproken worden door bijv. profeten.
Profetieën hadden vaak een directe boodschap voor de tijd waarin ze uitgesproken
werden, maar stimuleerden de mensen ook tot het verwachten ván en uitzien náar toekomstige vervullingen. B.1.3. Schrift met Schrift vergelijken -
controleren
Het
vergelijken van de Oudtestamentische Schriftwoorden met dat wat in het Nieuwe
Testament vervuld wordt. Jezus drong hier tijdens zijn
aardse bediening veelvuldig op aan (Joh.5:39; Ps.40:8).
Hij leerde en beargumenteerde ook zelf veel vanuit de Schriften. De
argumentatie vanuit de Schriften krijgt in de brieven regelmatig gestalte
door middel van de woorden van Jezus zelf, maar wordt in veel gevallen ook
weggelaten (omdat dingen op een gegeven moment als bekend verondersteld
werden). Ten aanzien van het geheimenis viel er weinig aan te halen, omdat er
er gewoonweg niet duidelijk (wel verborgen) stond. B.1.4. Navolgen - gehoorzamen
Het
opgeroepen worden tot navolging van wat Bijbelschrijvers (uiteraard namens
God) te zeggen hebben. Het houden van de woorden van de Torah
en het luisteren naar de woorden van de Profeten zijn hier voorbeelden van.
Ook de Nieuwtestamentische brieven geven hiervan een goed voorbeeld. Ze
roepen voornamelijk op tot het in praktijk brengen van het leven ín Christus. De laatste brieven van Paulus nemen binnen
deze categorie (de brieven) een speciale plaats in, omdat Paulus,
zoals gezegd, daarin aan de christelijke gemeente (uit de volken) het geheimenis van Christus openbaart, wat daarvóór
verborgen was. Waar Paulus in de gelegenheid was om
te beargumenteren van uit de Schriften, deed hij dat, maar met betrekking tot
de openbaring van dit geheimenis en de concrete
uitleving daarvan komt het in veel gevallen aan op accepteren en gehoorzamen. B.2. De tijd waarin we nú leven
De Godsopenbaring is voltooid We leven in de tijd dat
de Godsopenbaring (vanuit de Bijbel) is voltooid. De canon van de Schrift is
al eeuwen geleden vastgesteld. Met andere woorden: we
hebben alle puzzelstukjes die God ons in Zijn Woord gegeven heeft in handen
(zonder daarmee overigens ooit de hele puzzel te kunnen leggen). Consequenties voor Schriftonderzoek Daaruit
volgt dat we, ‘gezien de tijd’ (Hebr.5:12;
1Kor.3:2) ons niet meer bezig zouden moeten houden met de vraagstukken waar
ook Oudtestamentische gelovigen zich mee bezig hielden. Wij mogen ons richten op ‘de roeping die van boven
is’ (Fil.3:14). Die roeping heeft alles te maken
met de positie die we in Christus hebben als we kind van God mogen zijn. Maar
kúnnen ook verder komen, omdat we méer mogen weten
en tot een hoger inzicht worden uitgenodigd. B.3. Onze positie in Christus
Onze unieke positie in Christus
Het is bijzonder nuttig om te weten wat onze positie
in Christus inhoudt, juist ook met het oog op Bijbelstudie. Wie kind van God is, is ‘vernieuwd in de geest van zijn
denken en heeft de nieuwe mens aangedaan’ (Ef.4:23).
We worden uitgenodigd om te komen tot de volheid van Christus (Ef.4:14) en voor ons allen ligt de mogelijkheid open om
te komen tot wijsheid en geestelijk inzicht (Kol.1:9-11), waardoor we de
liefde van Christus mogen gaan ontdekken in al haar dimensies (Ef.3:14-21) en zullen zien wat de rijkdom van de
heerlijkheid van de erfenis is (Ef.1:15-23). Consequenties voor Schriftonderzoek Er is een gezegde wat
luidt: ‘wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden’. Als wij ons buigen
over de Bijbel en er in ons hart de begeerte leeft om meer van de Heere te leren, dan mag ons startpunt liggen in een tijd
waarin we over méér Godsopenbaring beschikken dan Abraham, Mozes, David, Jesaja, Daniël en andere Godsmannen mochten hebben. De Heere
geeft ons dat voorrecht overigens niet voor niets, als een interessant
weetje. Paulus besefte dat heel goed (Ef.3:7;
Kol.1:23-25). Nogmaals: onze verantwoordelijkheid gaat gelijk op met
dat wat we van God gekregen hebben; hopelijk is dat ook zo met onze
dienstbaarheid en ons handelen. Bescheidenheid Het is goed om
onderscheid te maken tussen de dingen die we ‘vanwege tijd en positie’ kunnen
weten en de kennis waarin we kunnen groeien. Een stukje
bescheidenheid is hierbij echter beslist op zijn plaats, want ook al groeien
we geestelijk naar de volwassenheid toe, in onze aardse hoedanigheid blijven
we mens, wat betekent dat al ons kennen en kunnen
betrekkelijk is. We staan in de steigers, evenals alle anderen wereldwijd,
die Christus willen dienen. Gebruik van verstand is van invloed op ontvouwing /
mysterieus blijven van de Schrift Bijbelstudie
doen zonder daarbij het bovenstaande erbij te betrekken leidt in veel
gevallen tot verwarring (bijvoorbeeld als we Gods handelen met betrekking tot
Joden en heidenen <de gemeente> door elkaar halen). Ook het
Bijbelstudie doen zonder oog te hebben / krijgen voor de doorgaande
openbaring van Gods heilsplan en de positie die we als wedergeborenen in
Christus mogen hebben, plaatst de Bijbellezer voortdurend voor dilemma’s. Als
we echter vallen voor het Woord van God, zoals het tot ons komt en bereid
zijn onze inzichten opzij te zetten en ons te laten leren door de Geest, dan
is het alsof er een nieuwe wereld voor ons open gaat en dan zullen we vervuld
worden met de kennis van Gods wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht
(Kol.1:9-11). C. Gericht zijn op Christus Gebruik van verstand garandeert niets (wéten is nog
geen éten) We hebben ons
verstand gekregen om het te gebruiken, maar het gebruiken van ons verstand
geeft echter geen garantie dat we ook echt op het goede spoor zitten. Nicodemus gebruikte zijn verstand optimaal en moest ’s
nachts in het gesprek met
Jezus tot de conclusie komen dat hij van het echte leven met
God nog niets begreep. Zelfs de meest elementaire zaken van het geloof waren
hem onbekend, ondanks het feit dat hij een leraar in Israël was. Kennis en verstand als barrières Als
Schriftonderzoek een eigen leven gaat leiden, kan men gemakkelijk vervallen
in de houding van het Farizeïsme in de tijd van Jezus’ omwandeling op aarde:
kennis en inzichten vormen dan een barrière vormen om tot geloof ín en
navolging ván Jezus Christus te komen, of (in het geval van Judaïsme / wetticisme), ons verhinderen om tot het ervaren van de
vrijheid in Jezus Christus te komen. Kennis en verstand ondergeschikt aan het gezag van
Gods Woord Hoe goed we
alles ook met ons verstand op een rijtje kunnen hebben, we moeten ook (de
waarde van) deze kennis laten toetsen door Gods Woord zelf. De Bijbel geeft
ons diverse toetsstenen aan: 1. De relatie met Christus 2. De praktijk van ons christenleven 3. Liefde en gemeenschap C.1. (Relatie met) Christus als doel Wisselwerking en verbinding tussen Jezus en de
Schriften Zonder een
(levende) relatie met Christus valt er, zoals gezegd, ‘weinig’ te ontdekken.
De kennis die de Heere ons wil geven is niet ‘los’
verkrijgbaar. Dat was overigens in de tijd van Jezus’ aardse bediening al het
geval. Jezus Christus moet bij het doen van
Bijbelstudie de centrale plaats innemen. Bijbelkennis kan leiden tot Hem en
Hij leidt ons verder in de waarheid van Zijn Woord. De Schriften brengen ons
bij Jezus Christus Wie op zoek gaat
in de Bijbel naar Christus (Joh.5:39) en nieuw leven wil ontvangen, zal
ervaren dat Christus er is en dat de hele Schrift getuigt van Hem! Jezus Christus is de weg, de waarheid en het leven; door
Hem komen wij tot de Vader. Leven met Christus brengt ons in de Schriften en vice versa Wie echter
wedergeboren is, kan in zijn groei naar geestelijke volwassenheid ook niet om
de Persoon van Christus heen. Wie gelooft, heeft het eeuwige leven en komt
niet in het oordeel, maar de christen die zich met deze wetenschap tevreden
stelt en lekker lui onderuit zakt, leeft absoluut beneden de Bijbelse maat. We hebben uit
genade - gratis (voor ons dan) en voor niets - een fantastische positie
gekregen, dicht bij Christus, en we worden dáárom keer óp keer opgeroepen om
ook met Hem te wandelen: wandelen in de weg die Hij voor ons bereid heeft (Ef.2:6+10) en waardoor wij mogen komen tot de rijkdom van
een volledig inzicht (volle verzekerdheid van het verstand), tot de volle
kennis van het geheimenis van God, Christus, in Wie
al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn (Kol.2:1-3). Bijbelstudie is voor christenen een sleutel naar
geestelijke rijkdommen… Zij die nog in
het duister tasten wat betreft dat wat ze door het geloof in Christus mogen
ontvangen en toe-eigenen, hebben des te meer reden om de Bijbel te bestuderen
en zo te komen tot geestelijke volwassenheid. Jezus Christus wil ons zo veel meer geven dan vergeving van zonden!
Wat is het geweldig als de honger waarmee wij Hem zoeken en dat wat van Hem
is, ons leven mag gaan kenmerken. “Dat het Woord van Christus rijkelijk in
ons moge wonen” (Kol.3:16)! Ontdek wat de schrijver van psalm 119 uitroept:
“Hoe zoet (aangenaam) zijn Uw redenen (woorden) voor mijn gehemelte geweest:
meer dan honing voor mijn mond” (Ps.119:103). C.2. De praktijk van ons christenleven: hóren en
doén Niet Schriftonderzoek maar gehoorzaamheid is het
doel Schriftonderzoek
mág en kán ook nooit een doel op zich worden; het is een middel om te komen
tot kennis en van daaruit tot geloof, een ‘godvruchtige levenswandel’,
weerbaarheid, volwassenheid in het geloof, etc. Uit de praktijk van ons leven
blijkt of we Gods Woord ook in daden omzetten. En waar de daden ontbreken is er iets mis! Tegen de leraars
zegt Paulus dat ze de heiligen moeten toerusten tot
dienstbetoon (Ef.4:12). Niet alleen studeren en lezen, maar ook tijd
vrijmaken om te doen Heel
praktisch ingevuld: we moeten voor het omzetten van kennis in daden (richting
God en onze naaste) ook tijd vrij houden. Als we Bijbelstudie doen is het goed om bijvoorbeeld
van tijd tot tijd een moment van gebed of aanbidding in te bouwen. Dat helpt
ons al een heel stuk om geestelijk ‘op de goede toonhoogte’ te blijven. Van het alleen maar kennis verzamelen
zegt de Prediker overigens dat het een vermoeiing van het vlees is (Pred.12:12-13). Onze wandel als bewijs van Godsvrucht Ook onze naaste,
ons gezin, onze vrouw, man of kinderen mogen de vruchten plukken van wat we
aan kennis opdoen. Heel treffend zien we dat in de Schriftplaatsen waarin Paulus voorschriften geeft voor het aanstellen van
ouderlingen en diakenen: een belangrijke graadmeter voor de geschiktheid van
zo iemand is de wijze waarop hij zijn gezin bestuurt.
Paulus ‘schildert’ heel duidelijk iemand die,
ondanks het feit dat ‘zijn hoofd in de hemel is’, toch ook met beide benen op
aarde staat. Als je namens God je plaats in een gemeente inneemt (en wie doet
dat niet), dan is je persoonlijke (verborgen) omgang met de Heere (volgens eigen zeggen) niet voldoende als
bewijsmateriaal voor de echtheid van je christen-zijn.
Ook je leven hier op aarde, tussen de mensen, doet er toe. Willen ook zij je
accepteren als een kind van God, dan moet er een overeenstemming bestaan
tussen leer en leven. C.3. Liefde en gemeenschap
Liefde is meer dan kennis Een specifieke en in de
Bijbel vaak genoemde toets voor ons christen-zijn
is: de liefde. ‘…Al wist ik al de verborgenheid en wetenschap…en had de
liefde niet, zo ware ik niets’ (1Kor.13:2). We kunnen de meest fantastische
ontdekkingen doen in de Bijbel, maar als het resulteert in strijd en
verwijdering, mogen we het niet als vanzelfsprekend aannemen dat dit de
‘goede strijd van het geloof’ is. De Bijbelse hoofdlijn is: liefde , gemeenschap en eensgezindheid. En waar we vanuit
een oprechte houding tot andere inzichten komen en ervaren dat we die niet
kunnen delen met anderen, moet dat wat we gemeenschappelijk hebben (het leven
in Jezus Christus) toch de grondtoon blijven. Zelfs waar mensen duidelijk
dwalen, moet in liefde vermaand worden. Liefde en kennis kunnen
samengaan Het zo met elkaar omgaan
betekent niet dat het er nooit eens heftig aan toe mag gaan. Soms moet er
heel wat moeite gedaan worden om mensen van iets te overtuigen en dan is het
spreken van duidelijke taal belangrijk. De Bijbel is daarvan een goed
voorbeeld, bijvoorbeeld als we zien hoe Jezus in de tijd van Zijn omwandeling
de misstanden aan de kaak stelt. Maar hoe scherp en stellig Hij was, Zijn
liefde voor de mens tegenover Hem kwam nooit in het gedrang; het één sloot het ander niet uit. Kennis alléén maakt
opgeblazen, maar de liefde sticht (1Kor.8:1)! Als we
veel in de Bijbel studeren en daarover ook met anderen willen praten (of
erover schrijven) is het raadzaam om onszelf deze ‘spiegel’ regelmatig voor
te houden. D. Exegese en methodiek
De héle
Schrift is voor ons, maar niet de hele Schrift gaat óver ons Ondanks onze positie en de bedeling waarin we nú
leven is het een Bijbelse opdracht, maar sowieso
logisch dat we de héle Bijbel moeten / mogen lezen en bestuderen (Joh.5:39; Rom.15:4; 2Tim.3:16-17). We zijn er hopelijk allemaal
tegen op het verdunnen / verknippen van de Bijbel, maar als we ons geestelijk
leven alleen voeden met bepaalde gedeelten uit de Bijbel is dat net zo
onjuist. Heel Gods Woord is voor ons, maar niet alles gaat óver ons. Ten overvloede: dat wat niet óver ons
gaat, is echter ook voor ons…en niet louter en alleen als decoratie of
opvulling van ons Bijbeltje. Exegese
moet Bijbel-volgend zijn Als we de hele Bijbel willen bestuderen, maar toch
rekening willen houden met het feit dat niet alles ‘óver ons gaat’, dan moet
de manier waarop we exegetiseren daarop afgestemd
zijn. Anders gezegd: als we Bijbelstudie doen moet de Bijbel niet alleen
voorwerp van gesprek zijn, maar ook de maatstaf voor het gesprek. De uitleg
van de Bijbel vloeit immers voort uit de opbouw (doorgaande Godsopenbaring,
etc.). Een goed en bruikbaar handvat voor verantwoord
Bijbelgebruik is het OBT-model. D.1. OBT-model Bij het bestuderen van de Bijbel moeten de volgende
stappen genomen worden om tot een verantwoorde uitleg en toepassing te komen:
1.
Observeren :
horen : lezen 2.
Begrijpen :
verstaan : uitleggen 3.
Toepassen :
doen : doorvertalen D.1.1. Observeren Centrale vraag =
wat staat er? -
Begin
op de manier waarop God je Zijn Woord aanbiedt: als Boek. Dus: lezen en herlezen. Ontdek
wat er stáát en niet wat je dénkt dat er staat. -
Een
goed hulpmiddel om zicht te krijgen op de structuur en de inhoud van een
gedeelte is het visualiseren of herschrijven. -
Omdat
we vaak al snel denken dat we iets grondig geobserveerd hebben, terwijl dat
niet altijd zo is, is het goed om ontdekkingsvragen te stellen. Dat brengt je
op het spoor van elementen die je eerst niet opgevallen waren. Let
bijvoorbeeld op de literaire structuur, de grammatica en stel veel wie?-wat?-wanneer?-waar?-vragen.
Op sommige dingen zul je zelf het antwoord (vrij snel) kunnen vinden, maar
andere dingen vragen om een grondiger onderzoek. D.1.2. Begrijpen Centrale vraag =
wat werd er toén bedoeld? (doel:
onderscheid gaan zien in tijdsgerichtheid van dingen) -
Stel
vragen over de betekenis, bedoeling en beleving met betrekking tot de dingen
die je onderzoekt. -
Ga
op zoek naar antwoorden en werk vanuit middelpuntvliedende contextcirkels. Op
dit punt kun je ook naslagwerken raadplegen. Betrek bij het afwegen van
argumenten de contextuele volgorde van belang. -
Voeg
je gegevens samen en formuleer de antwoorden op je vragen. Het is nuttig om
ontdekkingen vast te leggen (samenvatten) en te koppelen aan de
heilsgeschiedenis of eventueel aan de dogmatiek (kapstokken). D.1.3. Toepassen Centrale vraag =
wat betekent het nú voor mij? -
Probeer
uit dat wat je gelezen / bestudeerd / ontdekt hebt principes te formuleren,
waarmee je praktisch aan de slag kunt. -
Ontwikkel
oefening bij het in praktijk brengen van de Bijbelse principes. Formuleer
concrete doelen. Evalueer en stel desnoods bij. -
Maak
er een gewoonte van om de dingen die je geleerd hebt voortaan te doen. Dan
pas is het doel van Bijbelstudie bereikt. Wees op je hoede voor extremiteiten
Door op deze manier de Bijbel te bestuderen (vanuit
de context) loop je in mindere mate de kans dat je in extremen vervalt, zoals
allegoriseren (alles vergeestelijken), letterlijke benadering (geen oog
hebben voor de diepere boodschap), dogmatisering (alles willen inpassen in
systemen en leerstellingen) en subjectivering (de
Bijbel naar je hand zetten en in alles een boodschap voor jezelf en/of voor
een ander willen zien). Voor meer info over het OBT-model verwijs ik naar het boek ‘Verantwoord
Bijbelgebruik’ van Drs. John D.
Boekhout. ISBN 90 6064 9680; Telos-groep. Zie ook het artikel over de OBT-aanpak. D.2. Leer-gemeenschap
Bijbelstudie doen is mogelijk voor iedere
christen
Het bestuderen van de Bijbel volgens het
bovenstaande model is, mits daar ook tijd voor genomen wordt, voor iedereen
mogelijk. Wie aan de slag gaat met het bovengenoemde boek, zal dat al snel
merken. Sowieso is het goed om te weten dat het voor iedere christen
mogelijk is om - door middel van Bijbelstudie - te groeien in kennis ván en
inzicht ín de dingen die van onze Heere God zijn.
In principe hebben wij daar niemand anders bij nodig dan onze Heere alleen! Uiteraard heeft de een bij het studeren
dingen voor op de ander (intelligentie, inzicht, bevattingsvermogen), maar
dat is ondergeschikt aan de waarheid dat iedereen - op zijn of haar manier -
Bijbelstudie kan doen. We leven in een snel-kant-en-klaar-maatschappij
Vandaag de dag consumeren mensen
liever en eet men liever van de hapklare brokken die voorgeschoteld worden
door boeken, Bijbelleraars en voorgangers. Op zich is daar niets verkeerds aan, want we hoeven
‘het wiel niet opnieuw uit te vinden’; de Heere
heeft ons ook rijk gezegend met een enorme hoeveelheid schrijvers, leraars en voorgangers. Toenemend
gebrek aan Bijbelkennis Maar eerlijkheidshalve moeten we wel constateren dat
- ook onder de christenen - een gebrek ontstaat aan mensen waar de Schrift
een bepalende rol speelt in het denken van alle dag. Er zijn veel dogma’s en
activiteiten, maar wat blijft er als ruggengraat over als dat wegvalt?
Daarbij floreert tegenwoordig ook de ‘ervaringscultuur’; mensen willen met
weinig moeite veel ervaren en verwachten het in de regel niet van zoiets
‘gewoons’ als Schriftonderzoek. Doe jezelf niet te kort
Het is mooi als we regelmatig Bijbelstudies en
christelijke bijeenkomsten bijwonen (velen doen dát al niet eens meer), maar
als dat de enige momenten zijn (meditatieve momenten buiten beschouwing
gelaten) dat we echt in de Bijbel gaan ‘bladeren’, dan is dat niet ‘gezond’
te noemen. Om maar eens wat te noemen: (1) Je laat dan de
leermomenten grotendeels afhangen van de factor tijd (als je geen tijd hebt,
kun je de bijeenkomst niet bijwonen); (2) je loopt het gevaar dat je verzandt
in een eenzijdigheid of dwaalleer; (3) je mist je leven lang een hoop
‘geestelijke vitamines’ en Hemels Brood wat de Heere
gewoon voor ons heeft klaarliggen! De Oudtestamentische constatering van de Heere: “Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis
heeft”, vraagt (helaas!) om een doorvertaling naar deze tijd! Een gezond
Bijbelstudieklimaat
Een gezond
Bijbelstudieklimaat kenmerkt zich mijns inziens onder andere door
persoonlijke Bijbelstudie, door de Berea-houding
(toetsen!), door het gesprek mét en respect vóór elkaar, door enthousiasme én
bescheidenheid. Leer-gemeenschap
Laten we de onderlinge bijeenkomsten niet nalaten (Hebr.10:25): met de hele gemeente, met gespreks- of bijbelkringen, het onderlinge contact. En persoonlijk: “Zoekt de dingen
die boven zijn…; laat het woord van Christus rijkelijk in je wonen, zodat je
elkaar in alle wijsheid leert en terechtwijst” (Kol.3:1+16). Tot slot: Bijbelstudie….moeten?, werken?, meer vragen dan
antwoorden? Nee! ·
De
Heere God stimuleert ons om van het Hemels Brood te
eten! Hij dwingt ons niet, maar je moet het absoluut niet normaal gaan vinden
als je dit welgemeend advies naast je neerlegt! ·
Wij
verlangen! Ik wel tenminste. Een boek zoals de
Bijbel, daar is er maar één van! Uitdagend, spannend, confronterend, voedend,
onuitputtelijk, ontmoedigend dik maar eigenlijk veel te dun. Probeer het
maar. Hemels Brood smaakt naar
meer! “Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot
lering, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing in de
gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij en tot alle werk volkomen
toegerust (2Tim.3:15-17)! |