Tot rust komen

Vakantie, een periode om even uit te rusten. Even bijkomen. Afstand nemen. Nieuwe plannen maken. Na de vakantie een nieuwe start maken…

 

Re-creëren in de meest letterlijke zin. Opnieuw gevormd worden. Ge-re-formeerd of her-vormd worden…

 

Heel verschillend hoe mensen rust zoeken.

Ver weg of dichtbij. Omgeven door luxe of lekker simpel.

 

Op vakantie gaan is echter niet het zelfde als tot rust komen.

Je neemt namelijk jezelf mee. En niet zelden ben je zelf de grootste bron van onrust.

Denk eens aan al die opgebouwde stress van de afgelopen maanden; aan de drukte die je opleiding of je werk met zich mee brengen; aan zorgen; aan de onrust die je nu al weer in je lijf hebt vanwege nieuwe plannen…

Het is opvallend dat ook steeds jongere mensen last krijgen van de drukte van het leven. Jonge kinderen moeten vaak al zoveel.

 

Tot rust komen begint van binnen.

 

Er is een tekstplaats in de Bijbel waar Jezus de mensen eigenlijk verdeelt in twee groepen: mensen die geen rust hebben en mensen die wel rust hebben. Je hoort bij een van de twee.

 

Lezen: Mattheüs 11:28-30

 

Alle mensen die Jezus volgden, kwamen op de een of andere manier bij Hem terecht, via zorgen, ziekte, ongeloof. Al die dingen maakten hen moe en drukten als een last op hen.

Om rust te krijgen, moesten ze allemaal iets aan Jezus ‘geven’: iets loslaten (Zacheüs), iets in  de openbaarheid brengen (de vrouw die al 12 jaar bloed vloeide), je vertrouwen aan Hem geven (sta op en wandel). Jezus bekeek de mensen om Hem heen met andere ogen; Hij zag het probleem wat ze van binnen hadden. Van Zijn volksgenoten zei Hij dat ze schapen waren zonder herders. Geboden waren er genoeg, maar rust zo weinig.

 

Vraag jezelf eens af wat jou in die tijd bij Jezus gebracht zou hebben?

Soms hoor je mensen zeggen dat ze, als ze in die tijd geleefd zouden hebben, absoluut naar Jezus gegaan zouden zijn. De werkelijkheid was anders: het gros van de mensen had Jezus niet nodig voor dat waarvoor Hij echt gekomen was.

Zou jij in die tijd bij Hem aangeklopt hebben? En waarvoor zou je Hem dan nodig gehad hebben?

Laten we deze vraag eens naar het heden halen: Wat heeft jou tijdens je leven bij Jezus gebracht? Of is dat nog nooit het geval geweest? En waarom dan niet?

Wat kun je als mens lang blijven spartelen. Denk eens aan de levensverhalen van Augustinus (‘Mijn hart komt tot rust als het rust vindt bij U’) of Luther (‘De rechtvaardige zal door geloof alleen leven’). Het is vaak zo moeilijk om toe te geven dat je het niet alleen kunt…

 

‘Vermoeid en belast’; misschien is dat niet het etiket wat je op jezelf zou willen plakken.

Je ervaart jezelf niet zomaar als ‘vermoeid en belast’. De Farizeeërs in Jezus’ tijd waren zo belast als het maar kon door hun wetten en drang om voor God te presteren, maar ze zagen dat probleem niet. Je moet er ogen voor krijgen…

In eerste instantie kunnen we bij een last denken aan dingen die je echt als last kunt ervaren: (toen) de last van de wet, ziekte, zonde, armoede… Jezus’ dagen waren grotendeels gevuld met het helpen van mensen die om allerlei redenen bij Hem aanklopten. En het mooiste is dat Hij niemand afwees; geen probleem was voor Hem te groot. Daarvoor was Hij immers ook gekomen (Matth.11:5 + verwijsteksten). Jezus nam overigens na zo’n intensieve werkdag altijd ‘stille tijd’ om tot rust te komen bij Zijn Vader.

 

Het woord ‘belast’ verwijst echter ook naar het woord ‘ballast’.

Je kunt jezelf niet belast voelen, maar dat wil nog niet zeggen dat je zonder ballast bent.

Niet altijd ben je jezelf bewust van de dingen die je draagt, of beter gezegd: meesleept. Denk eens aan de rijke jongen die bij Jezus kwam en Hem wilde volgen. Jezus maakte Hem er op attent dat er één ding was wat hem belemmerde om Hem te volgen: zijn rijkdom.

Hoe makkelijk kun je onbewust gebukt gaan onder de last die je elke dag maar meesleept: je carričre, bezittingen, je drang om iemand te zijn, het dagritme waarin je leeft, de claim die het leven in deze maatschappij op je legt. Het is veelzeggend dat veel mensen tegenwoordig te kampen hebben met burn-out. De jachtige maatschappij jaagt ons hart op en eist haar tol. Waar zit de rem en wie trekt er aan de rem? Wie het tempo niet meer aankan, moet afhaken.

Ook steeds meer jongeren zien het in deze tijd niet meer zitten en stappen uit het leven.

 

Jezus koppelt ‘rust krijgen’ aan ‘komen tot Hem’. Daarmee geeft Hij aan dat iedereen die niet tot Hem komt nog steeds met zijn eigen last zeult.

Dit feit kan ons helpen om onszelf bewust te worden van hoe het er op dit moment met ons voor staat.

Durf jezelf vandaag eens de vraag te stellen: Is er iets in mijn leven wat het zwaar maakt? Of: Is er iets wat mij ervan weerhoudt om Jezus echt te volgen en dagelijks tot Hem te gaan?

Is je antwoord op één van beide vragen ‘ja’, dan heeft Jezus het op dit moment tegen jou.

 

Wie tot Jezus gaat, krijgt allereerst rust. We moeten die rust niet gelijk stellen aan dat wat we hier in dit aardse bestaan doorgaans als ‘rust’ benoemen.

Je zult de gevolgen van de zonden blijven meemaken.

Maar je krijgt ook: blijdschap, vrede met God, hoop, vertrouwen.

De rust die Jezus je geeft is niet te vergelijken met het mooiste wat je in een leven zonder Hem kunt meemaken.

En dat is maar goed ook, want daarom kan het niet zomaar afgepakt worden. In Kol.3:1-3 wordt gesproken over je leven wat ‘met Christus verborgen is in God’ en in Fil.4:6-7 lezen we over een ‘vrede die alle verstand te boven gaat’.

 

Wat kan een vakantie op deze manier een goede vakantie worden, ook al is hij naar je idee te kort!

 

Er valt over deze teksten veel meer te zeggen, maar hierbij wil ik graag afsluiten met een accent op het eerste woordje van onze tekst: Kom! Alles wat Jezus je te geven heeft staat of valt met dit woord: Kom.

 

Er is Iemand die je uitnodigt, Iemand die naar je verlangt; Iemand die je hart kan vullen zoals het door niets en niemand anders gevuld kan worden.

Maak van het ‘komen’ niet iets ingewikkelds, maar denk aan woorden als: doen wat Hij vraagt, luisteren naar Zijn stem, contact maken, uitspreken van wat je bezig houdt (zingen, bidden).

Besef dat God door Zijn Geest heel dicht bij je is, bereid om je te helpen.

 

We lezen tot slot Hebr.4:7-16.

 

Kom tot Hem, voor het eerst of opnieuw.