|
Aantekeningen bij het boek Handelingen |
||||
|
|
||||
|
Het stuk hieronder is geen
samenhangend geheel, maar bestaat uit een belichting van een aantal facetten
van het boek Handelingen. Het zijn aantekeningen van de colleges die ik over dit
boek gegeven heb. Thema’s die aan de orde
komen zijn: ·
De
verspreiding van het evangelie ·
Het
werk van de Heilige Geest ·
Petrus
en Paulus ·
Het
woord ‘Logos’ in Handelingen ·
Diakonaat
·
De
rede van Stefanus en de roeping van Abraham ·
De
zendingsreizen van Paulus De verspreiding van het
evangelie Handelingen is het boek
waarin de verspreiding van het evangelie beschreven wordt. 1.
Wat
hier gebeurt is een uitvloeisel van het zendingsbevel, wat we lezen in
Matth.28:18-20. Deze tekst bevat de elementen die we in Handelingen terug
zien. ·
Discipelen
maken discipelen. Het getuigenis gaat via mensen die zich beschikbaar
stellen. Mensen worden instrumenten. ·
Alle
volken, dus niet alleen de Joden. Jeruzalem, Judea, Samaria, tot aan de
uiterste einden der aarde. ·
Doop
hen, leer hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. Mensen moeten een keus
maken en moeten onderwezen worden in het evangelie. Gehoorzaamheid is
essentieel. ·
Ik
ben bij jullie! Waar het evangelie groeit, groeit ook de strijd. Maar het
goede zaad kan niet uitgeroeid worden. 2.
Handelingen
beschrijft de periode vanaf de hemelvaart van Jezus t/m de eerste
gevangenschap van Paulus in Rome. Lukas heeft dit boek na zijn evangelie
(55-60) geschreven (ongeveer in 63). Het is dus een terugblik. 3.
Handelingen
is geen kroniek; het biedt geen volledige geschiedschrijving. Lukas
concentreert zich op de activiteiten van Petrus en Paulus en omdat hij zelf
met Paulus mee is gereisd (als arts), geeft hij wel een goed overzicht van
diens reizen. Hij beschrijft de verspreiding van het evangelie in Palestina,
Klein-Azië en Europa. Evenwel ontbreken er in Handelingen fragmenten: de
verspreiding van het evangelie in Egypte en Syrië, de eerste jaren na de
bekering van Paulus (Gal.1:11-24), de laatste jaren van Paulus’ leven. Met
‘eerste boek’ (protos) betekent ‘eerste van twee’. Hiermee wordt
waarschijnlijk niet bedoeld dat Handelingen eerdere geschreven is dan het
evangelie van Lukas, maar dat Lukas waarschijnlijk nog een tweede boek wilde
schrijven (na)ast het boek wat wij nu kennen als Handelingen. Opvallend is
ook de afwisseling in de concentratie waarin Lukas de informatie geeft. Met
regelmaat geeft hij een korte omschrijving van wat er in een bepaalde periode
gebeurt (6:7, 9:31, 12:24, 16:4, 19:20). Andere keren focus hij weer in. Sleutelvers Handelingen 1:8 is het
sleutelvers van dit boek. Het noemt de belangrijkste
voorwaarde voor de uitbreiding van het evangelie: de kracht van de Heilige
Geest. Het noemt ook de
richting waarin het evangelie zich verspreidt. Succesindicatoren voor
uitbreiding van het getuigenis Explosieve groei 3000
zielen (2:41), 5000 mannen (4:4). 1.
Het
verwachten en ontvangen van de Geest, die bekwaam maakt. Wachten op Gods
tijd. 2.
Gemeenteleven:
2:42-47 en 4:32-37 Volharden
in de leer van de apostelen Volharden
in gemeenschap Volharden
in de breking van het brood Volharden
in gebeden Eén
van hart en ziel Sterk
getuigenis van de opstanding van Jezus Christus Bezittingen
werden gedeeld – niemand was noodlijdend 3.
Gebed:
1:14, 2:42, 4:24-31 4.
Vrijmoedigheid:
preek 2:14-, 3:12-, 4:8-13,
4:29 (gebed om-). 5.
Eén
Naam! 2:36, 4:12, 5:31 en 42 6.
Met
Jezus zijn: 4:13 7.
Bewogenheid
met de medemens: 3:1-11 Woorden en daden. 8.
Tekenen
en wonderen: 2:43, 3:1-11 (kreupele man), 4:30 (gebed om-), 5:12-16 9.
Geen
plaats voor zonde: 3:19 (bekeert u!), 5:1-11 (Ananias en Safira) 10.
Vervolging:
5:41 Tegenstand werkt stimulerend. 11.
Werk
van God is niet te
verbreken: 5:39 De tijd die de apostelen en
de eerste gemeente samen en met God doorbrengen vormen ‘het geheim’ van het
getuigenis. Getuigen heeft ook zeker ‘technische kanten’, maar dít is de
basis. ·
Een
krachtig getuigenis begint ‘binnen’, in het persoonlijke leven en in de
gemeente ·
Van
mensen die ‘dicht bij God leven’ gaat een getuigenis uit, actief en passief. De verspreiding van het
evangelie Als we de uitstortingen van
de Geest, zoals in Handelingen beschreven, op een rijtje zetten, dan kunnen
we concluderen dat de Geest rijkelijk uitgestort wordt op plaatsen waar
‘grote groepen’ mensen tot geloof komen en waar plaats is voor het Evangelie
van Jezus Christus. De aanzet in Jeruzalem (Hd.2:1-4) vormt hierop een
uitzondering, omdat het hier de Geest Zelf is die het hele gebeuren in gang
zet. Maar daarna zie je Zijn bijzondere uiting (steeds) plaatsvinden na het tot
geloof komen van meerdere mensen tegelijk. Hieronder een overzicht van
de plaatsen in Handelingen waar dit gebeurt: -
Handelingen
2:1-4 -
Handelingen
4:3 -
Handelingen
8:15-17 -
Handelingen
10:45 -
Handelingen
19:2+6 Als we de plaatsen waar het
gebeurt erbij zetten, wordt het overzicht als volgt: -
Handelingen
2:1-4 - Jeruzalem -
Handelingen
4:3 - Jeruzalem -
Handelingen
8:15-17 - Samaria -
Handelingen
10:45 - Caesarea (grens
Israël, ‘poort’ naar buitenland) -
Handelingen
19:2+6 - Korinthe
(Griekenland) - Europa In alle gevallen raakt de
bijzondere werking van de Geest gelovigen: -
Handelingen
2:1-4 - Jeruzalem - apostelen -
Handelingen
4:3 - Jeruzalem - bijeenvergaderde christenen -
Handelingen
8:15-17 - Samaria - bekeerde Samaritanen -
Handelingen
10:45 - Caesarea - in ieder geval Cornelius -
Handelingen
19:2+6 - Korinthe - bekeerde Korinthiërs We zien hier op
geografische wijze bevestigd wat in Hand.1:8 staat. |
||||
|
|
||||
|
Conclusie: De Geest gaf niet alleen het
‘startsein’ (Jeruzalem), maar Hij liet ook zien dát en hóe het werk verder de
wereld in moest; Zijn middelpuntvliedende kracht begeleidt a.h.w. de
middelpuntvliedende opdracht. Het is zeer de vraag of het bij deze bijzondere
demonstraties van de Geest in de eerste plaats ging om een ‘geestelijke
injectie’ van het persoonlijke geloofsleven. Veel aannemelijker is het om te
stellen dat het in alle gevallen ging om een begeleiden ('de toon aangeven’)
van het voortgaande werk van God, waarbij (groepen) mensen de rol van medium
vervulden (en daar ook zelf van mee mochten genieten). Hoe is de verspreiding van
het evangelie naar andere gebieden in zijn werk gegaan? ·
Grotendeels
verspreid via Joodse nederzettingen (Klein-Azië, Syrië, Alexandrië –
Noord-Egypte, Cyrene), waarvan er vele waren ontstaan vanwege de diaspora. De
meeste Joden vluchtten naar het noorden (Klein-Azië). ·
De
verspreiding bleef tot het einde van de 1e eeuw beperkt tot de
grenzen van het Oost-Romeinse rijk. Men maakte gebruik van de bescherming en
de infrastructuur van het Romeinse rijk. ·
Het
NT meldt ons de machthebber uit Ethiopië (Hand.8), de Alexandrijn Apollos
(Hand.18:24), Simon van Cyrene (het huidige Libië) (Mk.15:21) en leraars in
Antiochië die afkomstig zijn uit Cyrene (Hand.11:20 en 13:1). ·
Volgens
Josephus zij er ook veel Joden naar Babel gevlucht (1Petr.5:13). Handelingen: Handboek of
geschiedschrijving? Ziende op de gang van zaken
in Nederland, willen we nog wel eens met verlangen terug kijken naar de
bloeiperiode van de eerste gemeente in Jeruzalem. De stap naar de gedachte
dat ‘als we het zó doen, dat het bij ons dan ook zó wordt’ is gauw gemaakt. We moeten oppassen om van
beschreven zaken een model te maken. Handelingen is in de eerste
plaats geschiedschrijving - beschrijvend. Veel brieven zijn juist voorschrijvend. De kerk verkeert hier in de
apostolische fase. De apostelen initiëren de christelijke gemeenten.
1Kor.12:28-29. Zij moeten de grote lijnen gaan uitzetten en grote
theologische, culturele en geografische barrières overwinnen. De manifestatie van de
Geest in Handelingen heeft niet-tijdgebonden aspecten, maar ook tijdgebonden
aspecten. De Heilige Geest in
Handelingen De Heilige Geest is de
Hoofdpersoon in het boek Handelingen. Het is goed om een aantal
dingen over de Heilige Geest op een rij te zetten. Hnd.1:2 Tot op den dag, in
welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de
apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven. Jezus werd tijdens Zijn
bediening geleid door de Geest (Mt.3:16; 4:1; 12:18 – Jes.42:1-4; Joh.1:33;
3:34). Zo ook Zijn discipelen. Hnd.1:4 En als Hij met hen
vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de
belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt. Hier wordt verwezen naar
wat geschreven staat in Johannes 14-16. Joh.14:16-17 En Ik zal den
Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster (parakletos, voorspraak = iemand die de zaak van een ander op zich
neemt en hem te hulp komt) geven, opdat Hij bij u blijve in der
eeuwigheid; namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan
ontvangen; want zij ziet Hem niet, en
kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u
zijn. Joh.14:26 Maar de
Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die
zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. Joh.15:26 Maar wanneer de
Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de
Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij
getuigen. Joh.16:7-15 Doch Ik zeg u
de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de
Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u
zenden. En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en
van gerechtigheid, en van oordeel:
Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; En van gerechtigheid, omdat Ik tot
Mijn Vader heenga, en gij zult Mij
niet meer zien; En van oordeel, omdat de overste dezer wereld
geoordeeld is. Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet
dragen. Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid,
Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken,
maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende
dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij
zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. Al wat de Vader heeft,
is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u
verkondigen. Jezus benoemt zelf een
aantal belangrijke facetten van de Heilige Geest: ·
De
Vader zendt de Geest, in
naam van Jezus. De Geest is niet te manipuleren door mensen. ·
De
Geest als Voorspraak voor de discipelen en andere gelovigen. Hij doet
op aarde wat Jezus in de hemel doet (1Joh.2:1). ·
De
Geest opereert niet als zelfstandige persoon, maar geeft door wat Hij uit
Christus ontvangt. ·
De
Geest zal de discipelen helpen om te herinneren wat ze van Jezus
gehoord hebben en hen leren / toerusten wat ze verder moeten zeggen of
weten, ook als dat de toekomst betreft. ·
De
Geest zal niet alleen bij hen, maar ook in hen zijn. ·
De
Geest heeft ook een functie naar de wereld toe: overtuigen van zonden,
gerechtigheid en oordeel. We zien deze zaken in
Handelingen terug. Hnd.1:5 Want Johannes
doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden,
niet lang na deze dagen. Een terugwijzing naar wat
al geschreven staat in Mt.3:11; Joh.1:33. Hnd.1:8 Maar gij zult ontvangen de kracht des
Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te
Jeruzalem, als in geheel Judea en
Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. (kracht = dynamis – explosief, maar ook de gestage
voeding) We zien hier een functie
van de Geest benoemd, die ook in het OT veelvuldig voorkwam: de geest van
bekwaammaking. Zie ook bij Mozes, Saul, David, profeten. Hnd.1:16 Mannen broeders,
deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond
Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen; Hier een voorbeeld van de
profetische werking van de Geest. De Geest van Handelingen is dezelfde als in
het OT. Handelingen 2: de
uitstorting van de Heilige Geest Relatie met Pinksteren,
feest van de eerstelingen (Ex.34), de eerste oogst, veelbelovend. Symbolisch!
Vgl. met Rom.8:23, Jac.1:18, Rom.16:5, 1Kor.15:20+23 Sinds mensenheugenis herdenken we de uitstorting van
de Geest op Pinksteren. Hoe belangrijk is het om daarvoor die dag te kiezen? ·
Bij de wedergeboorte vallen ‘pasen en
pinksteren op 1 dag’. ·
Wij vieren Pinksteren niet meer zoals
Israël het vierde. Hnd 2:4 En zij werden allen
vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen zoals
de Geest hun gaf uit te spreken. (talen = glossa = tongen, zoals ook in Mk.16:17,
hand.19:6; 1Kor.12;10 – het woord ‘glossa’ wordt zowel gebruikt voor het
lichaamsdeel ‘tong’, als voor ‘taal’ en in Hand.2:3 ook voor de tongvormige
verschijningvorm van het ‘vuur’ – in het NT kan het woord ‘glossa’ ook de
specifieke betekenis van ‘tongentaal’ hebben) De Geest komt in de
discipelen en zij zijn daardoor in staat om de talen te spreken die nodig
zijn om de hoorders te bereiken. Hnd.2:17 En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt
God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw
dochters zullen profeteren, en uw
jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. Hnd.2:18 En ook op Mijn
dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest
uitstorten, en zij zullen profeteren. Petrus koppelt alles wat
hier gebeurt aan dat wat in Joël 2 beschreven staat; hier gaat in vervulling
wat vooraf gaat aan de Dag des Heeren vooraf gaat. Zijn preek in Hand.3 (vers
19-21) bevestigt dit. Hnd.2:33 Hij dan, door de rechter hand Gods verhoogd
zijnde, en de belofte des Heiligen
Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu
ziet en hoort. Ook Petrus legt de link met
Jezus. Hnd.2:38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een
iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving
der zonden; en gij zult de gave des
Heiligen Geestes ontvangen. (gave = dorea = voor niets; zie Joh.4:10; 15:25;
hand.8:20; 10:45; 11:17 – het gaat hier niet om het woord ‘charismata’, wat
geestesgave betekent) Petrus koppelt het
ontvangen van de Geest aan bekering en doop (lees: een radicale omkeer; een
zichtbare bekering – vgl. Hand.5:32). Niet iedereen ontvangt de Geest. Joël
spreekt echter over een uitstorting van de Geest op alle vlees (bshra = al wat leeft). De uitstorting
van de Geest in Handelingen verliep in fasen. In hand.8:17 wordt beschreven
hoe de gelovigen in Samaria de Geest ontvangen. In Hand.10:45 wordt
beschreven hoe de Geest ook op heidenen (Romeinen in Caesarea) wordt
uitgestort. Petrus ging er vanuit dat
het werk van de Geest zo zou verlopen als door Joël beschreven wordt. Wij
weten inmiddels dat tijdens de Handelingen periode de climax van Israëls
herstel en de daarop volgende wederkomst niet bereikt werd (de collectieve
volharding bleef voortduren). Hnd.2:39 Want u komt de
belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er
de Heere, onze God, toe roepen zal. Het is in lijn met het
betoog van Petrus dat hij doelt op een OT-belofte, zoals bijvoorbeeld
Jes.44:3. In bredere zin spreekt hij hier over de behoudenis die te
verkrijgen is door bekering (2:37-41), een boodschap die ook in het OT
doorklinkt. Israëls herstel gaat gepaard met bekering. Wie zich niet bekeert,
behoort niet tot het overblijfsel waarvoor ‘de zon zal opgaan’. Hnd.4:8 Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den
Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten
des volks, en gij ouderlingen van Israel! De Geest maakt bekwaam om
vrijmoedig te getuigen. Hnd.4:31 En als zij gebeden
hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden
allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met
vrijmoedigheid. De Geest wordt in Hand.2
voor het eerst uitgestort, maar in Hand.4 weer. We zien dit meerdere keren in
het boek Handelingen gebeuren. Hier wordt enerzijds concreet wat Jezus in
Hand.1:8 bedoelde met ‘kracht’ en in Matth.28:20 met ‘Ik ben met jullie’.
Anderzijds fungeren de bijzondere uitingen van de Geest ook als
(geografische) vingerwijzing naar de weg die de Geest gaat, als goddelijke aanwijzing
voor Israël dat het hier gaat om het herstel van het Koninkrijk (evenals dat
bij de tekenen het geval was). Hnd.5:3 En Petrus zeide:
Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en
onttrekken van den prijs des lands? Hnd.5:9 En Petrus zeide tot
haar: Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd te verzoeken den Geest des Heeren? Zie, de
voeten dergenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u
uitdragen. Het is onaanvaardbaar dat een
dergelijk bedrog kan plaatsvinden in een gemeenschap waarin de Geest het voor
het zeggen heeft. De heftige reactie van God is vergelijkbaar met dat wat er
gebeurde als er tijdens de woestijnreis een zonde gebeurde. Beide situaties
hebben ook wel iets gemeen: God laat Zichzelf op een bijzondere manier
kennen; in nabijheid van Zijn heiligheid kan geen zonde bestaan. Hnd.5:32 En wij zijn Zijn
getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, Welken God gegeven heeft
dengenen, die Hem gehoorzaam zijn. Het ontvangen van de Geest
gaat gepaard met gehoorzaamheid. Samenvattend: Gaat het bij het werk van
de Geest in Handelingen over iets compleet nieuws? We hebben drie ijkpunten om
vast te stellen waarover het gaat: - Het werk van de Geest in
het OT - Het getuigenis van Jezus - De profetie van Joël en
de koppeling naar andere profetische uitspraken Het werk van de Geest in
Handelingen houdt nauw verband met het werk van de Geest tijdens het Oude
Testament. ·
We
zien hier met name het aspect ‘bekwaammaking voor een bepaalde taak’ terug. ·
Denk
ook aan de overeenkomst die blijkt uit Hand.1:16. Wat in Handelingen gebeurt
sluit aan bij de bediening en boodschap van Jezus. Het gaat om zaken uit de
zelfde periode: de periode van de oprichting van het Koninkrijk. ·
Zie
feiten over de Geest uit Joh.14-16. ·
Denk
ook aan de uitspraken van Jezus waarin vervolging voorzegd wordt: Matth.5:11,
Mt.10:16-25, Joh.15:18. ·
De
continuering van wonderen in het boek Handelingen bevestigt dat: de tekenen
zowel tijdens de aardse bediening van Jezus als de bediening van de apostelen
onderstrepen maar één ding: het herstel van het Koninkrijk is nabij. Het gaat hier om een eindtijd scenario. Het gaat hier om zaken die samen
gaan met het herstel van Israël. Het gaat hier dus om zaken die binnen het
begrip ‘Koninkrijk’ vallen. Overzicht van de gebeurtenissen in Handelingen 6 t/m
12 Een belangrijke fase binnen
Handelingen, waarin een stuk vaart in de gang van het Evangelie ontstaat. Vervolging gaat van de
apostelen naar elke christen. Van Jeruzalem naar de
grenzen van Palestina en daarover. |
||||
|
Tekst gedeelte |
Ontwikkeling gemeente-stichting |
Plaats van handeling |
Hoofd figuur |
Gebeurtenissen |
|
Hoofdstuk 1-5 |
JERZUZALEM |
JERUZALEM |
PETRUS en Johannes |
|
|
6:1-7 |
Jeruzalem |
Jeruzalem |
|
Diakonaat |
|
6:8-8:2 |
Stefanus |
Optreden en dood Stefanus |
||
|
8:1-4 |
Judea en Samaria |
Judea en Samaria |
Saulus als vervolger Verstrooiing begint |
|
|
8:5-25 |
Samaria |
Samaria |
Filippus |
Simon de tovenaar |
|
8:26-40 |
Weg naar Gaza (Judea) Asdod (Judea) |
Gesprek met de kamerling
uit Ethiopië |
||
|
9:1-31 |
Damascus (Syrië) |
Saulus |
Bekering van Saulus |
|
|
Jeruzalem, |
Na bekering |
|||
|
9:32-43 |
|
Lydda, Joppe ( |
Petrus |
Aeneas, Dorcas |
|
10:1-11:18 |
|
Joppe, |
Petrus en Cornelius |
|
|
|
Jeruzalem |
Vergadering |
||
|
11:19-30 |
Antiochië (Syrië) |
|
|
Gemeente in Antiochië,
onderwijs door Paulus en Barnabas |
|
12:1-17 |
Jeruzalem |
Petrus |
Dood van Jacobus, Petrus bevrijd |
|
|
12:18-24 |
|
Dood van Herodes |
||
|
Hoofdstuk |
ANTIOCHIË, CYPRUS, KLEIN-AZIË EUROPA |
|
PAULUS en Barnabas |
|
|
Een rode draad: het Woord in Handelingen Het Woord neemt toe… We lezen in Handelingen dat
het aantal gelovigen groeit. 2:47 En prezen God, en
hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente,
die zalig werden. Vier keer komt in het boek
Handelingen de zinsnede voor dat ‘het Woord toeneemt’: 6:7, 12:24, 13:49,
19:20. Als we Matth.28:19-20 en
Hand.1:8 vergelijken, zien we dat bij de eerste tekst eerst het ‘gaan’
(menselijke activiteit) en daarna de ‘boodschap’ (inhoudelijke kant) genoemd
wordt. Bij de tweede tekst is dit andersom. Beide componenten zijn niet los
te koppelen. Mensen gaan de wereld in, en daarmee gaat ook het Woord de
wereld in. Zonder mensen die spreken wordt het Woord niet gesproken; zonder
Woord om te spreken is het zinloos om te gaan. Teksten (34 stuks) 2:41 Die dan zijn (Petrus’)
woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen
toegedaan omtrent drie duizend zielen. 4:4 En velen van degenen, die het
woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf
duizend. 4:29 En nu dan, Heere, zie op
hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te
spreken; 4:31 En als zij gebeden hadden,
werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen
vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid. 6:2 En de twaalven riepen de
menigte der discipelen tot zich, en zeiden: Het is niet behoorlijk, dat wij
het Woord Gods nalaten, en de tafelen dienen. 6:7 En het woord Gods wies, en
het getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer; en een grote
schare der priesteren werd den gelove gehoorzaam. 8:4 Zij dan nu, die verstrooid
waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord. 8:14 Als nu de apostelen, die te
Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord Gods aangenomen had, zonden
zij, hen Petrus en Johannes; 8:25 Zij dan nu, als zij het
Woord des Heeren betuigd en gesproken hadden, keerden wederom naar Jeruzalem,
en verkondigden het Evangelie in vele vlekken der Samaritanen. 10:36 Dit is het woord, dat Hij
gezonden heeft den kinderen Israels, verkondigende vrede door Jezus Christus;
deze is een Heere van allen. 10:44 Als Petrus nog deze woorden
sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. 11:1 De apostelen nu, en de
broeders, die in Judea waren, hebben gehoord, dat ook de heidenen het Woord
Gods aangenomen hadden. 11:19 Degenen nu, die verstrooid
waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land
door tot Fenicie toe, en Cyprus, en Antiochie, tot niemand het Woord
sprekende, dan alleen tot de Joden. 12:24 En het Woord Gods wies, en
vermenigvuldigde. 13:5 En gekomen zijnde te
Salamis, verkondigden zij het woord Gods in de synagogen der Joden; en zij
hadden ook Johannes tot een dienaar. 13:7 Welke was bij den
stadhouder Sergius Paulus, een verstandigen man. Deze, Barnabas en Saulus tot
zich geroepen hebbende, zocht zeer het Woord Gods te horen. 13:26 Mannen broeders, kinderen
van het geslacht Abrahams, en die onder u God
vrezen, tot u is het woord dezer zaligheid gezonden. 13:44 En op den volgenden sabbat
kwam bijna de gehele stad samen, om het Woord Gods te horen. 13:46 Maar Paulus en Barnabas,
vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord
Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven
des eeuwigen levens niet waardig
oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. 13:48 Als nu de heidenen dit
hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er
geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven. 13:49 En het Woord des Heeren
werd door het gehele land uitgebreid. 14:3 Zij verkeerden dan aldaar
een langen tijd, vrijmoediglijk sprekende in
den Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijner genade, en gaf,
dat tekenen en wonderen geschiedden
door hun handen. 14:25 En als zij te Perge het
Woord gesproken hadden, kwamen zij af naar Attalie. 15:7 En als daarover grote
twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij
weet, dat God van over langen tijd onder
ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des
Evangelies zouden horen, en geloven. 15:35 En Paulus en Barnabas
onthielden zich te Antiochie, lerende en verkondigende met nog vele anderen,
het Woord des Heeren. 15:36 En na enige dagen zeide
Paulus tot Barnabas: Laat ons nu wederkeren, en bezoeken onze broeders in
elke stad, in welke wij het Woord des Heeren verkondigd hebben, hoe zij het
hebben. 16:6 En als zij Frygie, en het
land van Galatie doorgereisd hadden, werden zij van den Heiligen Geest
verhinderd het Woord in Azie te spreken. 16:32 En zij spraken tot hem het
woord des Heeren, en tot allen, die in zijn huis waren. 17:11 En dezen waren edeler, dan
die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle
toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren. 17:13 Maar als de Joden van
Thessalonica verstonden, dat het Woord Gods ook te Berea van Paulus
verkondigd werd, kwamen zij ook daar en bewogen de scharen. 18:11 En hij onthield zich aldaar
een jaar en zes maanden, lerende onder hen het Woord Gods. 19:10 En dit geschiedde twee
jaren lang, alzo dat allen, die in Azie woonden, het Woord van den Heere Jezus hoorden,
beiden Joden en Grieken. 19:20 Alzo wies het Woord des
Heeren met macht, en nam de overhand. 28:25-26 En tegen elkander oneens
zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk: Wel
heeft de Heilige Geest gesproken door
Jesaja, den profeet, tot onze vaderen, Zeggende: Ga heen tot dit volk,
en zeg: Met het gehoor zult gij horen,
en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken… Het woord Woord Rhema = het gesproken
woord. Logos = de aard van het woord zelf. Bij alle teksten hierboven
wordt het woord Logos gebruikt. De apostelen spraken Logos.
De enige verklaring hiervoor is dat zij ook vervuld waren met de Heilige
Geest, net als bij Jezus zelf. Joh.6:63 ‘De woorden, die
Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.’ Activiteiten rondom het
Woord Het woord aannemen Het woord geloven Het Woord met
vrijmoedigheid spreken Het Woord Gods doen (niet
nalaten) Het Woord Gods
vermenigvuldigde Het Woord Gods / het Woord
des Heeren verkondigen Het Woord Gods horen Het Woord wat God gezonden
heeft Het Woord Gods spreken Het woord der zaligheid Het Woord des Heeren
prijzen Het woord van het Evangelie Het Woord ontvangen Het woord leren Processen rondom het
Woord Het vrijelijk spreken van
het woord roept tegenstand op. Gebed is noodzakelijk voor
vrijmoedigheid in het spreken van het Woord. Na het spreken van het
Woord van God kun je ook iets achter je laten; heb je een taak vervuld. Het Woord van God brengt
scheiding. De Geest kan verhinderen om
het Woord van God te spreken. Het Woord van God moet
onderzocht worden (Berea). Andere leidende thema’s ·
Mensen
als middel. ‘Gij zult Mijn getuigen zijn…’ ·
Hoofdpersonen.
Proportioneel gezien zijn Petrus en Paulus de hoofdpersonen uit het boek
Handelingen. Maar ook andere namen eisen de aandacht op: Stefanus en
Filippus. En verder komen we ook de naam van Barnabas vaak tegen. ·
Het
besef groeit dat het Evangelie ook voor de heidenen is. In 11:19 wordt nog
gezegd dat het Evangelie door de verstrooiden alleen tot de Joden gebracht
wordt. Vanaf hoofdstuk 13 gaat officieel de kurk van de fles. Het tempo is
bepaald door de Geest. Af en toezie je, net als tijdens Jezus’ bediening al
de glimpjes van de periode dat het Evangelie voor iedereen zal zijn. ‘Eerst
de Jood en dan de Griek’ (Rom.1:16). ·
Verdrukking.
11:19 verdrukking wegens Stefanus. Verdrukking als middel van verspreiding.
De dood van Stefanus (Hand.7) luidt de verspreiding van het Evangelie naar
Judea en Samaria in. Na de dood van Jacobus (Hand.12) vertrekt Paulus nar
Cyprus en Klein-Azië. Het
viel me op hoe vaak in de Bijbel iemands dood een overgang betekent naar een
nieuwe periode. -
de dood van Mozes maakte de weg vrij voor Jozua. -
de dood van Saul maakte de weg vrij voor David. -
de dood van Jezus Christus betekende heil voor ons allen. ·
Vormen
van getuigen: van volkspreek naar synagoge, huizen, kar. ·
De
Geest geeft de maat aan. Handelingen 8:15-17 Samaria. Handelingen 10:4
Caesarea Extra items 6:1-7 ‘Diakonaat’ ontstaat vanuit een groeiprobleem. Zie je bij veel
snelgroeiende gemeenten. Hoe houd je de zorg over
het groeiend aantal mensen bij? Doorgaans wordt dit als het
begin van het diakonaat gezien. De term ‘diakenen’ komen we
hier nog niet tegen. De apostelen waren meer
bezig met gebed en bediening van het Woord (diakona des Woords), terwijl de
diakenen de praktische zorg coördineerden. Alhoewel: Stefanus en Filippus
voerden ook heel andere bezigheden uit. Het verschil tussen de
eerste ‘diakenen’ en de apostelen was dat zij vanaf dat moment belast werden
met de specifieke taak van de armenverzorging. Hun taak werd in eerste
instantie lokaal, terwijl de apostelen in een veel groter gebied bezig waren. Doorgaans betrekt men Handelingen
6 op het ontstaan van het diaken-ambt, waarover in de volgende teksten
letterlijk gesproken wordt. Diakonos - diakenen Flp.1:1 Paulus en
Timotheus, dienstknechten (doulos) van Jezus Christus, al den heiligen in
Christus Jezus, die te Filippi zijn, met de opzieners en diakenen (diakonos): 1Tim.3:8 De diakenen
insgelijks moeten eerbaar zijn, niet tweetongig, niet die zich tot veel wijns begeven, geen
vuil-gewinzoekers; 1Tim.3:12 Dat de diakenen
ener vrouwe mannen zijn, die hun kinderen en hun eigen huizen wel regeren. Diakonos Mk.9:35 dienen Rom.13:4 in dienst van 2Kor.3:6 dienen in de zin
van onderdaan zijn 2Kor.11:15 gehoorzaam aan Kol.1:23 bedienaar Diakenen hebben nu een
vaste taak, maar het woord ‘daikonos’ duidt niet direct op een taak, maar op
een algemene houding. Resultaat: Veel nieuwe bekeerlingen, waaronder
ook veel priesters. Waarom veel priesters? Ligt
er een verband tussen het ontstaan van de nieuwe taak en de bestaande taak
van de priesters, die voor een groot deel overeen kwam met die van de
diakenen? We lezen dat Stefanus ook leerde in de synagoge. Priester = kohen. Iemand
die (ter beschikking) staat voor God. Taken: offeren, bidden, zegenen,
onderwijs uit de Thora, raad geven. Antiochië – de stad waar het anders ging Hnd 6:5 En dit woord behaagde aan
al de menigte; en zij verkoren Stefanus, een
man vol des geloofs en des Heiligen Geestes, en Filippus, en
Prochorus, en Nicanor, en Timon, en Parmenas, Nicolaus, een Jodengenoot van
Antiochie; Er was daar een Joodse
gemeenschap Hnd 11:19 Degenen nu, die verstrooid
waren door de verdrukking, die over Stefanus
geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en
Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden. De christelijke asielzoekers
reisden naar Antiochië terwijl ze het Evangelie alleen brachten aan Joden. Hnd 11:20 En er waren enige Cyprische
en Cyreneische mannen uit hen, welken te Antiochie gekomen zijnde, spraken
tot de Grieksen, verkondigende den Heere Jezus. Buitenlanders verkondigen
Jezus in Antiochië. Hnd11:22 En het gerucht van hen kwam
tot de oren der Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij zonden Barnabas uit,
dat hij het land doorging tot Antiochie toe. Barnabas wordt op
inspectiebezoek gestuurd. Hnd11:25 En Barnabas ging uit naar
Tarsen, om Saulus te zoeken; en als hij hem gevonden had, bracht hij hem te
Antiochie. Barnabas haalt Paulus
erbij. Hnd 11:26 En het is geschied, dat zij
een geheel jaar samen vergaderden in de
Gemeente, en een grote schare leerden; en dat de discipelen eerst te
Antiochie Christenen genaamd werden. De naam ‘christenen’ wordt
hier bedacht. Hnd 11:27 En in dezelfde dagen kwamen
enige profeten af van Jeruzalem te Antiochie. Men helpt de broeders in
Judea. Hnd 13:1 En er waren te Antiochie, in de Gemeente,
die daar was, enige profeten en leraars, namelijk Barnabas, en Simeon,
genaamd Niger, en Lucius van Cyrene,
en Manahen, die met Herodes den viervorst opgevoed was, en Saulus. Veel profeten en leraars
aan boord. De rede van Stefanus en de roeping van Abraham Als we Gen.11:26-12:4 en
Hand.7:2-4 met elkaar vergelijken, lijkt er onduidelijkheid te zijn over de
leeftijd van Abram bij zijn vertrek uit Haran en over het moment waarop hij
door Jahweh geroepen is. Leeftijden: Volgens Gen.12:4 vertrekt Abram op 75-jarige
leeftijd uit Haran. In Gen.11:26-27 staat dat Terach op zijn 70e
drie zonen, waaronder Abram, verwekt en dat hij sterft op een leeftijd van
205 jaar oud (11:32). Stefanus vertelt in Hand.7:4 dat Abram pas Haran
verlaat na de dood van zijn vader. Deze gegevens lijken met elkaar in
tegenspraak te zijn, omdat we met de leeftijd van Abram in de knoei komen.
Als hij in Terachs 70ste jaar verwerkt werd, moet hij op het
moment dat hij uit Haran vertrekt namelijk 135 jaar oud zijn en niet 75 jaar. Roeping: Stefanus vertelt dat Abram al in Ur geroepen werd,
terwijl Gen.11-12 het doet voorkomen dat Abram pas in Haran geroepen wordt. Bijbelpassages kunnen
elkaar nooit uitsluiten. Ook in dit geval dus niet. Als we Gen.11-12 en
Hand.7 goed bekijken zien we dat beide passages met feiten aankomen. ·
Gen11:26-27
zegt dat Terach vanaf zijn 70e drie zonen verwekte. ·
Gen.11:312
zegt dat Terach zijn familie meenam richting Kanaän. Het is niet duidelijk of
Terach Kanaän als eindbestemming voor ogen had (wellicht niet, want waarom
bleef hij anders in Haran wonen?) Een andere mogelijkheid is dat het ‘zij’
slaat op Abram en zijn vrouw. De schrijver van Genesis geeft hier in het
laatste geval al een vooruitblik op het verloop van Abrams reis. ·
Gen.11:32
zegt dat Terach sterft in Haran op de leeftijd van 205 jaar. ·
Hand.7:2
zegt dat Jahweh in Mesopotamië (Ur) al aan Abram verscheen. ·
Hand.7:4
zegt dat Abram pas na de dood van Terach naar Kanaän gaat. Als we deze feiten
combineren, komen we tot de volgende samenvatting: Jahweh riep Abram al in Ur
en vertelde hem dat hij op reis moest gaan naar een onbekend land. Abrams
vertrek viel samen met (paste in de plannen van) familiehoofd Terach, die met
een deel van zijn familie wilde verhuizen naar een andere streek. De reis
ging vanuit Ur (Mesopotamië, Ur der Chaldeeën) naar het noorden, waar ook
Haran lag. In Haran bleef de familie steken. Terach stierf in Haran op de
leeftijd van 205 jaar. Na de dood van zijn vader is Abram, op 75-jarige
leeftijd, vanuit Haran verder gereisd en is uiteindelijk in Kanaän
aangekomen. Nu nog het probleem van
Abrams leeftijd: In 11:26 wordt het woord
‘verwekte’ gebruikt (grondtekst). Het gebruik van dit woord sluit niet uit
dat de drie zonen na elkaar geboren werden, vanaf het 70e jaar van
Terach. De eerste keer dat de zonen van Terach genoemd worden (11:27), staat
Abram vooraan, wat erop zou kunnen wijzen dat hij ook als eerste, dus op
Terachs 70e jaar, geboren zou zijn. In de daarop volgende verzen
worden de zonen echter weer in een andere volgorde besproken. Deze willekeur
in zien we ook terug bij de geslachtsregisters in Gen.10. Geen hard bewijs
dus dat Abram ook echt de eerstgeborene van Terach was. Hieronder een combinatie
van deze gegevens in schema: |
||||
|
|
||||
|
De
bovengenoemde constructie vanuit Genesis-Handelingen wordt gestaafd door het
feit dat Genesis niet een zuivere chronologische opbouw heeft (zoals bij een
historisch boek als Koningen bijv. wel het geval is. De vertelvolgorde is
niet altijd de chronologische volgorde. Als we bijvoorbeeld Gen.10 en 11
bekijken, zien we dat steeds eerst de geslachtsregisters worden afgemaakt,
voordat er iets ‘nieuws’ verteld wordt. Dat betekent soms dat er even terug
gekeken wordt in de tijd. Vb.10:32 + 11:1-9 / 12:1-3 is (volgens Stefanus) in
Ur gebeurd. De inbreng van
Stefanus met betrekking tot deze feiten wordt in ieder geval door het
Sanhedrin geaccepteerd. Zij kenden de context van Genesis veel beter dan wij.
Stefanus was bovendien niet in de goede positie om op dat moment met een
nieuwe interpretatie van de feiten aan te komen. Een prachtige tijd! Een
heftige tijd! Wat een actie en re-actie! Deze les daarvan wat
aspecten, met een uitwijding over het begrip leiding. Uitgezonden vanuit Antiochië (Syrië) 12:24 Logos nam toe. Paulus en Barnabas terug vanuit Jeruzalem naar
Antiochië (11:30). Nemen ook Markus (Johannes Markus – 13:5) mee. Johannes is dienaar – training van opvolgers (16 -
Timotheüs). 13:1-3 Meerdere leraars in gemeente Antiochië Men gaat door met dienen en vasten. Heer geeft aan wat
er verder moet gebeuren. ‘Zei de Heilige Geest’ è leiding Barnabas en Saulus moeten een andere taak gaan doen. Missionaire acties komen voort
uit een gemeente die functioneert Eerste zendingsreis Hand.13:1 – 15:39 13:4 ‘Uitgezonden door de Heilige Geest’ Meer over leiding van de Geest n.a.v. Hand.16 Waarheen?
Waarom ergens wel en ergens niet heen? Steden
langs de kust wil Paulus op tweede reis wel eerst bezoeken, maar worden pas
bezocht op terugreis. 13:5 Ook buiten de landsgrenzen van Palestina eerst naar de
synagoge. 13:6-12 Tegenstand van een
Joodse tovernaar Saulus (gevraagd / geleend) 7:58 – 13:9 / 13:9 e.v.
Paulus (de kleine) Sergius = uit de aarde geboren. Hebr. en Rom. naam
(16:37 burgerrecht. 13:13 Johannes terug naar Jeruzalem. Oorzaak
voor conflict 15:36-39. 13:15 Een woord van bemoediging in de synagoge:
13:16-41. Parakleo:
vermaning, vertroosting, bemoediging. Inhoud
bemoedigend woord: Egypte, woestijn, Kanaän, richters, profeten, koningen,
Saul, David, Johannes, Jezus. Stukje
geschiedenis, Gods daden. Zie ook Hand.2-3 (Petrus) en 7 (Stefanus). V/a
vers 26: houding van het Joodse volk t.o.v. Jezus, Zijn dood en opstanding. Toespitsing
op het huidige gehoor (vers 26 en 38): nieuw appél + waarschuwing. Met
effect: 13:42-44. 13:43 Paulus en Barnabas vermaanden (drongen
aan) om bij de genade van God te blijven (13:38-39). Niet alleen het goede zaad, maar ook het kwade komt
boven. 13:45-46 Laster, opstoken
mensen. (14:3) Omgaan met laster. (18:6) Laster / valse beschuldiging: Jezus, Stefanus. 13:46 Antwoord van Paulus en Barnabas: staat
model voor dat wat met Joodse volk als geheel
gebeurt (vgl. 28:25-28). 18:6. Matth.10:14
‘stof van je voeten afschudden’. 18:6 stof van kleren afschudden. 20:26
‘rein zijn van uw bloed’ Zich
herhalend patroon van afwijzing en aanneming. 13:49 (en 19:20) Logos nam
toe. 14:3 Apostelen blijven spreken met
vrijmoedigheid (zie ook 4:13, 4:29-31, 13:46). Gods
geeft getuigenis aan het woord van Zijn genade door wonderen en tekenen 14:4 Verdeeldheid onder het volk. Mt.10:34-36. 14:11 Van verguisde mensen naar vergoddelijkte
mensen. 14:19-20 Paulus gestenigd.
Bijna dood. 2Kor.11:23-27. Wat heeft Paulus veel meegemaakt. Eutychus (20:9-12) ‘dood (nekros –
Mk.9:26) opgenomen’ ‘zijn ziel is in hem’. 14:22 Vermaning (parakleo) van de discipelen op
doorreis: blijf in het geloof en accepteer verdrukking. 14:27-28 Even tot rust
komen bij de thuisbasis. Handelingen 15 - Theologisch conflict opgelost. Apostelvergadering
Jeruzalem 15:1+5 Bekende item: besnijdenis en wetten van
Mozes. 15:10 Mooie woorden van Petrus. Daarna
Paulus en Barnabas. Daarna Jacobus. 15:22 Judas en Silas gaan mee als echte (15:1 en
5) afgevaardigden van de apostelen in Jeruzalem.
Welke boodschapper is echt en welke onecht? Drie geboden: onthouden van
dat wat aan de afgoden geofferd is Onthouden van bloed en van
het verstikte. Onthouden van hoererij Regelgeving, overdragen van
systeem – hoever moet je daarin gaan? In strijd met 1Kor.10:25? De eerste plaats, waar het bloed eten verboden wordt
is Gen.9, direct als God aan de mens het vlees als voedsel geeft. In Genesis
1:29 werd aan de mens het zaadzaaiende zaad van kruiden en bomen als voedsel
gegeven, dus voedsel, dat door leven en vermeerdering gekenmerkt werd. Nu in
Genesis 6 (vers 3-7) bleek, dat de mens volkomen boos was en Gods oordeel ook
over hun lichamen moest komen, gaf God een nieuw voedsel, dat echter niet
sprak van leven en vermeerdering, maar van dood. De zondige mens kan alleen
leven door de dood van een, die niet voor eigen schuld stierf. Maar de ziel,
dat is het bloed, behield God voor Zichzelf, omdat Hij de bron van alle leven
is en recht heeft op alle leven. Dit is dus een inzetting lang voor dat de
wet gegeven werd en die tot de scheppingsbeginselen behoort. En deze
scheppingsbeginselen zijn onveranderlijk geldig, zolang de aarde bestaat. De
bedelingen hier op aarde hebben er geen invloed op. Let bijvoorbeeld op de
scheppingsorde van man en vrouw, die uitdrukkelijk gehandhaafd blijft, tot in
de huidige bedeling toe. Het verbod om bloed te eten wordt dan ook niet
alleen in de wet genoemd, maar als in Handelingen 15 door de apostelen, onder
leiding van de Heilige Geest, verklaard wordt, dat de wet geen kracht heeft
voor hen, die in Jezus geloven, dan wordt daarnaast uitdrukkelijk het
scheppingsbeginsel, dat het bloed alleen voor God is, gehandhaafd. Een toepassing van 1 Korinthe 10:25 zou dus
hoogstens plaats kunnen vinden in een geval, dat men niet weet of het ons
voorgezette eten bloed bevat of niet. 15:28 Besluit ook van de
HG. Persoonlijk conflict 15:36-39 Conflict tussen
Barnabas en Paulus vanwege Johannes Markus. Tweede zendingsreis 15:40 – 18:22 16 Paulus + Silas, Timotheüs komt erbij. Paulus
doet aan training van opvolgers. Aspecten
van leiding – zie bijlage Vers 2 Paulus neemt het goede
getuigenis van mede-christenen aangaande Timotheüs over. Vers 3-5 Paulus schikt zich in de
kaders die hem gesteld zijn en voorkomt zo een berg onnodige onrust, zodat
het koninkrijk van God zich weer uitbreidt. Vers 6-8 De Geest verhindert hen te
spreken. De Geest laat hun niet toe om ergens heen te reizen. Paulus wil eerst het
gebaande pad lopen: door Azië. Daarna een nieuw pad: richting Bythinië. De Geest leidt hem echter
naar een nieuw werelddeel. Vers 6: verhinderd om Logos
te spreken. Vier keer komt in het boek
Handelingen de zinsnede voor dat ‘het Woord toeneemt’: 6:7, 12:24, 13:49,
19:20. Rhema = het gesproken woord. Logos = de aard van het woord zelf. De
apostelen spraken Logos. De enige verklaring hiervoor is dat zij ook vervuld
waren met de Heilige Geest, net als bij Jezus zelf. Joh.6:63 ‘De woorden, die
Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.’ Het verschil tussen ‘rhema
spreken’ en ‘logos spreken’ is groot. Wie de stem van de Geest kent, merkt
het absoluut op. Geen logos meer spreken is
woorden spreken zonder kracht (resultaat, vrijmoedigheid). Vers 7 De Geest van Jezus
liet het hun niet toe. Joh.16:12-15. Je zou ook kunnen zeggen: ‘Jezus liet
het hun niet toe’. In de Evangeliën zien we dat als Jezus iets wel of niet
toelaat, Hij daar een plan mee heeft. Niet altijd is dat plan te volgen voor
andere mensen. Vb. Mk.5:13+19. Mt.16:20. Hoe merkte Paulus dit? Door
de stem van de Geest te verstaan (in zijn binnenste). Dit was in de
Handelingen-tijd geen onbekend fenomeen. Vb. Hd.10:19; 11:12; 11:28; 13:2;
18:9; 20:23. Hoe versta je de stem van
de Geest in je binnenste? Spiritual Man. - Leer jezelf kennen. Je
gevoel is iets anders als je intuïtie. Vers 9 Gezicht ‘Horama’. Sommigen vertalen dit woord met visioen. Vb. Handelingen 9:10+12
(Ananias); 10:3+17+19+11:5 (Petrus); 12:9 (Petrus); 16:9-10; 18:9 (Paulus).
Dat dit een levensechte ervaring kan zijn, blijkt uit Hand.12:9. Hand.2:17 Dromen =
enupnion; gezichten = horasis. Kan dit nog? Ja, uiteraard.
Twee opmerkingen hierbij:
Volgens Hand.2:17 horen de gezichten bij de ‘laatste dagen’. Wij mogen het geheimenis
kennen waarvan Paulus in zijn brief aan Efeze en Kolosse schrijft. Kol.1:9 Gebed om vervulling
met de kennis van Zijn wil. Zie ook Kol.4:12. Ef.5:8-10 + 17 Wandelen in
het licht heeft als resultaat het weten wat voor God welbehaaglijk is Vers 10 Paulus trekt uit het
gezicht zijn conclusies en gehoorzaamt. Vers 11-13 Paulus wacht niet af, maar
gaat aan de slag. Vers 14-18 Zijn werk heeft effect. Een
bevestiging. Geweld en ellende Handelingen 16 vervolg,
17:6, 18:17, 19:29, 20:3 Wat een geweld, tegenstand,
tumult! Anderhalf jaar in Korinthe.
Twee jaar in Efeze. 17:16-34 Athene, Areopagus.
Ook daar neemt Paulus zijn kans waar. Breekpunt is opstanding der
doden. Dit vanwege de gnostiek. Derde zendingsreis 18:23 – 21:16 Hand.19 Efeze Paulus komt niet alleen in
conflict met de Joden - verkeerde dingen zeggen
over de zelfde God – tegenstand in de kerk Hij komt ook in conflict
met afgodenvereerders - verkeerde dingen zeggen
over andere goden – tegenstand in de wereld Het spreken van de Geest Hand.21:4 en 11 tegenover
20:22-23. Spreekt de Geest tegen de een het zelfde als tegen de ander? Nazorg Nalopen contacten. In hoeverre passen we deze
werkwijze toe bij ‘onze’ evangelisatie-activiteiten? |
||||