Aantekeningen bij Kolossenzen 3 en 4

Kolossenzen 3:1-17

 

Inleiding

In de eerste twee hoofdstukken van de brief aan Kolosse krijgen we te maken met de basis van het leven met de Heere. In de laatste twee hoofdstukken krijgen we onderwijs over de praktijk van het leven van Christus.

Kennis over de basis is al een zegen op zich, maar het zal ons niet verder helpen als we niet bereid zijn om ons hele leven aan de Heere over te geven. ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?’ Kennis en ervaring staan nog een heel stuk van elkaar af, hoewel ze ook weer niet zonder elkaar kunnen bestaan. De kennis gaat leven in de praktijk en de ervaring heeft de kennis nodig als leidsman.

 

Hoofdstuk 3 begint met het veelzeggende woordje ‘indien’. Dit woordje laat ons vooruit, maar ook achteruit kijken. ‘Als dit en dat inderdaad bij jou gebeurd is, doe dan…’ 

Het is net als het gebruik van een autospiegel: voordat je een belangrijk voorwaartse manoeuvre doet, kijk je in je achteruitkijkspiegel, voor de veiligheid. Een ander beeld: rugdekking zoeken, voordat je het onbekende tegemoet gaat. Eerste het ene en dan het andere. Eerst WHJD for me en dan WWJD of beter: What Shall I Do?

 

Heiliging zonder rechtvaardiging is onmogelijk. Rom.8:8. Sommigen proberen dat wel. De duivel wrijft zich in zijn handen als wij over radicaliteit beginnen. Als je namelijk op de verkeerde manier met dit thema omgaat, bereik je juist het tegenovergestelde: teleurstelling, moedeloosheid, soms zelfs onverschilligheid. Valkuilen:

-          Strijden vanuit je vlees / jezelf willen veranderen, met als gevolg teleurstelling. Blijven leven met het oude Godsbeeld (God als rechter; Hij zal wel dit of dat van me vinden).

-          De vorderingen van levensheiliging willen gebruiken als bewijs voor je rechtvaardiging, terwijl je geloof moet zijn in de feiten, in hoe God je ziet.

 

In je ‘achteruitkijkspiegel’ kijken:

De vorige keer hebben we o.m. nagedacht over 2:12-13.

Is dit werkelijkheid in mijn leven (geworden)? Ben ik gestorven en opgewekt?

 

‘De Bijbel gaat zo hard! Ik kan dat niet zo snel bijbenen. Geef me de tijd…’ Waar(om) blijf je haken? Wat is er dan deze maand wel bij me veranderd?

 

‘Ja, ik mag het weten….’ Vrijmoedig spreken over God mag altijd! Hoe weet je het zo zeker? Kun jij vrijmoedig getuigen?

 

Kol.1:13. Nog even de verandering van het ene naar het andere koninkrijk in het kort: het is een bevrijding uit de gebondenheid en gevangenschap van de zonde en de duivel. Een christen is een ex-gevangene…maar wel een bijzondere…

-          een ex-gevangene kent de vrijheid nog van vroeger; voor een christen breekt een compleet nieuw leven aan.

-          een ex-gevangene heeft geen straf meer, maar blijft wel een strafblad houden. Wij niet.

-          een ex-gevangene heeft zelf zijn straf uitgezeten en voldaan aan de eis, maar voor ons heeft er iemand anders betaald , zodat wij vrijuit kunnen gaan.

-          een ex-gevangene kan opnieuw in gevangenschap, maar een christen is definitief verlost uit de gebondenheid van het oude leven.

 

1Kor.2:9. Wat blijft er dan anders over dan verwondering?

 

Verwondering, praise & worship, het is allemaal goed en bijbels, maar God vraagt van ons ook beweging.

Een nieuw leven vraagt een nieuwe inrichting van dat leven, een nieuwe oriëntatie. IK KAN NIET DEZELFDE BLIJVEN! Wat is er in mijn leven veranderd?

Wat vraagt God nu van mij? Wat niet (2:20-23) en wat wel?

Gered zijn is fijn, maar niet alles! Je hebt gezocht (en gevonden), maar je staat ook als christen weer aan het begin van een levenslange zoektocht.

 

Vooruit gaan is misschien wel net zo moeilijk als ‘op zoek zijn’. Israël verwachtte al eeuwen de Messias en toen Hij eindelijk kwam, bleven ze stilsstaan en/of ze draaiden zich om.  Luk.14:25-33.

 

Studie van het tekstgedeelte

 

Vers 1-4

1. Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.

2. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn (3) want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.

4. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

 

STAP 1: weet wie je bent.

WIE ben ik in de Heere Jezus?

Het ‘zoeken naar de dingen die boven zijn’ is volgens vers 1 en 2 een gevolg van dat wat er met je gebeurd is op het moment dat je burger van het koninkrijk van Christus bent geworden.

 

Vers 1: Indien (oorzaak) – zo zoekt (gevolg)…

Vers 2: Bedenkt (gevolg) – want (oorzaak)…

 

IK KAN NIET DEZELFDE BLIJVEN!

Een nieuw leven vraagt een nieuwe inrichting van dat leven, een nieuwe oriëntatie.

 

Wat moet ik dan zoeken? Hoe moet ik zoeken? Wat heb ik daar eventueel voor nodig?

 

STAP 2: weet waarnaar je op zoek moet.

WAT moet ik zoeken?

Als je wilt wat ‘zoeken naar de dingen van boven’ is, moet je eerst weten wat ‘boven’ is. Zoeken is niet alleen een ‘zich uitstrekken naar’, zonder te weten naar wat. Het is een levenshouding met een doel.

 

Wat bedoelt Paulus met ‘boven’?

 

Ef.1:3 Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.

 

BOVEN = de plek waar je gezegend bent.

 

Ef.2:5-7. Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met  Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), (6) En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in  Christus Jezus; (7) Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom  Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

 

BOVEN = onze positie met de Heere Jezus.

 

BOVEN = een onzichtbaar iets: zegeningen, verbondenheid met de Heere Jezus.

Het leven met de realiteit van het BOVEN vraagt dus allereerst geloof.

 

a. Je hebt geloof nodig.

 

Hebr.11:1. Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.

 

Als je niet gelooft dat iets kan, waarom zou je dan jezelf daarnaar uitstrekken?

 

Hebr.11:6. …Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

 

Zonder dat je geloof hebt, valt er op het terrein van heiligmaking ook niets te zoeken.

 

b. Je hebt ook inzicht nodig.

 

Kol.1:9-12. Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden  voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand; (10) Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid,  in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God; (11) Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid,  tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap; (12) Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben  in de erve der heiligen in het licht;Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke  zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid  van Zijn erfenis in de heiligen;

 

Ef.1:15-18. Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere Jezus, dat onder  u is, en de liefde tot al de heiligen, (16) Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden; (17) Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid,  u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis; (18) Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke  zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid  van Zijn erfenis in de heiligen;

 

Vervuld worden met de kennis van Gods wil heeft als gevolg dat je gaat weten wat je rijkdom is en daar ook voor gaat danken. Voor het verkrijgen van deze dingen moeten we bidden.

 

STAP 3: weet hoe je moet zoeken.

HOE moet ik zoeken?

Zullen we het Woord van God laten spreken? Enkele concrete voorbeelden:

 

Kol.2:20-21. Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven,  wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen  belast? (21) Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan.

 

Laat je zelf niet opnieuw belasten door de wetten van deze wereld. Ook onder de naam ‘christelijk’ kan van alles schuil gaan.

 

Fil.3:18-20. Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en  nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn; (19) Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid  is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken. (20) Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker  verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;

 

Leef met je hoofd omhoog en onthoud je van de prut op aarde.

 

Ef.2:8-10. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit  u, het is Gods gave; (9) Niet uit de werken, opdat niemand roeme. (10) Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

 

Je bent gered om de taak van God te volbrengen. Benut de kansen die God je geeft.

 

Ef.3:10-11. Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de  machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods; (11) Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen  Heere;

 

Ef.6:10-13. Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte  Zijner macht. (11) Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de  listige omleidingen des duivels. (12) Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de  overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der  duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. (13) Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan  in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.

 

We hebben een taak in de hemelse gewesten. Laten we onze energie niet verspillen aan de dingen van deze aarde. Dat geldt ook voor het voeren van strijd.

 

Fil.3:14-15. Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende  mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping  Gods, die van boven is in Christus Jezus. (15) Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij  iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren.

 

2Tim.4:7-8. Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb  het geloof behouden; (8) Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.

 

Ga voor de prijs. Wees doelgericht en kritisch. Maak keuzes.

 

Kol.3:16-17. Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en  vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen,  zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart. (17) En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den  Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

 

Strek je uit naar de communicatie met Christus (Zijn Woord); herkauw’ die woorden en deel ze (uit).

 

Een zoekproces

 

Zoeken (vers 1)

Dat betekent dat je niet dat wat je zelf wilt op de eerste plaats stelt, maar dat wat God wil.

Zoeken is een ingrijpend proces. ‘Uw wil geschiede’ / Rom.12:1-2.

Verwar je eigen belangen niet met die van God. Dit is een levenslang durend proces: leven en herbeleven, zien en herzien, overwegen en heroverwegen, worstelen, strijden, vertrouwen dat God weet wat het beste voor ons is.

 

Bedenken (vers 2)

Bedenken gaat verder dan zoeken. ‘Ik ben op zoek…’ een mooi argument om stil te blijven staan. Hier kan niet bedoeld worden dat alles hier op aarde ons koud moet laten (denk aan de dwaling van de mystiek, ascese). Paulus was zelf ook betrokken bij het gebeuren op aarde: Ef.5:15; Fil.2:14-15; Kol.1:6, 1Tim.2:4; de brief aan Filémon (zorg om Onesimus).

Het gaat hier om onze motivatie bij de dingen die we doen. Wat is onze gerichtheid? Waar bouwen we aan? Als het goed is zijn we ambassadeurs van een hemels Vaderland. We hebben een taak op aarde, maar moeten soms ook de aarde laten voor wat het is. Het vinden van een balans is een proces wat tijd vraagt.

 

Het perspectief

Vers 4 laat ons zien wat het perspectief is van een zo’n leven met God: wij zullen met Christus geopenbaard worden in heerlijkheid. Wij kunnen alleen in heerlijkheid met Christus verschijnen als we voor Zijn verschijning een verheerlijkt lichaam van Hem ontvangen hebben.

In Fil.1:21+23 lezen we dat de gelovige na zijn overlijden direct met Christus zal zijn. Dit feit wordt door de Bijbel uit-opstanding (Fil.3:10-11 – niet de opstanding der doden, maar de opstanding uit de doden) genoemd en het is een van de zegeningen voor het Lichaam van Christus. Een gelovige zal direct na het ontslapen door uitopstanding verenigd worden met de Heere Jezus in de hemel.

Het ‘waaruit….verwachten’ (Fil.3:20-21) slaat niet op ‘de hemelen’ maar op ons ‘burgerschap’. Na ons sterven zal ons lichaam een andere vorm aannemen en toegang krijgen tot de hemelen. Daar zal de Vader d.m.v. het Lichaam van Christus de rijkdom van Zijn genade in de hemelen tonen (Ef.2:6-7, 3:10). Als Christus vanuit de hemelen zal verschijnen op aarde, zullen wij met Hem in heerlijkheid verschijnen (Kol.3:4).

 

Samenvatting

 

  1. Weet wat er veranderd is. Weet wie je bent.
  2. Weet waar je naar op zoek moet
  3. Weet hoe je moet zoeken: laat de dingen van de aarde los.
  4. Strek je uit naar dat wat God je wil

 

Fil.4:6-9. Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden  en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; (7) En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw  zinnen bewaren in Christus Jezus. (8) Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat  rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt,  zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; (9) Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt,  doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.leren.

 

Leg alles in Gods handen en laat het daar laten liggen, zodat je zelf je handen vrij hebt om te doen wat God vraagt.

 

Hulp bij het zoeken

 

Ef.4:1 ‘….wandel waardig je roeping’. Hoe lopen we de tocht naar het hemelse vaderland? Houden we onze oude manier van leven aan of kiezen we voor Gods alternatief?

Een gelovige is vrijgelaten uit de gevangenis van menselijke regels en inzettingen. Het nieuwe leven wordt gekenmerkt door zegen (Ef.1:3-14) en vrijheid (Rom.8:2). Dit brengt wel een grote verantwoordelijkheid met zich mee.

 

Hoofdstuk 3 t/m 4:6 geven – gelukkig! – concrete aanwijzingen bij het zoeken naar dat wat boven is.

 

Eerst zijn er richtlijnen voor iedereen en vanaf 3:17 wordt e.e.a. toegespitst op relaties (gezin, werk, mensen in het algemeen).

 

Kol.3:23-24 verwoordt m.i. de hoofdgedachte van al deze richtlijnen voor wat wel en niet zou moeten.

 

Kol.3:17. En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

 

Kol.3:23-24. En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; (24) Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis;  want gij dient den Heere Christus.

 

Doe alles wat je doet van harte voor de Heere: ‘Uw wil geschiede’; bedenkt bij alles wat Zijn belang is bij wat ik doe. Dient het Zijn doel, of mijn doel?

 

Doe het niet voor mensen: Er is er maar Eén aan Wie je verantwoording schuldig bent: Hij is je Koning. Veel zonden die genoemd worden vinden plaats binnen het intermenselijke contact. Het zich bevinden onder de mensen is niet neutraal: het gevaar van het meedoen, het gevaar van de mijding, het gevaar van reactie en overreactie, zichzelf willen bewijzen, etc. Heel veel dingen die we doen hebben te maken met de mensen om ons heen.

 

Net zoals in Kol.3:4 wordt ook in vers 24 de relatie gelegd tussen dat wat je nu doet en de vooruitblik naar het toekomende. De Heere vraagt niet alleen onze volledige toewijding, maar Hij geeft ook alles aan ons, nu in potentie en straks de volledige uitkering.

 

God schiep de voorwaarden (Ef.2:10) en wij moeten onze verantwoordelijkheid kennen en nemen.

Maar wat is daarbij onze maatstaf?

 

-          Is dat ons gevoel? Niets is zo onbetrouwbaar als het gevoel.

-          Moet de Geest daarin het initiatief nemen? Jazeker (Hij doet niets anders, maar Hij dwingt niet), maar we hebben ook zelf verantwoordelijkheid om af te rekenen met de zonde in het vlees. Het doel (Kol 1:10) is dat we God in alles behagen. 1Thess.5:23 staat vermeld na een reeks opdrachten! Zie bijlage over ‘geest in de Efeze-brief’.

-          De centrale vraag is: dient het Christus en de Vader? (vers 17) De toets is het Woord van God, het kader waarbinnen we vrijheid en verantwoordelijkheid hebben om antwoorden te vinden op al onze vragen. Het ontbreken van een direct antwoord kan ook een aanwijzing in zich hebben.

 

STAP A is het doden van het vlees. De basis hiervoor is het feit dat onze oude mens gestorven is (2:12-13).

 

5. Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging (hartstocht), kwade begeerlijkheid (boze begeerte), en de gierigheid (hebzucht), welke is afgodendienst (6) Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid; (7) in dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet (8) Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap (toorn), toornigheid (heftigheid), kwaadheid (kwaadaardigheid), lastering, vuil spreken uit uwen mond.

 

9. Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, (10) En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft; (11) Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.

 

-          Al de concrete zonden die genoemd worden: kappen ermee. Pak jezelf stevig aan. Als God zegt dat het moet, kan het ook!

-          Genoemde zonden zijn alle het tegenovergestelde van liefde (vers 14)

-          Liegen: jezelf beter / anders voordoen dan je bent.

-          De Scythen waren een onbeschaafde volksstam.

-          De ‘nieuwe mens’: ‘nieuw’ = jong, fris en niet ‘nieuwsoortig’.

 

STAP B is het aantrekken van de eigenschappen van het nieuwe leven.

Het gaat om een proces van verruilen van het ene voor het andere. Dat duurt een leven lang, maar het is wel een realiteit. Het feit dat het niet volmaakt zal worden / nooit helemaal zal lukken is (volgens God) geen reden om niet met heiliging aan de slag te gaan.

 

(12) Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; (13) verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.

(14)En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid (15) en de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

 

(16) Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart (17) en al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

 

Doen zoals Jezus Christus met ons doet.

 

Kolossenzen 3:17-4:6

 

De vorige bijbelstudie

 

3:1-2 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn...

Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn

> Weet wie je bent. Laat de dingen van de aarde los. Strek je uit naar dat wat God je wil

 

3:14 En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid…

> Gods liefde (agapè = onvoorwaardelijk, niet-zelfzuchtig) is de Bron waaruit je leeft; deze liefde moet in alles de grondtoon zijn.

 

3:17 En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

> Doe alles ter ere van Jezus; in Zijn gezag en vanuit de gemeenschap met Hem.

 

Studie van het tekstgedeelte

 

Kol.3:5-17

Eénzijdig geformuleerde opdrachten. Vers 5 e.v. niet doen  / vers 12 e.v. wel doen. We zien niet de tegenpartij. De christen heeft te doen wat er staat, ongeacht tegenpartij of omstandigheden.

 

Kol.3:18-4:6

Opdrachten voor specifieke situaties: Huwelijk, Gezin, Maatschappij –werk, Gebed – geestelijke strijd, Getuigenis – omgaan met de naaste. Specifieke situaties, geen bijzondere situaties. Christen zijn in het gewone.

 

1.      Algemene observatie

Waarom zou Paulus juist deze situaties uitgewerkt hebben? Wat vind je van deze teksten? Welke lessen trek je hier uit?  Welke vragen heb je erbij?

 

Vrouwen en mannen – huwelijk

18 Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere.

19 Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.

 

Kinderen en ouders – gezin

20 Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk.

21 Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

 

Werknemers en werkgevers – maatschappij

22 Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. (23) En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; (24) Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus. (25) Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

4:1 Gij heren, doet uw dienstknechten recht en gelijk, wetende, dat ook gij een Heere hebt in de hemelen.

 

Persoonlijke houding – gebed (er is iets in het geding)

2 Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging;

 

Getuigenis (van Paulus)

3 Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben; (4) Opdat ik dezelve moge openbaren, gelijk ik moet spreken.

 

Getuigenis (van ons allen)

5 Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende.

6 Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.

 


2.      Onderwijs

 

We herkennen vast allemaal de neiging om ergens bij deze teksten ‘…ja maar…’ te zeggen. Bepaalde opdrachten zijn (soms) niet zo makkelijk te volbrengen. Het bezig zijn met deze dingen kan best pijn doen…  Sommige mensen zoeken actief naar de grenzen van deze opdrachten. Dwingende kaders passen immers niet meer bij onze maatschappij…

 

Maar waarom behoren deze opdrachten toch bij de ‘huisregels van Gods Koninkrijk’? We zitten hier niet alleen om elkaar te ondersteunen in moeilijke situaties, maar allereerst om elkaar ‘bij de les’ te houden van God.

 

Koppeling met Efeze-brief

Als we dit gedeelte vergelijken met passages uit de ‘spiegelbrief Efeze’ (Ef.4:17-6:20), ontdekken we meer diepte in het gedeelte uit Kolossenzen.

 

Kolossenzen

Efeze

3:1-17

Algemene opdracht / basis: oude - nieuwe mens

4:17-5:21

Algemene opdracht / basis: oude - nieuwe mens

3:18-19

Huwelijk

5:22-33

Huwelijk

3:20-21

Gezin

6:1-4

Gezin

3:22-4:1

Maatschappij -werk

6:5-9

Maatschappij -werk

4:2

Persoonlijke houding - gebed

6:10-18

Persoonlijke houding - wapenuitrusting - gebed

4:3-6

Getuigenis – omgaan met je naaste

6:18-20, 15

Getuigenis – omgaan met je naaste

 

De principes (beelden) die in deze gedeelten verscholen zijn

Wat betreft huwelijk, gezin, werk is het zo dat onze houding in deze dingen een beeld is van - / vergelijkbaar hoort te zijn met - onze houding in het Koninkrijk van God.

 

A. Huwelijk / Christus en Zijn gemeente

Paulus vertelt ons (Ef.5:24-25) dat het huwelijk een beeld is van hoe Christus en gemeente wederzijds met elkaar omgaan.

  • Onderdanigheid van de vrouw aan de man (Kol, Ef) = onderdanigheid van de gemeente aan Christus.
  • Man als hoofd van de vrouw (Ef) = Christus als Hoofd van de gemeente.
  • Liefde van man tot vrouw (Kol, Ef) = onbaatzuchtige, totale liefde van Christus tot de gemeente.
  • Huwelijk (eenwording) van man en vrouw (Ef) = eenheid tussen Christus en de gemeente.

 

Het huwelijk leert mij door ervaring (= gewoon doen) of door ernaar te kijken:

-          Hoe groot de liefde van Jezus Christus voor mij was en is.

-          Dat ik eén ben met Hem en ook volkomen afhankelijk ben van Hem.

-          Dat Hij het voor het zeggen heeft in mijn leven.

 

B. Gezin – opvoeding / discipelschap

  • Gehoorzaamheid van kinderen aan ouders (Kol, Ef) =
  • Positieve toon van vaders t.o.v. kinderen (Kol, Ef) =

Opvallend is het positioneel verschil tussen kinderen en beide ouders, maar de speciale toevoeging voor de vaders. Blijkbaar kunnen vaders hun positie als hoofd ook misbruiken.

 

Waar zou de opvoeding mogelijk op wijzen?

Ik denk dat opvoedingssituatie een beeld is van discipelschap (Ef.6:4; Mt.28:19; 2Tim.2:2)

Het doel van een christelijke opvoeding = zelfstandigheid in het nemen van beslissingen, verantwoordelijkheid kunnen dragen, discipel van Jezus zijn.

De opvoeding binnen het gezin leert mij:

-          Dat gehoorzaamheid en toewijding aan God heel belangrijk zijn.

-          Dat ik zo moet opvoeden als Jezus dat deed: rechtlijnig en motiverend.

-          Dat een discipel weer anderen tot discipel moet maken.

 

C. Werkrelaties / dienstbaarheid

  • Gehoorzaamheid van werknemers aan hun werkgevers.
  • Werknemers moeten doen wat van Godswege hun taak is en het onrecht overlaten aan Hem.
  • Werkgevers moeten hun werknemers rechtvaardig en waardig behandelen.

 

Binnen het Lichaam van Christus zijn er geen verschillen (Kol.3:11). De maatschappij bedient zich echter vaak van andere regels. Bij (werk)relaties tussen mensen met een verschillende positie gaat het ten diepste om dienstbaarheid: Gal.5:13, Fil.2:3.

Het goed omgaan met anderen in deze maatschappij leert mij:

-          Dat ik, als hemelburger, niet toe moet geven aan natuurlijke reacties die het leven hier op aarde bij me oproepen.

-          Dat ik naar anderen toe nederig moet zijn en ook hierin de Heere Jezus navolg.

-          Dat alles wat ik doe niet los staat van het oordeel en het leven hierna.

 

Appèl

God dienen heeft niets met zweverigheid te maken. Het begint in het gewone. Laten we goed bedenken wat we doen als we proberen af te dingen op deze regels. Je omgaan met de ‘aardse’ dingen zou wel eens een illustratie kunnen zijn van je omgaan met de dingen van boven.

 

D. Persoonlijke houding - gebed

Kol.4:2 koppelt bidden allereerst aan volharden (sterk aanhouden). Dat maakt al duidelijk dat bidden niet zomaar iets is wat je doet als het je uitkomt.

De parallel met Ef.6:10-18 (mn. vers 18) laat zien dat bidden nooit mag ontbreken in het leven van een christen. Een hemelburger is immers verwikkeld in de strijd (Ef.6:12) tegen de overheden en machten in de lucht (naar de mensen toe is het onze taak om lief te hebben; maar in de hemelse gewesten moeten we strijden – niet andersom!).

 De geestelijke wapens die door Paulus genoemd worden, zijn geen van alle effectief zonder het gebed.

 

Wie de dingen wil zoeken die boven zijn, ook in de ‘alledaagse dingen’, zal merken dat dit aangevallen wordt. Het is er de duivel alles aan gelegen om die prachtige beelden waarin de basisprincipes van Gods Koninkrijk opgesloten liggen weg te krijgen uit deze wereld. De feiten kan hij niet ongedaan maken, maar wel kan hij de beelden verdoezelen en aantasten. Het is daarom heel erg belangrijk dat we bidden, waakzaam zijn, voorbereid zijn op…

 

Ook het waken met dankzegging is erg belangrijk in onze gebeden. Dat wil zoveel zeggen als: blijf danken! 1Th.5:16-18; Fil.4:6. In al onze gebeden mag de dankzegging niet ontbreken. Dankzeggen te midden van de strijd betekent dat je zicht houdt op de overwinning. Nood en strijd hebben de neiging om je omlaag te trekken. Als je alleen maar op nood en strijd zou reageren met bidden (wat op zich natuurlijk goed is), dan is een bijverschijnsel dat je jezelf erg gaat concentreren op het probleem. Houd in de strijd altijd zicht op het vaandel; je bent in Christus al overwinnaar, ook al ben je volgens aardse begrippen een loser. Het aandoen van je wapens (Ef.6) is ook een voorbeeld van danken, een oriëntatie op de feiten: klem je vast aan de dingen ‘die je van God geschonken zijn’ (1Kor.2:12).

 

E. Getuigenis – omgaan met je naaste

Het bezig zijn met het getuigenis naar onze naaste toe kenmerkt zich zowel in Kol.4 als in Ef.6 door twee zaken:

  • Gebed voor hen die het getuigenis uitdragen
  • Bereidheid om te getuigen

 

Het is opvallend dat Paulus in beide passages geen gebed voor zijn vrijlating, maar voor de voortgang van het getuigenis. Mogen we iets anders verwachten van iemand die ons net heeft uitgelegd wat gehoorzaamheid en toewijding inhouden? ‘Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet wat Ik u gebiede’ (Joh.15:14).

 

Het doorgeven van het getuigenis vraagt gebed:

  • Gebed om vrijmoedigheid: de moed om vrijuit te spreken.
  • Gebed voor het overdragen van een onvervalst en puur evangelie.
  • Gebed om de ‘geschikte gelegenheden’ (Kol.4:5) te zien en te benutten.
  • Gebed om de juiste woorden, woorden die ertoe doen.

 

Opbouw van het tekstgedeelte

Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat de volgorde waarin Paulus deze thema’s behandelt ons wat te zeggen heeft.

 

Bij een eerste, oppervlakkige lezing komt bij mij het onderstaande beeld naar boven: wat vraagt God van mij in relatie tot mijn familie (huwelijk, gezin), werk, duivel, omgeving, naaste…?

 

Qua opbouw zou je kunnen zeggen dat Paulus ons iets laat zien hoe de verhouding tussen ons functioneren in en buiten het gezin zou moeten zijn.

  • Het gezin is de basis voor je werk ‘buiten’.
  • Je kunt niet de mensen met wie je direct te maken hebt passeren en buiten de ‘mooie was’ ophangen.

 

 

Vanuit de geestelijke principes bekeken denk ik dat de volgorde waarin de thema’s uitgewerkt worden ons nog iets meer te zeggen heeft.

 

Er is a.h.w. sprake van een logische opbouw van voorwaarden.

 

Eerst huwelijk, dan gezin

-          Als je een discipel wilt worden, zul je eerst bij de gemeente van Christus moeten horen.

 

Eerst huwelijk en gezin, dan maatschappij

-          Als je echt wilt dienen, zul je eerst moeten leren hoe het er in het gezin van God aan toe gaat.

 

Niet alleen huwelijk en gezin, maar ook onze ongelovige naaste

-          We hebben een verantwoordelijkheid binnen het Lichaam van Christus, maar we hebben ook een taak naar buiten toe

 

Eerst het gebed, dan de taak naar buiten

-          Als we weten wat bidden is, zijn we weerbaar tegenover de duivel en opgewassen tegen de taak om op zijn terrein ‘zielen te winnen’. Laten we niet te simpel denken over de indeling van het universum. Jezus Christus is Kurios over alles (Fil.2:10-11; Op.1:5), maar de duivel is ook nog steeds ‘overste van de macht der lucht’ (Ef.2:2). Achter onze wapenuitrusting zijn we onschendbaar (hoewel defensief), maar daarbuiten zijn we een dankbare prooi van de duivel (Ef.4:27; 1Petr.5:8). Kortom: als we krachtig naar buiten willen treden, moeten we ‘onze zaakjes op orde hebben’.

-          Het gebed is uiteraard in alle ‘fasen’ van het christenleven onmisbaar. Kol.1:9-10 / Ef.6:10,11,13.

 

De begrippen [wedergeboorte, discipelschap, dienstbaarheid, gebed, getuigenis] komen we ook tegen tijdens de bediening van Jezus op aarde. Na het ‘volg Mij!’ trainde Hij de jonge gelovigen in discipelschap. Hij leerde hen wat het belang van dienstbaarheid (Joh.13:14-15) en gebed (Mk.9:29) is. Zo maakte Hij hen klaar (Mt.10) voor de grote evangelisatietaak, die na Zijn hemelvaart zou beginnen (Mt.28:16-20).

 

 

Kolossenzen 4:2-18

 

2 Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging;

3 Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben;

4 Opdat ik dezelve moge openbaren, gelijk ik moet spreken.

 

  • Hoe te bidden?

- Aanhouden / volharden.

- Waken met dankzegging. Dat wil zoveel zeggen als: blijf danken! 1Th.5:16-18; Fil.4:6. Als je alleen maar op nood en strijd zou reageren met bidden (wat op zich natuurlijk goed is), dan is een bijverschijnsel dat je jezelf erg gaat concentreren op het probleem.

  • Paulus vraagt gebed. Je mag gebed vragen voor jezelf aan een ander. Het is belangrijk dat bekend wordt wat de omstandigheden zijn (2:1; 4:9, 4:18) Het doen van voorbede is er belangrijk! 1Tim.2:1-3 ‘Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen…opdat wij een gerust en stil leven mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid. Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen’
  • Tegelijk weten we ook dat hij voor hen bidt en dankt (1:3-, 9-). Ook van Epafras weten we dat hij voor de Kolossers strijdt in de gebeden (4:12)
  • Het is opvallend dat Paulus geen gebed vraagt voor zijn vrijlating, maar voor de voortgang van het getuigenis. Mogen we iets anders verwachten van iemand die ons net heeft uitgelegd wat gehoorzaamheid en toewijding inhouden? ‘Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet wat Ik u gebiede’ (Joh.15:14; Kol.4:7 Tychicus = mede-slaaf). Paulus is gevangen, maar laat zich daardoor niet lam leggen. De omstandigheden negerend, blijft hij zoeken naar mogelijkheden voor de voortgang van het getuigenis. Hand.28:20-31 vertelt ons dat Paulus in Rome als gevangene in zijn eigen gehuurde woning verbleef en daar verder ging met de prediking van het Koninkrijk Gods ‘en lerende van de Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid onverhinderd’.
  • Het doorgeven van het getuigenis heeft bij Paulus ook geleid tot gevangenschap. Hij is bereid om die prijs te betalen voor het doel van Zijn Meester.
  • Het doorgeven van het getuigenis vraagt gebed:

- Gebed voor het ontstaan van mogelijkheden om het Woord door te geven

- Gebed voor het overdragen van het evangelie zoals God het bedoeld heeft

 

5 ¶ Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende.

6  Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.

 

  • Schuw degenen die ‘buiten’ zijn niet. Wandel wel met wijsheid bij hen. Beïnvloeding is niet ondenkbeeldig (2:8, 20-). Bovendien sta je ook in de geestelijke strijd.
  • Ook hier is veel gebed nodig:

- gebed om de ‘geschikte gelegenheden’ (Kol.4:5) te zien en te benutten

- gebed om de juiste woorden, woorden die ertoe doen (vgl. Mk.9:50)

 

7-8 Al mijn zaken zullen u bekend maken:

-          Tychikus, de geliefde broeder, en getrouwe dienaar, en mededienstknecht in den Heere; Denwelken ik tot hetzelfde einde tot u gezonden heb, opdat hij uw zaken wete, en uw harten vertrooste;

-          Onesimus, den getrouwen en geliefden broeder, dewelke uit de uwen is;

Zij zullen u alles bekend maken, wat hier is.

 

  • Tychicus en Timotheüs: Paulus had tijdens zijn gevangenschap best wat gezelschap. Meerdere helpers en vrienden, zoals Epafras en Timotheüs, waren bij hem ter bemoediging of om te helpen, maar ook om berichten over te brengen. Echte vrienden laten je niet in de steek, ook niet als het moeilijk wordt. De brief aan Kolosse is bezorgd door Tychicus en Onesimus (4:7+9). Tychicus bracht wel vaker boodschappen voor Paulus over (Ef.6:21; Tit.3:12; 2Tim.4:12).
  • Onesimus was een weggelopen slaaf van Filemon, die ook in Kolosse woonde. Hij heeft een tijd bij Paulus gewoond en reisde met Tychicus mee terug naar zijn meester. Waarschijnlijk heeft Paulus de brief aan Filemon gelijk aan Onesimus meegegeven. Geef iemand een nieuwe nieuwe kans (Fm.8-)

 

Groeten

 

10-11 U groeten:

-          Aristarchus, mijn medegevangene

-          Markus, de neef van Barnabas, aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot u komt, ontvangt hem

-          Jezus, gezegd Justus,

welke uit de besnijdenis zijn; deze alleen zijn mijn medearbeiders in het Koninkrijk Gods, die mij een vertroosting geweest zijn.

 

12-13 U groet:

-          Epafras, die uit de uwen is, een dienstknecht van Christus, te allen tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat gij staan moogt volmaakt en volkomen in al den wil van God. Want ik geef hem getuigenis, dat hij groten ijver heeft over u en degenen, die in Laodicea zijn, en degenen, die in Hiërapolis zijn.

 

14 U groeten:

-          Lukas, de medicijnmeester, de geliefde (- arts)

-          Demas

 

  • Aristarchus: een Macedoniër uit Thessalonica (Hd.19:29; 27:2). Markus: de Markus uit Hd.15 en Kol.4 zouden dezelfde kunnen zijn, te meer omdat beide mannen Barnabas goed kenden. Waarschijnlijk is hij ook de evangelieschrijver. Justus: De Justus uit Hd.1:23 en hd.18:7 zijn waarschijnlijk niet dezelfde. De éen woonde in Jeruzalem en de ander in Korinthe. Met degenen ‘die uit de besnijdenis zijn’ bedoelt Paulus in ieder geval Justus en mogelijk ook Markus. Markus, de neef van Barnabas, kon een Joodse achtergrond hebben (Hd.4:36). Van Aristarchus lijkt dat me niet waarschijnlijk, omdat er vóor Paulus prediking waarschijnlijk geen synagogen in Europa waren.
  • Epafras was afkomstig uit Kolosse (4:12) en berichtte Paulus over de situatie daar (1:4; 1:7-8). Uit 1:7 en 4:13 kunnen we afleiden dat Epafras een prediker is geweest in Kolosse en het nabijgelegen Laodicea en Hiërapolis. Op het moment van schrijven zit Epafras (vrijwillig?) gevangen in Rome bij Paulus (Fm.23). Mogelijk is Epafras dezelfde als Epafroditus (Fil.2:25; Fil.4:18), omdat het werk van beiden overeen komt en ook de namen nagenoeg hetzelfde betekenen. Van Epafras weten we dat hij een echte voorbidder, een strijder in de gebeden was (4:12).
  • Lukas: de schrijver van het evangelie en de Handelingen. Demas: in 2Tim.4:10 staat dat Demas Paulus verlaten heeft. De tweede brief aan Timotheüs is Paulus’ laatste brief.
  • Wat een vrienden had Paulus! En wat sprak hij ook met waardering over zijn vrienden. Hij benoemde hun eigenschappen en gaven en introduceerde hen bij andere christenen.

 

Opdrachten

 

15-17

Groet:

- de broeders, die in Laodicea zijn

- Nymfa(s), en de Gemeente, die in haar (zijn) huis is.

En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven is.

En zegt aan Archippus: Zie op de bediening, die gij aangenomen hebt in den Heere, dat gij die vervult.

 

  • De gemeente in het huis van Nymfa(s): het zou kunnen dat de hele gemeente in dat huis samen kwam, maar ook dat dit een aparte groep was.
  • Kolosse en Laodicea: De brief moet ook worden gelezen door de gemeente in Laodicea (4:16; Op.3:14-22). De brief van Paulus aan Laodicea moet ook weer in Kolosse gelezen worden.  Het contact tussen deze gemeenten is verklaarbaar omdat ze niet ver van elkaar lagen (ongeveer 25 km.) en bovendien ook Epafras in beide gemeenten werkzaam is geweest. Sommigen houden de brief aan Efeze voor de brief aan Laodicea, omdat bij de eerste in oude handschriften de vermelding ‘in Efeze’ ontbreekt en omdat deze brief niet ingaat op specifieke problemen in Efeze, maar ook als algemene zendbrief kan fungeren.
  • Archippus was mogelijk de zoon van Filemon (Fm.2). Tegen goede vrienden ben je eerlijk. Je hebt het beste met elkaar voor en dat betekent dat je soms een stevige boodschap moet afgeven.

 

18 De groetenis met mijn hand, van Paulus. Gedenkt mijner banden. De genade zij met u. Amen.

 

  • Schrijvers van de brief aan Kolosse zijn Paulus en Timotheüs (1:1). Waarschijnlijk heeft Paulus de brief gedicteerd en heeft Timotheüs alles opgeschreven. (Vgl. 4:18; Gal.6:11). Paulus zette zijn ‘handtekening’.

 

Gesprekspunten vanuit dit gedeelte:

 

  • Voorbede

Laten we dat ook concreet maken als we samen bidden

 

  • Vriendschappen / contacten die ontstaan door geloofsgemeenschap

 

  • Bidden en danken; jezelf niet laten afleiden door de omstandigheden

 

  • De voortgang van het evangelie / getuigen

Ondergeschiktheid van mijn omstandigheden aan het grote doel van God

‘Een discipel is niet meer dan zijn Meester’