|
Perzische koningen en de
Bijbel |
|||
|
|
|||
|
Index Reconstructieperikelen
Namen
van Perzische koningen vanuit het boek Ezra
Ezra, Nehemia en Arthasasta
Koning
Ahasveros uit het boek Esther
Darius de Meder
Beknopt
overzicht
Reconstructieperikelen
In de
bijbelboeken die zich afspelen rondom de ballingschap en de daarop volgende
wederopbouw van het Joodse land, worden verschillende Perzische koningen
genoemd. Het is een hele puzzel
om de koningen die in de Bijbel genoemd worden te
koppelen aan de koningen die in buitenbijbelse bronnen genoemd worden. Feiten
lijken elkaar soms tegen te spreken. Maar ook de buitenbijbelse bronnen geven
spreken elkaar vaak tegen. De Egyptische astronoom Ptolemy
(2e eeuw na Chr.) heeft een overzicht (canon) gemaakt van de
Perzische koningen vanaf Kores t/m Alexander de Grote. Meerdere geschiedschrijvers, waaronder ook Josefus, spreken
echter de juistheid van deze overlevering tegen. Bij de reconstructie van
een lijst met koningen spelen niet alleen de beschikbaarheid, maar ook de
weging van bronnenmateriaal een grote rol. Nog steeds worden er nieuwe
documenten ontdekt, waardoor soms ‘puzzelstukjes op zijn plaats’ vallen. Niet
in elke verhandeling worden echter dezelfde bronnen gebruikt, vaak omdat
bepaalde bronnen in een bepaalde tijd nog niet bekend waren. Daarnaast speelt
ook de erkenning van het waarheidsgehalte van een bron een grote rol. Net
zoals bij Ptolemy, is ook het werk van Josefus omstreden. Ik wil me niet te veel
wagen op dit terrein, omdat ik geen historicus ben, maar beperk mezelf tot het weergeven en koppelen van de namen van
Perzische koningen vanuit de boeken van Ezra, Nehemia, Esther en Daniël en een poging om helder te krijgen wie Darius de Meder was. Namen van Perzische
koningen vanuit het boek Ezra
In Ezr.1:1-2
lezen we over Kores, koning van Perzië,
die de Joden terug laat gaan naar hun land. De opbouw van het land wordt
echter gedwarsboomd door de lokale bevolking (o.m.
de Samaritanen). Er worden bezwaarschriften ingediend bij de Perzische
heersers. In Ezr.4:5 wordt duidelijk dat deze
tegenstand duurde tot aan het koninkrijk van Darius,
koning van Perzië, onder wiens
regering de wederopbouw van de tempel voltooid werd (Ezr.6:15).
Voordat het zo ver is lezen we nog over een brief aan Ahasveros
(Ezr.4:6) en Arthasasta (Ezr.4:7). Ook Darius krijgt een
brief (Ezr.5:5-6). In Ezr.6:14-15
wordt een opsomming gegeven van drie koningen die zich bemoeid hebben met de
wederopbouw: Kores, Darius
en Arthasasta, koning van Perzië.
Vanaf Ezra 7 wordt alleen nog geschreven over Arthasasta, de koning van Perzië
(Ezr.7:1). Dat ook deze koning in relatie staat tot
de verdere opbouw van de Joodse samenleving en eredienst, blijkt uit Ezr.6:14, waar hij genoemd wordt na Darius.
Arthasasta, de koning van Perzië,
is daarom ook een ander dan de Arthasasta die in Ezr.4:7 genoemd wordt. We kunnen uit het boek Ezra het volgende rijtje koningen afleiden: ·
Kores, koning van Perzië ·
Ahasveros ·
Arthasasta ·
Darius, koning van Perzië ·
Arthasasta, koning van Perzië. Ezra, Nehemia en Arthasasta
Ook in het boek Nehemia wordt geschreven over de wederopbouw van het
land, door de teruggekeerde ballingen. Nehemia
krijgt toestemming om naar zijn vaderland te gaan van Arthasasta
(Neh.2:1). Uit alles blijkt dat
er van de wederopbouw tot dan toe nog weinig terecht gekomen is (Neh.1:3; 2:3). De Arthasasta
waarover hier gesproken wordt, moet daarom wel degene zijn waarover ook in Ezr.4:7 geschreven wordt, omdat op dat moment de
tegenstand van de Samaritanen nog bestaat (Neh.4-7).
In het boek Nehemia wordt verder de herbouw van de
stad Jeruzalem beschreven. Ezra verschijnt pas op
het toneel (Neh.8) als ook de steden weer
bewoonbaar zijn (Neh.7:73). Hij komt in Jeruzalem
aan in het zevende jaar van Arthasasta, koning van Perzië (Ezr.7:8-10) en houdt
zich bezig met het herstel van de eredienst, zoals ook beschreven wordt vanaf
Ezra 7. Zowel Ezra
als Nehemia worden dus gestuurd (of krijgen
toestemming van) een koning die Arthasasta heet,
maar niet van dezelfde. Nehemia krijgt toestemming
van een koning die Arthasasta heet (zeer waarschijnlijk
dezelfde als in Ezr.4:7) en Ezra
wordt gestuurd door Arthasasta, met toenaam ‘koning
van Perzië’. Koning Ahasveros
uit het boek Esther
Alle historici zijn het er
over eens dat de Ahasveros die in het boek Esther een hoofdrol speelt, niemand minder is dan de
bekende koning Xerxes (485-465), zoon van Darius I Hystaspis. Esther behoorde tot de achtergebleven Joodse ballingen en
woonde samen met haar oom in Susan, de oude
hoofdstad van Elam (in het noorden / noordoosten
van Babylonië), in een gebied wat ook door de
Perzen was veroverd. De Bijbel spreekt nog op
twee andere plaatsen van een koning die Ahasveros
heet. In Dan.9:1 wordt gesproken
over Ahasveros, de vader van Darius
de Meder. Het bestaan van deze vader, maar in nog
meerdere mate dat van zijn zoon, stellen de historici voor raadsels. Hier wil
ik zo op terug komen. Ook
in Ezr.4:6 komt de naam van Ahasveros
voor. Hij ontvangt een bezwaarschrift tegen de wederopbouw van het Joodse
land. Sommigen denken dat de Ahasveros uit Ezr.4:6 de zelfde is als Cambyses.
Dat zou niet ondenkbaar zijn (zie het overzicht aan het einde). Darius de Meder
In het boek Daniël wordt op enkele plaatsen gesproken over Darius de Meder: 6:1 Darius de Meder
was 62 jaar oud toe hij het koningsschap kreeg. 6:29 Darius de Meder, voorloper van Kores de Perziaan 9:1 Darius de zoon van Ahasveros, uit het geslacht van de Meden, die
koning geworden was over het koninkrijk van de Chaldeeën. 11:1 Daniël als
helper van Darius de Meder
in diens eerste jaar. Darius de Meder kan, gezien de
jaartelling, niet dezelfde zijn als de bekende Perzische koning Darius (I Hystaspis), die
leefde van 521 tot 486. Het koninkrijk Babel (ofwel
het rijk van de Chaldeeën) werd namelijk al voor diens tijd, in 539,
overgenomen door de Perzen. Omdat hoofdstuk 6 begint
met de verwijzing naar Darius de Meder die het koningsschap krijgt, lijkt hij in eerste
instantie de eerste koning van de Meden die heerst over Babel.
De verwarring lijkt nog groter te worden als we
lezen dat Cyrus, volgens dezelfde bronnen, het
koninkrijk Babel verovert
op koning Nabonidus. In Dan.5:28-30 wordt echter
verteld dat Belsazar de laatste koning van Babel is. We kunnen deze tegenstrijdigheid echter
gemakkelijk oplossen, omdat algemeen bekend is dat Belsazar
als laatste koning van Babel regeerde namens zijn
vader Nabonidus (556-539), die vaak afwezig was in
verband met buitenlandse reizen. Oude bronnen geven aan dat Belsazar zo’n 10 jaar lang
geregeerd heeft. Er zijn ook kleitabletten met eedsformules gevonden, waaruit
blijkt dat Belsazar koninklijke rechten uitoefende.
Ook uit de belofte die Belsazar doet aan degene die
het gezicht uitlegt (Dan.5:7), zou je kunnen afleiden dat Belsazar
namens zijn vader geheerst heeft. Met de eerste heerser zou dan Nabonidus bedoeld zijn, met de tweede Belsazar
zelf en met de derde de uitlegger van het gezicht. Belsazar was dan ook niet de echte zoon van Nebukadnezar (Dan.5:2+18), maar waarschijnlijk via
moederszijde verwant. De koningin die in 5:10 genoemd wordt is waarschijnlijk
de koningin-moeder, omdat de vrouwen en bijvrouwen al apart genoemd worden
(5:2). Wie was Darius
de Meder? Josefus zegt
dat Darius de Meder
dezelfde is geweest als Kores. Kores
zou deze naam eerder gedragen hebben als koning over de Meden en pas na zijn
verovering van het complete rijk deze naam hebben laten vallen. Sommigen denken dat Darius de Meder dezelfde is als
Gobryas, een generaal van Kores,
die onder de naam Darius korte tijd Babylon bestuurd zou hebben. Kores
zou dan wel zelf de veroveraar van Babel zijn, maar
zou pas jaren later het bestuur op zich genomen hebben. Anderen menen dat Darius de Meder dezelfde is
geweest als Astyagus, en daarmee dus de vader van Kores. Nog steeds worden er
documenten gevonden uit die tijd met daarin nieuwe gegevens. Eén van die
documenten (vrij recent gevonden) lijkt een aanduiding te bevatten voor wie Darius de Meder is geweest. Het
gaat om een tekst van de Griekse schrijver Aeschylus.
Hij geeft de volgende opsomming van Perzische heersers: 1. De eerste Meder.
2. De zoon van de Meder,
die ‘het werk heeft afgemaakt’. 3. Cyrus (dit is dezelfde als Kores) 4. De zoon van Cyrus
(we weten dat dit Cambyses is geweest) 5. Mardis 6. Darius I Hystaspis van Perzië 7. Xerxes
Volgens Aeschylus
heeft de tweede heerser, de zoon van de Meder, het
werk afgemaakt. Uit Dan.5:31 (een tekst die wel in de KJV genoemd wordt*)
blijkt, dat Darius de Meder
(ofwel: uit het geslacht van de Meden) de macht krijgt over het Babylonische
rijk na de val van Babel. Wat zijn precieze rol was
bij de verovering van Babylon, valt hier moeilijk
uit op te maken. Dat in hem de Medische macht tot een hoogtepunt raakte, is
volgens Dan.6:1-2 aannemelijk. Zo voltooide hij inderdaad het werk van zijn
vader (en diens voorouders), die al veel eerder de strijd met Babel hadden aangebonden. * Dan.5:31 (KJV) ‘And Darius de Median took the kingdom, being about
threescore and two years old.’ ‘Met
threescore and two’ wordt
de leeftijd van 62 jaar bedoeld. Zoals gezegd is Darius I Hystaspis van Perzië de bekendste drager van de naam Darius. De geschiedenis kent ook nog Darius
II Nothus van Perzië
(424-404) en Darius III Codomannus
(336-331). De laatstgenoemde werd door Alexander de
Grote verslagen bij Issus in 333 en bij Arbéla in 331. Over welke Darius
gesproken wordt in Neh.12:22 bestaat nog steeds
onduidelijkheid. Als we aan Darius de Meder een eigen
identiteit toekennen, nemen we afstand van de breed gedragen visie dat Darius de Meder en Kores dezelfde zouden zijn. Ik heb daar, gezien Dan.6:29,
geen moeite mee. Ook uit het onderstaande zal dit blijken. Ook al hebben
we nu mogelijk een idee van wie Darius de Meder geweest kan zijn, daarmee zijn niet alle vragen
opgelost. Als we de bijbelse gegevens voor waar houden (en dat is mijn
intentie), heeft dit gevolgen voor de plaats van koning Kores
is de chronologische overzichten. Kores wordt ons
gepresenteerd als een koning die in 559 vorst van de Perzen wordt. Hij is op
dat moment nog vazal van een Medische vorst, maar weet zich onder dit juk uit
te werken. In 550 wordt hij koning van de Meden en de Perzen en hij regeert
over dit rijk tot zijn dood in 530. De val van Babel
wordt gezet op 539 voor Christus. De terugkeer van de Joden, in opdracht van
koning Kores, eveneens. Met dit laatste feit lopen
we opnieuw aan tegen een probleem. In Ezra 1:1 e.v.
staat namelijk dat Kores tijdens zijn eerste
regeringsjaar de Joden terug laat gaan. Wat moeten we nu geloven? Ik denk dat we enkele zaken
in het oog moeten houden als we de tegenstellingen tussen al deze feiten
willen minimaliseren. 1. Als er gesproken wordt over het eerste
(Ezr.1:1) of het derde (Dan.10:1) regeringsjaar van
Kores, over welk rijk wordt er dan gesproken?
Denken we aan het eerste of derde regeringsjaar van zijn periode als koning
van de Perzen of van Meden en Perzen, dan komen we in de knoop. Betrekken we
deze tijdsaanduidingen op de periode waarin Kores
over het grote Medo-Perzische rijk (incl. Babel) regeert, dan ziet het plaatje er al heel anders
uit. Ik zie ruimte voor deze verklaring vanwege het volgende. 2. Het lijkt mij dat Daniël
in zijn boek een weergave geeft vanuit zijn belevingswereld; en in het
bijzonder vanuit zijn functie aan het hof. Van meet af aan heeft hij verkeerd
aan het hof van achtereenvolgens Nebukadnezar,
diens opvolgers waarvan als laatste Belsazar, Darius de Meder en Kores (6:29). Vanwege zijn hoge functie was hij nauw
betrokken bij zowel de gaande als de komende heersers. We moeten bedenken dat
Daniël geen historicus was en dat het niet zijn
opzet was om een historisch werk te schrijven. Zijn boek is een profetisch
werk, wat historische feiten bevat, die beschreven zijn vanuit de beleving en
niet vanuit het gezichtspunt van een buitenstaander die de opzet heeft om een
chronologisch overzicht van diverse koningen te maken. Pas in 539 veroveren
de Meden en Perzen het Babylonische rijk en ook in dat zelfde jaar begint de
terugkeer van de Joden. De twee genoemde tijdsaanduidingen
(Ezr.1:1; Dan.10:1) moeten dus wel op de regering
van Kores over Babel
gaan. Vanaf 539 was deze Kores de koning
waarmee Daniël te maken kreeg. Vanaf dat moment was
hij ook een koning die geschiedenis schreef vanwege dit belangrijke
wapenfeit. Vanaf dat moment was hij ‘in the picture’.
Blijkbaar heeft ook Ezra vanuit dit gezichtspunt
geschreven. Ook in Dan.5:31 en 6:1 zien we een voorbeeld van dit
gezichtspunt. Welk koninkrijk ontving Darius de Meder op de leeftijd van 62 jaar? Het koninkrijk waarbij
vanaf dat moment ook Daniël hoorde: het grote Medo-Perzische rijk, waarin Babel
vanaf dat moment opgeslokt werd. In dat rijk geeft hij Daniël
een hoge plaats (6:3) en in dat rijk staat Daniël
ook deze vorst in zijn eerste regeringsjaar terzijde (11:1). 3. Regeringsjaren van koningen vallen
zelden gelijk met kalenderjaren. Voor beide heersers van het grote Medo-Perzische rijk, Darius de Meder en Kores de Perziaan, kunnen de eerste regeringsjaren in het
‘kalenderjaar 539 vallen. Daarbij moeten we dan gelijk constateren dat de
regering van Darius de Meder
over dit grote rijk van korte duur is geweest. Volgens de geschiedenisboeken
werd Kores in 550 koning over de Meden en de
Perzen. Omdat diezelfde boeken nergens spreken over Darius
de Meder, kunnen we, met de Bijbel in de hand,
stellen dat er blijkbaar informatie uit die tijd zoek is. Waarschijnlijk is Kores dus veel later koning over zowel de Meden als de
Perzen geworden en heeft de regeringswissel met Darius
de Meder plaatsgevonden in het jaar 539, het jaar
waarin ook Babel voorgoed overwonnen wordt. Het is
goed mogelijk dat het getouwtrek tussen de Meden en de Perzen over de
alleenheerschappij geduurd heeft tot in 539 en dat Darius
de Meder kort na zijn glorieuze overwinning op Babel het onderspit heeft moeten delven van Kores. Misschien vinden we in Dan.11:1 een kleine
aanwijzing die dit bevestigt. Daniël ontvangt de
profetie die in hoofdstuk 10-12 beschreven wordt tijdens het derde
regeringsjaar van Kores (10:1). De man, met linnen
bekleed, die hij in het gezicht ziet, is verwikkeld in een strijd met de
vorst van het koninkrijk van de Perzen (vers 13-14, 20). De vorst Michael staat hem echter in die situatie terzijde (vers
13, 21). In hoofdstuk 11:1 wordt gezegd dat Daniël Darius de Meder in diens eerste
jaar ter zijde stond. Ik beschouw 11:1 niet als een tijdsaanduiding voor de
profetie die in hoofdstuk 11 beschreven wordt, maar als een vergelijking met 10:21.
Zoals Michael de helper is van de man in het
gezicht, is Daniël de helper van Darius de Meder. Zou het niet
zo kunnen zijn dat de bijstand die Daniël aan Darius de Meder moet geven,
eveneens te maken heeft met de strijd tegen die zelfde vorst van Perzië? Het is niet ondenkbaar dat Darius
in dat jaar, met de hete adem van Kores in zijn
nek, een beroep heeft gedaan op zijn wijze ‘eerste man’. Een historicus zal me na
deze speculaties zeker verwijten dat dit giswerk van weinig waarde is.
Anderzijds zal iedereen die de Bijbel voor waar aanneemt, begrijpen dat hier
een principiële keuze gemaakt moet worden. In ene hand hebben we de Bijbel,
waarin God aan het woord is. Zijn Woord is waarheid. In de andere hand hebben
we de beschikking over een schat aan historische informatie, die nog steeds
aangevuld wordt, naarmate meer bronnenmateriaal beschikbaar komt. Voor mij is
de keus dan niet moeilijk meer. Niet de beschikbare (en nooit complete)
informatie over Kores moet hier als maatstaf
genomen worden, maar de gegevens die de Bijbel ons geeft. Samenvatting ·
Nebukadnezar regeerde over Babel van
604-562. ·
Belsazar is de laatste koning van Babel, namens Nabonidus, die regeerde van 556-539. Belsazar
regeerde 10 jaren, tot de val van Babel. ·
Het
Babylonische rijk gaat in 539 over in handen van de Meden, die op dat moment
geregeerd worden door Darius de Meder. ·
In
dat zelfde jaar gaat rijk over in handen van Kores
de Perziaan, en spreken we verder van het Medo-Perzische rijk, waarvan ook Babel
deel uitmaakt. Beknopt overzicht
In het onderstaande
overzicht voeg ik de informatie over de Perzische koningen samen. De namen
waarvan de overeenkomst (naar mijn mening) aangetoond is, zijn vetgedrukt
naast elkaar weergegeven. In de tussenliggende vlakken zijn de namen
weergegeven waarbij niet direct een koppeling gemaakt kan worden. |
|||
|
Aeschylus |
Ezra, Nehemia |
Esther |
Daniël |
|
|
|
|
|
De eerste Meder
|
|
|
Ahasveros (9:1) |
|
|
|
|
|
De zoon van de Meder
|
|
|
Darius de Meder (Dan.5:31;
6:1; 9:1; 11:1) |
|
|
|
|
|
|
Cyrus / Kores |
Kores (Ezr.1:1-2) |
|
Kores de Perziaan (Dan.6:29) |
|
|
|
|
|
|
Cambyses Mardis (Smerdis) |
Ahasveros (Ezr.4:6) Arthasasta (Ezr.4 :7 + Neh.2:1 ?) |
|
|
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
Darius I Hystaspis van Perzië |
Darius, koning van Perzië (Ezr.4:5; 6:14-15) |
|
|
|
|
Arthasasta, koning van Perzië (Ezr.6:14; 7:1) |
|
|
Xerxes
|
Ahasveros (Est.1:1) |
|
|
|
|
|
|
|