Het boek Daniël, opbouw en compositie

Aantekeningen bij bijbelstudie 4 over het boek Daniël; Lunteren seizoen 2006-2007

Index

 

1. Inleiding

1.1. Op zoek naar de compositie

1.2. Heel Gods Woord voedt ons

2. Structuur (1)

2.1. Hoofdstuk 1 t/m 6

2.2. Hoofdstuk 7 t/m 12

3. De historische betrouwbaarheid van het boek Daniël

3.1. Belsazar

3.2. Darius de Meder

3.3. Kores de Perziaan

3.4. Overzicht van heersers waaronder Daniël diende

3.5. Berekening van de zeventig jaren

3.6. Taalkundige argumenten

3.7. Verklaring voor de tweetaligheid

4. Structuur (2)

4.1. De betekenis van tijdsaanduidingen

4.2. De dromen en gezichten in volgorde

4.3. Enkele opmerkingen bij de dromen en gezichten

5. Daniël, de hoofdpersoon

5.1. Sleutelpositie

5.2 Terugkeer

6. Toepassingsgedachten

 

1. Inleiding

 

1.1. Op zoek naar de compositie

Tot nog toe hebben we ons min of meer bezig gehouden met losstaande fragmenten van het boek Daniël. De volgende keer zullen we een begin maken met het bestuderen van de profetische passages, de hoofdstukken 7 t/m 12. Met het oog op een goed verstaan van deze profetieën is het belangrijk om een goed overzicht te hebben van de opbouw ofwel compositie van het boek Daniël.

 

1.2. Heel Gods Woord voedt ons

Tijdens deze bijbelstudie bestuderen we de structuur van dit boek. Doorgaans wordt een dergelijke manier van bijbelstudie als ‘technisch’ bestempeld, in tegenstelling tot het bezig zijn met bijbelgedeelten waarbij veel gemakkelijker een link gemaakt kan worden naar het leven van alledag. Toch dienen beide vormen van bijbelstudie het zelfde doel: vermeerdering van de kennis over God en Zijn plan en opbouw van het geestelijke leven. Als een bijbelgedeelte ons direct aanspreekt en direct toepasbaar is op ons leven, is Gods Woord als het ware een hamburger, een kant en klare hap, waar we even lekker van smullen. Maar de Bijbel voedt ons ook op de wijze zoals vitaminen in ons voedsel ons gezond en sterk houden. Het effect van gezond voedsel, vol vitaminen en bouwstoffen, merk je pas op de lange termijn. Het bezig zijn met de structuur van een bijbelgedeelte spreekt wellicht niet tot onze verbeelding, maar heeft toch de ingrediënten in zich die geestelijke groei bevorderen. Vroeger spaarde ik dozen met Mecano. Van het materiaal uit één doos kon ik een draaimolen maken; van het materiaal uit twee dozen een auto, maar als ik alle dozen zou hebben, zou ik die grote hijskraan kunnen maken waarmee ze je op elke doos verlekkerden. Elke bijbelpassage herbergt al een schat aan lessen, maar hoe meer je leert, hoe meer je ook zicht krijgt op het grote geheel. De structuur van het boek Daniël is als een aanvuldoos Mecano, waarmee je op termijn in staat bent om meer te zien van God ons in Zijn Woord wil leren.

 

2. Structuur (1)

 

2.1. Hoofdstuk 1 t/m 6

We beginnen met een chronologisch overzicht van de eerste zes hoofdstukken.

Ik formuleer de volgende vragen en probeer de antwoorden in een overzicht samen te vatten.

 

1.       Met welke koningen heeft Daniël tijdens de ballingschap te maken gehad?

 

Heerser

Hoofdstuk

 

 

Nebukzadnezar

Hoofdstuk 1 t/m 4

 

 

Belsazar

Hoofdstuk 5

 

 

Darius de Meder

Hoofdstuk 6

 

 

Kores de Perziaan

Hoofdstuk 6:29

 

 

 

2.       In welke tijd spelen de gebeurtenissen die Daniël en zijn vrienden meemaken?

 

Heerser

Hoofdstuk

Tijdstip

Nebukzadnezar

Hoofdstuk 1

Het eerste of tweede jaar van Nebukadnezar

Hoofdstuk 2

Het tweede jaar van Nebukadnezar

Hoofdstuk 3

Niet bekend

Hoofdstuk 4

Niet bekend

Belsazar             

Hoofdstuk 5

Het laatste jaar van Belsazar

Darius de Meder

Hoofdstuk 6

Waarschijnlijk aan het begin van zijn regering

Kores de Perziaan

Hoofdstuk 6:29

Het is niet bekend hoe lang dit geduurd heeft

 

Daarna ga ik op zoek naar de aanwezigheid van bepaalde patronen (herhaling, tegenstelling, opbouw) in deze hoofdstukken. Handige vragen hierbij zijn ook: ‘Wie? Wat? Waar?’

 

Uiteindelijk breng ik al mijn bevindingen samen in één overzicht.

 

Aspecten

Hfst. 1

Hfst. 2

Hfst. 3

Hfst. 4

Hfst. 5

Hfst. 6

6:29

Tijdstip

Kort na het 3e jaar van Jojakim; in het eerste of tweede jaar van Nebukadnezar.

Het 2e jr. van Nebukadnezar

Onbekend.

Uit 3:12 blijkt dat de drie vrienden nog in de zelfde positie stonden als 2:49.

Onbekend.

Wel zien we dat 4:29 12 maanden later plaats vindt.

Nebuk. heeft daarna nog geregeerd.

Laatste jaar van Belsazar

Waarschijnlijk aan het begin van de regering van Darius de Meder

 

Heerser

Nebukadnezar

Belsazar

Darius de Meder

Kores de Perziaan

Rijk

Nebukadnezar, de eerste koning van het Nieuw-Babylonische rijk

Belsazar, de laatste koning van het Nieuw-Babylonische rijk

Rijk van de Meden

Rijk van de Perzen

 

Het rijk van goud (2:38)

Het rijk van zilver

Joodse mannen

Daniël + vrienden

Daniël + vrienden

Vrienden

 

Daniël

Daniël

 

Onderwerp

Inwijding aan hof

Droom van het beeld

De drie vrienden getest; redding uit de vurige oven

Droom van de boom; Nebukadnezar vernederd

Het handschrift op de wand; het einde van Belsazar

Daniël getest; redding uit de leeuwenkuil

 

Uitleg van dromen

 

Daniël alleen kan de droom uitleggen

 

Daniël alleen kan de droom uitleggen

Daniël alleen kan de droom uitleggen

 

 

De heerser

versus God

Respect voor de Joodse mannen vanwege hun verstand

Respect voor Daniël vanwege zijn God

Erkenning van God vanwege Zijn grote macht

Erkenning van God als Allerhoogste

Hoogmoed tegenover God

Erkenning van God

 

 

Extra (1)

 

 

Bijstand van een engel

 

 

Bijstand van een engel

 

Extra (2)

 

Woede van Nebukadnezar

Woede van Nebukadnezar

 

 

 

 

Extra (3)

 

 

 

Vernedering en tijdelijk onttroning van een koning

Definitieve ondergang van een koning

 

 

Besluit

Daniël en drie vrienden worden adviseurs.

Daniël blijft aan het hof tot het eerste jaar van Kores.

De drie vrienden worden bestuurder. Daniël blijft zitten in de poort.

Voorspoed voor de drie vrienden.

 

 

Daniël wordt benoemd als derde heerser van het koninkrijk.

Voorspoed voor Daniël in het rijk van Darius en Kores.

 

 

2.2. Hoofdstuk 7 t/m 12

De laatste zes hoofdstukken van het boek Daniël zijn ontstaan in de zelfde periode die in de eerste zes hoofdstukken beschreven wordt. In het overzicht hieronder maak ik een koppeling tussen de profetische hoofdstukken en de regeringsperioden van de al eerder genoemde koningen. Ook de profetische hoofdstukken blijken chronologisch weergegeven te zijn.

De hoofdstukken 10-12 beschrijven één gezicht. Hoofdstuk 11 vers 1 geeft geen nieuwe tijdsaanduiding voor dat wat daarna beschreven wordt, maar is een aanvulling op 10:21. Zoals de vorst Michaël de spreker (zie voor uitleg bijbelstudie 7) bij staat, stond de spreker ook destijds Darius de Meder bij in diens eerste regeringsjaar. In 11:2 wordt de profetie die in hoofdstuk 10:14 aangekondigd wordt, vervolgd.

 

Hoofdstukken

Nebukadnezar

Belsazar

Darius de Meder

Kores de Perziaan

Hfst. 1-6

Hfst. 1-4

Hfst. 5

Hfst. 6

6:29

 

De gezichten van hfst. 7-12

Daniël ziet (voor zover wij weten) zelf geen dromen en gezichten, maar legt ze alleen uit

Daniël ontvangt dromen en gezichten en krijgt ze ook uitgelegd

 

 

Hfst. 7-8

 

In het 1e jaar van Belsazar krijgt het het gezicht van hfst.7; in het 3e jaar het gezicht van hfst.8

 

Hfst.  9

 

Hoofdstuk 9 speelt zich af in het 1e jaar van Darius.

 

Hfst. 10-12

 

Daniël ontvangt het gezicht van hfst.10-12 in het derde jaar van Kores

 

Zonder nu al te veel in te gaan op de inhoud van de profetieën, geef ik hieronder een overzicht van de inhoud en wat structuurfeiten.

 

Aspecten

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 10-12

Tijd

Eerste jaar van Belsazar

Derde jaar van Belsazar

Eerste jaar van Darius (zoon van Ahasveros, uit het geslacht van de Meden)

Derde jaar van Kores, koning van Perzië

 

Inhoud

Droom over de 4 rijken.Veel aandacht voor het 4e rijk en de laatste koning daarvan.

Zal de wet en de tijden willen veranderen. Het volk van de Allerhoogste zal overwinnen.

Gezicht over rijk van Meden en Perzen, wat overwonnen zal worden door dat van de Grieken. Veel aandacht voor de laatste koning.

Zal het offer laten stoppen. Hij zal vernietigd worden.

Gebed van verootmoediging en de vraag om herstel (1-19)

 

Daniël krijgt onderricht over de zeventig weken. Daniël is bemind.

Boodschap over Joodse volk (24)

Is dit een gezicht? (vgl.met 10:7)

Gezicht van de man met linnen bekleed. De vorst Michaël geeft bijstand in de strijd tegen de vorst van Perzië.

 

Daniël is bemind en wordt bemoedigd.

 

Boodschap over toekomst van het Joodse volk.

 

Gezicht over de koningen van Perzië en oorlog tussen die van het noorden en het zuiden, uitlopend tot in de eindtijd.

 

Verzegeling van de profetie.

 

Koningen worden voorgesteld als dieren

 

Koningen worden voorgesteld als mensen

Betrekking op

4 rijken, tot aan het einde

Rijk van Meden, Perzen en Grieken.

Joodse volk vanaf de terugkeer

Joodse volk in de toekomst (10:14), laatste dagen (12:6-7), eindtijd (12:9).

Tijdstip en plaats

Op bed, ’s nachts (7)

 

Tijdens gebed (21)

Bij de Tigris, op 24e van de 1e maand, na drie weken vasten. Hiddekel (SV)

Plaats in de geest

 

Susan, bij de stroom de Ulai

 

 

Reactie van Daniël

Daniël is erg ontroerd en verschrikt (15, 28).

Daniël is een paar dagen ziek (27) en is verbijsterd.

 

Aan begin van hoofdstuk treurt Daniël drie weken lang (10:2-3) Tijdens gesprek bezwijkt Daniël bijna (10:8-10, 17).

 

Schrijft gezicht op (1) en bewaart de woorden in zijn hart (28).

Het gezicht moet verborgen gehouden worden, want het gaat over een verre toekomst (26).

 

Houd de woorden verborgen en verzegel het boek tot de eindtijd (12:4 en 9)

Engelen

Een dienaar van de Oude van dagen (7:10 + 16)

Gabriël geeft uitleg (8:16)

Gabriël geeft onderricht (9:21)

De vorst Michaël (10:13, 21; 12:1)

Ook Gabriël (zie bijbelstudie 7)

 

3. De historische betrouwbaarheid van het boek Daniël

Historici hebben altijd al moeite gehad met de betrouwbaarheid van het boek Daniël. Niet alleen de informatie over enkele koningen die in dit boek genoemd worden geeft daar aanleiding toe, maar ook taalkundige aspecten.

Voordat ik verder ga met het zoeken naar structuurgegevens, wil ik over enkele zaken eerst meer duidelijkheid hebben en scheppen.

 

3.1. Belsazar

De eerste vragen rijzen bij de persoon van koning Belsazar. In Dan.5:28-30 wordt ons verteld dat Belsazar de laatste koning van Babel is. Historici weten echter niet beter dan dat koning Kores (of Cyrus) het koninkrijk Babel verovert op koning Nabonidus. We kunnen deze tegenstrijdigheid echter gemakkelijk oplossen, omdat algemeen bekend is dat Belsazar als laatste koning van Babel regeerde namens zijn vader Nabonidus (556-539), die vaak afwezig was in verband met buitenlandse reizen. Oude bronnen geven aan dat Belsazar zo’n 10 jaar lang geregeerd heeft. Er zijn ook kleitabletten met eedsformules gevonden, waaruit blijkt dat Belsazar koninklijke rechten uitoefende. Ook uit de belofte die Belsazar doet aan degene die het gezicht uitlegt (Dan.5:7), zou je kunnen afleiden dat Belsazar namens zijn vader geheerst heeft. Met de eerste heerser zou dan Nabonidus bedoeld zijn, met de tweede Belsazar zelf en met de derde de uitlegger van het gezicht.

Belsazar was dan ook niet de echte zoon van Nebukadnezar (Dan.5:2+18), maar waarschijnlijk via moederszijde verwant. De koningin die in 5:10 genoemd wordt is waarschijnlijk de koningin-moeder, omdat de vrouwen en bijvrouwen al apart genoemd worden (5:2).

 

3.2. Darius de Meder

Een veel moeilijker puzzel is die rondom de persoon van Darius de Meder. Ook deze koning is niet bekend in buitenbijbelse bronnen. Daarbij komt dat de verovering van Babel (539) op zijn naam geschreven wordt (5:31 en 6:1), terwijl ook dit wapenfeit altijd aan koning Kores is toegeschreven. In geen enkele bron komt de naam van deze koning voor, maar in het boek Daniël komt zijn naam wel 5 keer voor (5:31*, 6:1, 6:29, 9:1 en 11:1).

 

Darius de Meder kan, gezien de jaartelling, niet dezelfde zijn als de bekende Perzische koning Darius (I Hystaspis), die leefde van 521 tot 486. Het koninkrijk Babel (ofwel het rijk van de Chaldeeën) werd namelijk al voor diens tijd, in 539, overgenomen door de Perzen.

Omdat hoofdstuk 6 begint met de verwijzing naar Darius de Meder die het koningsschap krijgt, lijkt hij in eerste instantie de eerste koning van de Meden die heerst over Babel.


Josefus zegt dat Darius de Meder dezelfde is geweest als Kores. Kores zou mogelijk deze naam eerder gedragen hebben als koning over de Meden en pas na zijn verovering van het complete rijk deze naam hebben laten vallen.

Sommigen denken dat Darius de Meder dezelfde is als Gobryas, een generaal van Kores, die onder de naam Darius korte tijd Babylon bestuurd zou hebben. Kores zou dan wel zelf de veroveraar van Babel zijn, maar zou pas jaren later het bestuur op zich genomen hebben.

Anderen menen dat Darius de Meder dezelfde is geweest als Astyagus, en daarmee dus de vader van Kores.

 

Nog steeds worden er nieuwe documenten gevonden met daarin nieuwe historische gegevens. Eén van die documenten (vrij recent gevonden) lijkt een aanduiding te bevatten voor wie Darius de Meder is geweest. Het gaat om een tekst van de Griekse schrijver Aeschylus. Hij geeft de volgende opsomming van Perzische heersers:

 

1.       De eerste Meder.

2.       De zoon van de Meder, die ‘het werk heeft afgemaakt’.

3.       Cyrus (dit is dezelfde als Kores)

4.       De zoon van Cyrus (we weten dat dit Cambyses is geweest)

5.       Mardis

6.       Darius I Hystaspis van Perzië

7.       Xerxes


Als Kores de directe opvolger is van Darius de Meder, zoals Dan.6:29 lijkt te suggereren, dan moet Aeschylus met ‘de eerste Meder’ de Ahasveros bedoelen die in Dan.9:1 genoemd wordt. Dit kan niet de Ahasveros van Est.1:1 zijn, want dat verhaal speelde zich veel later af.

 

Volgens Aeschylus heeft de tweede heerser, de zoon van de Meder, het werk afgemaakt. Uit Dan.5:31 (een tekst die wel in de KJV genoemd wordt*) blijkt, dat Darius de Meder (ofwel: Darius, uit het geslacht van de Meden) de macht krijgt over het Babylonische rijk na de val van Babel. Wat de precieze rol van Darius was bij de verovering van Babylon, valt hier moeilijk uit op te maken. Dat in hem de Medische macht tot een hoogtepunt raakte, is volgens Dan.6:1-2 aannemelijk. Zo voltooide hij inderdaad het werk van zijn vader (en diens voorouders), die al veel eerder de strijd met Babel hadden aangebonden.

* Dan.5:31 (KJV) ‘And Darius de Median took the kingdom, being about threescore and two years old.’ ‘Met threescore and two’ wordt de leeftijd van 62 jaar bedoeld.

 

Als we aan Darius de Meder een eigen identiteit toekennen, nemen we afstand van de breed gedragen visie dat Darius de Meder en Kores dezelfde zouden zijn. Ik heb daar, gezien Dan.6:29, geen moeite mee. Ook uit het onderstaande zal dit blijken.

 

3.3. Kores, de Perziaan

Ook al hebben we nu mogelijk een idee van wie Darius de Meder geweest kan zijn, daarmee zijn niet alle vragen opgelost. Als we de bijbelse gegevens voor waar houden (en dat is mijn intentie), heeft dit gevolgen voor de plaats van koning Kores is de chronologische overzichten. Kores wordt ons gepresenteerd als een koning die in 559 vorst van de Perzen wordt. Hij is op dat moment nog vazal van een Medische vorst, maar weet zich onder dit juk uit te werken. In 550 wordt hij koning van de Meden en de Perzen en hij regeert over dit rijk tot zijn dood in 530. De val van Babel wordt gezet op 539 voor Christus. De terugkeer van de Joden, in opdracht van koning Kores, begint in 538, nog steeds tijdens zijn eerste regeringsjaar (Ezr.1:1 e.v.). Met dit laatste feit lopen we opnieuw aan tegen een probleem. Hoe kan 539 of 538 het eerste regeringsjaar van Kores genoemd worden, terwijl hij in 559 al koning wordt.

 

Ik denk dat we enkele zaken in het oog moeten houden als we de tegenstellingen tussen al deze feiten willen minimaliseren.

 

1.       Als er gesproken wordt over het derde (Dan.10:1) of het eerste (Ezr.1:1) regeringsjaar van Kores, over welk rijk wordt er dan gesproken? Denken we aan het eerste of derde regeringsjaar van zijn periode als koning van de Perzen of van Meden en Perzen, dan komen we in de knoop. Betrekken we deze tijdsaanduidingen op de periode waarin Kores over het grote Medo-Perzische rijk (incl. Babel) regeert, dan ziet het plaatje er al heel anders uit. Ik zie ruimte voor deze verklaring vanwege het volgende.

 

2.       Het lijkt mij dat Daniël in zijn boek een weergave geeft vanuit zijn belevingswereld; en in het bijzonder vanuit zijn functie aan het hof. Van meet af aan heeft hij verkeerd aan het hof van achtereenvolgens Nebukadnezar, diens opvolgers waarvan als laatste Belsazar, Darius de Meder en Kores (6:29). Vanwege zijn hoge functie was hij nauw betrokken bij zowel de gaande als de komende heersers. We moeten bedenken dat Daniël geen historicus was en dat het niet zijn opzet was om een historisch werk te schrijven. Zijn boek is een profetisch werk, wat historische feiten bevat, die beschreven zijn vanuit de beleving en niet vanuit het gezichtspunt van een buitenstaander die de opzet heeft om een chronologisch overzicht van diverse koningen te maken. Pas in 539 veroveren de Meden en Perzen het Babylonische rijk en daarna begint direct de terugkeer van de Joden. De twee genoemde tijdsaanduidingen (Dan.10:1; Ezr.1:1) moeten dus wel op de regering van Kores over Babel gaan. Vanaf 539 was deze Kores de koning waarmee Daniël te maken kreeg. Vanaf dat moment was hij ook een koning die geschiedenis schreef vanwege dit belangrijke wapenfeit. Vanaf dat moment was hij ‘in the picture’. Blijkbaar heeft ook Ezra vanuit dit gezichtspunt geschreven. Ook in Dan.5:31 en 6:1 zien we een voorbeeld van dit gezichtspunt. Welk koninkrijk ontving Darius de Meder op de leeftijd van 62 jaar? Het koninkrijk waarbij vanaf dat moment ook Daniël hoorde: het grote Medo-Perzische rijk, waarin Babel vanaf dat moment opgeslokt werd. In dat rijk geeft hij Daniël een hoge plaats (6:3) en in dat rijk staat Daniël ook deze vorst in zijn eerste regeringsjaar terzijde (11:1).

 

3.       Regeringsjaren van koningen vallen zelden gelijk met kalenderjaren. Voor beide heersers van het grote Medo-Perzische rijk, Darius de Meder en Kores de Perziaan, kunnen de eerste regeringsjaren in het ‘kalenderjaar 539 vallen. Daarbij moeten we dan gelijk constateren dat de regering van Darius de Meder over dit grote rijk van korte duur is geweest. Volgens de geschiedenisboeken werd Kores in 550 koning over de Meden en de Perzen. Omdat diezelfde boeken nergens spreken over Darius de Meder, kunnen we, met de Bijbel in de hand, stellen dat er blijkbaar informatie uit die tijd zoek is. Waarschijnlijk is Kores dus veel later koning over zowel de Meden als de Perzen geworden en heeft de regeringswissel met Darius de Meder plaatsgevonden in het jaar 539, het jaar waarin ook Babel voorgoed overwonnen wordt. Het is goed mogelijk dat het getouwtrek tussen de Meden en de Perzen over de alleenheerschappij geduurd heeft tot in 539 en dat Darius de Meder kort na zijn glorieuze overwinning op Babel het onderspit heeft moeten delven van Kores.

 

Een historicus zal me na deze speculaties zeker verwijten dat dit giswerk van weinig waarde is. Anderzijds zal iedereen die de Bijbel voor waar aanneemt, begrijpen dat hier een principiële keuze gemaakt moet worden. In ene hand hebben we de Bijbel, waarin God aan het woord is. Zijn Woord is waarheid. In de andere hand hebben we de beschikking over een schat aan historische informatie, die nog steeds aangevuld wordt, naarmate meer bronnenmateriaal beschikbaar komt. Voor mij is de keus dan niet moeilijk meer. Niet de beschikbare (en nooit complete) informatie over Kores moet hier als maatstaf genomen worden, maar de gegevens die de Bijbel ons geeft.

 

3.4. Overzicht van heersers waaronder Daniël diende

Een en ander samenvattend kom ik tot het volgende overzicht van koningen waaronder Daniël gediend heeft.

 

·         Nebukadnezar regeerde over Babel van 605-562.

·         Belsazar is de laatste koning van Babel, namens Nabonidus, die regeerde van 556-539. Belsazar regeerde 10 jaren, tot de val van Babel.

·         Het Babylonische rijk gaat in 539 over in handen van de Meden, die op dat moment geregeerd worden door Darius de Meder.

·         In dat zelfde jaar gaat rijk over in handen van Kores de Perziaan, en spreken we verder van het Medo-Perzische rijk, waarvan ook Babel deel uitmaakt.

 

Veel geschiedschrijving over de periode waarin Daniël leefde, ook door Joodse schrijvers, is gedaan in de 2e eeuw voor Christus. Blijkbaar is er tussen de 6e en de 2e eeuw kennis verloren gegaan over bepaalde details. Mijns inziens wordt hiermee de authenticiteit van het boek Daniël juist onderstreept, in plaats van ondermijnd, want het feit dat Daniël wel op de hoogte was van dergelijke zaken, bewijst dat hij iemand geweest moet zijn die in die tijd leefde.

 

3.5. Berekening van de zeventig jaren

We hebben nog één puzzeltje op te lossen. Nebukadnezar wordt in 605 koning van Babel. Hij is degene die tijdens zijn eerste regeringsjaar Jeruzalem belegert en de eerste ballingen, waaronder Daniël, meeneemt (Dan.1:1-4). In 538 krijgen de Joden van Kores toestemming om terug te gaan naar hun land. Tussen de wegvoering van Daniël en de terugkeer zitten 66 jaren. De ballingschap zou echter 70 jaren duren (Jer.25:11-12; 29:10; 2Kron.36:22; Ezr.1:1).

Waar halen we die vier extra jaren vandaan?

 

De oplossingen voor dit probleem ligt allereerst in het tellen van de maanden.

Puur rekenkundig ziet onze som er zo uit.

 

 

Met een plaatje erbij, blijkt echter dat we er aan de rechterzijde bijna twee jaar toe kunnen voegen. Stel dat Nebukadnezar in de laatste maand van 605 koning geworden is (LET OP: we tellen achteruit), dan kunnen we van het kalenderjaar 605 bijna 12 maanden benutten.

Aan de rechterzijde van het plaatje doen we iets dergelijks.

In het jaar 539 krijgen zowel Darius de Meder als Kores een plaats. Stel dat Kores in de eerste maand van 539 de macht over het rijk heeft overgenomen van Darius, dan past dat nog steeds in 539. Als we zo doorrekenen, eindigt het eerste regeringsjaar van Kores uiterlijk in de eerste maand van 538. Theoretisch gezien kan dan ook het bevel voor de terugkeer van de Joden in die eerste maand van 538 gegeven zijn. Ik heb de neiging om dit bevel van Kores als beëindiging van de ballingschap te beschouwen.

 

 

Afgerond komen we nu uit op 68 jaar. Nog steeds komen we echter 2 jaar te kort.

Ik zie ruimte om er nog 1 jaar aan toe te voegen.

Het eerste regeringsjaar van Nebukadnezar valt namelijk samen met zowel het derde (Dan.1:1) als het vierde (Jer.25:1) regeringsjaar van Jojakim. Als het derde jaar van Jojakim op zijn vroegst zou eindigen in de laatste maand van het kalenderjaar 605, begint dat regeringsjaar op zijn vroegst in de laatste maand van 606. Op grond van Jer.25:11-12 is het verantwoord om deze ruimte erbij te nemen, want er wordt daar gesproken over zeventig jaren van dienstbaarheid aan de koning van Babel. Deze dienstbaarheid begon dus niet pas toen de eerste Joden, waaronder Daniël, gedeporteerd werden. De dreiging van Babel bestond ook al even voordat Nebukadnezar aan de macht kwam, maar toen was het nog Farao Necho die zich als tegenstander van Babel kon handhaven (zie ook Jer.46:2; 2Kon.23:34). Nebukadnezar, de tweede koning van Babel, zette de dreiging om in oorlogsgeweld.

 

 

Het zeventigste jaar moeten we wellicht toch zoeken aan de kant van Kores. Tot nog toe heb ik geprobeerd om het ‘historische gegeven’ van zijn inname van Babel in 539 zo veel mogelijk te handhaven. Ondanks het feit dat – volgens de Bijbel – Darius de Meder in 539 Babel inneemt, zagen we ruimte voor een machtswisseling tussen Darius de Meder en Kores in dat zelfde jaar. We hebben al eerder vraagtekens gezet bij de compleetheid van de historische gegevens. Stel….stel dat Kores nu eens in 538 koning over het Medo-Perzische rijk wordt. Dan zou onze som compleet zijn. Over het algemeen wordt aangenomen dat de Joden pas in de loop van 537 met de wederopbouw van hun land beginnen…

Ik ga deze paragraaf beëindigen. Het past niet bij me om zó met jaartallen bezig te zijn. Ik nodig iedereen die deze puzzel verder op kan lossen uit om contact met me op te nemen.

 

3.6. Taalkundige argumenten

Veel taalkundigen zijn van mening dat het boek Daniël niet in de 6e eeuw voor Christus geschreven kan zijn, maar veel later, in de 2e eeuw, omdat er een aantal Perzische en Griekse woorden in voorkomt die in die tijd nog niet gebruikt zouden kunnen worden. Hoewel het Griekse rijk en daarmee ook de Griekse taal pas vanaf Alexander de Grote (365-323) tot bloei komt, speelden de Grieken toch al lang voor de tijd van Daniël een rol in het Midden-Oosten als handelaars. Omdat er nog veel Griekse documenten uit de laatste eeuwen voor Christus ontbreken, kan helemaal niet met zekerheid worden vastgesteld wanneer Griekse woorden voor het eerst gebruikt werden. Ook het gebruik van Perzische woorden sluit het ontstaan van het boek Daniël in de 6e eeuw niet uit. In andere Aramese geschriften uit die tijd komen verhoudingsgewijs evenveel Perzische woorden voor.

Ook het Aramees, waarin een groot deel van het boek geschreven is, dateert niet uit de 2e eeuw, maar van eeuwen eerder.

 

3.7. Verklaring voor de tweetaligheid

Hoofdstuk 2:4 t/m 7:28 zijn geschreven in Aramees. Alle overige passages zijn geschreven in het Hebreeuws. Eén deel is geschreven in de taal van de heidenen. Het gaat ook over de tijden van de heerschappij van de heidenen over Israël.

De gedeelten van zijn boek die in het bijzonder van belang zijn voor Israël, hoofdstuk 1 en de profetieën die betrekking hebben op de toekomst van het Joodse volk (hfst. 8-12) schreef Daniël in het Hebreeuws, mogelijk met als reden dat alleen Joden ze zouden begrijpen.

In de dagen van Hizkia (604) verstonden de Joden geen Aramees (2Kon.18:26), maar na de ballingschap, in Ezra’s dagen (426) moest het Hebreeuws uitgelegd worden (Neh.8:8-9). In Daniëls dagen werden beide talen gesproken en daarom konden ze ook beide door hem gebruikt worden.

 

4. Structuur (2)

 

4.1. De betekenis van tijdsaanduidingen

Ik heb mezelf afgevraagd welke waarde we moeten hechten aan de tijdsaanduidingen in het boek Daniël. Dat ze belangrijk zijn, moge blijken uit het betoog hierboven. Tegelijk hebben we vastgesteld dat Daniël geen historicus was. De tijdsaanduidingen die hij noemt zijn vanuit zijn gezichtspunt, als bestuurder aan het Babylonische hof, opgeschreven. Daniël is allereerst een ziener, een profeet.

Te midden van de boodschappen die Daniël zelf ontvangt, komen we vier tijdsaanduidingen tegen (7:1; 8:1; 9:1 en 10:1). We hebben gemerkt dat deze aanduidingen bruikbaar zijn voor het oplossen van historische vraagstukken. Bestaat er echter ook een verband tussen de tijdsaanduidingen en de boodschap waarbij ze genoemd worden?

 

4.2. De dromen en gezichten in volgorde

Laten we beginnen met een schema waarin zowel de gebeurtenissen als de dromen in chronologische volgorde worden weergegeven.

 

Heerser

Hfst.

Tijdsaanduiding

Droom of gezicht

Nebukzadnezar

1

Het eerste of tweede jaar van Nebukadnezar

 

2

Het tweede jaar van Nebukadnezar

2x (ook Daniël – 2:19)

3

Niet bekend

 

4

Niet bekend

1x

Belsazar

(regeerde tijdens de laatste 10 jaren

van Babel)

7

Het eerste jaar van Belsazar

1x

8

Het derde jaar van Belsazar

1x

5

Het laatste jaar van Belsazar

1x

Darius de Meder

6

Waarschijnlijk aan het begin van zijn regering

 

9

Het eerste jaar van Darius de Meder

1x

Kores de Perziaan (6:29)

10-12

Het derde jaar van Kores de Perziaan

1x

 

Zeven keer wordt ons in het boek Daniël een droom of gezicht beschreven.

Hieronder een chronologisch overzicht, toegespitst op de inhoud van de dromen en gezichten.

 

Hoofdstuk

Tijd

Plaats

Ontvanger

Uitlegger

Betrekking op

 

Dromen en gezichten ten tijde van het Nieuw-Babylonische rijk

 

2

Tweede jaar van Nebukadnezar

Op bed

Nebukadnezar

Daniël

Overzicht 5 rijken*

‘s Nachts

Daniël

God

4

?

Paleis

Nebukadnezar

Daniël

Vernedering van Nebukadnezar

7

Eerste jaar van Belsazar

Op bed

Daniël

Een dienaar van de Oude van dagen

Overzicht 4 rijken met accent op het laatste rijk

8

Derde jaar van Belsazar

Susan (in de geest)

Daniël

Gabriël

Meden-Perzen en Grieken.

5

Laatste jaar van Belsazar

Paleis

Belsazar

Daniël

Einde van Belsazar

 

Dromen en gezichten ten tijde van het Medo-Perzische rijk

 

9

Eerste jaar van Darius de Meder

Gebedsplaats

Daniël

Gabriël

Toekomst van Israël

10-12

Derde jaar van Kores

Bij de Tigris

Daniël

è studie 7

Oorlogen tussen koningen van het noorden en het zuiden, uitlopend tot in de toekomst van Israël

 

* Voor een toelichting op de vijf rijken in hoofdstuk 2, zie bijbelstudie 6.

 

4.3. Enkele opmerkingen bij de dromen en gezichten

1.       Doorgaans worden de eerste zes hoofdstukken van het boek Daniël historisch genoemd en de laatste zes profetisch. Eigenlijk is dit een indeling van weinig waarde, omdat daarin totaal geen rekening wordt gehouden met de chronologie. Deze indeling heeft zelfs de manier gestempeld waarop veel christenen met het boek Daniël omgaan, namelijk dat vaak alleen de historische passages gelezen en bestudeerd worden en niet de profetische. Het zou heilzaam zijn voor het inzicht in Gods Woord als men hier vanaf zou stappen. Overigens bevatten ook de ‘historische passages’ profetische details (hoofdstuk 2, 4 en 5). Zou het nodig zijn om in het boek Daniël een scheidslijn te trekken, dan zou ik die trekken tussen hoofdstuk 5 en 6 en niet tussen 6 en 7.

2.       Daniël is bij alle dromen en gezichten betrokken; drie keer als uitlegger en vijf keer als ontvanger. Dit onderstreept dus de sleutelpositie van Daniël in dit profetische boek. Ook wordt hierdoor duidelijk dat we onszelf niet alleen moeten concentreren op de dromen en gezichten die Daniël zelf ontvangt, want ook de andere drie maken dragen bij aan het profetische karakter van dit boek.

3.       Opvallend is het patroon wat zich aftekent in de tijd van Nebukadnezar en Belsazar. In het begin van beider regeringsperioden wordt een droom of gezicht ontvangen met daarin een overzicht van rijken, respectievelijk door Nebukadnezar en Daniël. Zowel Nebukadnezar als Belsazar ontvangen ook een droom of gezicht wat betrekking heeft op henzelf.

4.       De droom van hoofdstuk 8 heeft iets opmerkelijks. Dit is de enige droom waarin Daniël als het ware in de geest verplaatst wordt naar een andere plaats, namelijk naar de burcht Susan, aan de rivier de Ulai. Bij de andere zeven dromen kan steeds een ‘stoffelijke’ ontvangstplaats worden aangewezen. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat er in deze droom al details worden getoond die betrekking hebben op het verloop van het Medo-Perzische en Griekse rijk, terwijl het Babylonische rijk opdat moment nog zeven jaar lang zal bestaan. Babel wordt in deze droom niet meer genoemd, terwijl dat in de twee andere dromen te tijde van Babel (hoofdstuk 2 en 7) nog wel het geval is. De burcht Susan werd later de hoofdstad van het Medo-Perzische rijk (zie het boek Esther). Alle andere dromen en gezichten beginnen, hoe ver ze ook reiken, in het rijk wat op dat moment is. Ook bij hoofdstuk 9 is dat het geval, omdat de zeventig weken die in 9:24 genoemd worden aanvangen in dat zelfde jaar. Alleen hoofdstuk 8 is hierop een uitzondering.

 

5. Daniël, de hoofdpersoon

 

5.1. Sleutelpositie

Alle heersers en rijken beschouwende, valt het me opnieuw op hoe bijzonder het boek, maar ook de persoon van Daniël is.

·         Hij heeft op de kruising gestaan van twee wereldrijken.

·         Hij heeft in beide rijken een toppositie bekleed.

·         Het boek Daniël zet historische overzichten op zijn kop. De boodschap van dit boek heeft een historische reikwijdte van honderden jaren en geeft ons feiten waarvan historici nog steeds niet de waarheid van kunnen aantonen.

·         Zijn volharding in het dienen van God is getest, maar ondanks alles bleef hij trouw.

·         Als bestuurder was hij van grote waarde voor zijn heersers, maar ook voor God en zijn volk Israël was deze man van onschatbare waarde. Hij smeekte voor het herstel van zijn volk (hoofdstuk 9) en wordt twee keer ‘de beminde’ genoemd (10:11 en 19).

Wat een geweldig voorbeeld van hoe het dienen van God en het staan in deze wereld samen kunnen gaan. Ik denk aan wat staat in Jer.29:7, als instructie aan de ballingen in Babel.

 

‘Zoekt de vrede van de stad waarheen Ik u in gevangenschap heb doen wegvoeren en bidt voor haar tot de Heere, want in haar vrede zult u vrede hebben.’

 

Hoe meer ik ontdek over Daniël, hoe meer ik deze tekst ga begrijpen. De vrede van Daniël is ten diepste niet zichtbaar geweest in de vorm van vrijheid. Hij was en bleef ten slotte een balling. Ook de periode waarin hij diende kan nauwelijks gekenmerkt worden door vrede. Daniël heeft de vrede ervaren in de vorm van zegen op zijn werk; het dienen van zijn heersers in opdracht van zijn God.

 

5.2. Terugkeer

Is Daniël later terug gekeerd naar het land van zijn vaderen?

We kunnen daarover niets met zekerheid zeggen.

 

1.       Als we letten op Dan.6:29 en 10:1+4, kunnen we in ieder geval zeggen dat Daniël in het derde jaar van Kores nog verkeert in het Babylonische land, wat dan inmiddels behoort tot het Medo-Perzische rijk. De eerste lichting Joden is dan inmiddels terug gekeerd (Ezr.1:1). In de Deuterocanonieke boeken (geschreven in de 2e eeuw voor Christus) komt het verhaal voor van Daniël en Bel, wat zich afspeelt tijdens het bewind van Kores. Vanwege het twijfelachtige allure van de Deuterocanonieke boeken kunnen we dit gegeven niet zwaar laten meewegen.

2.       Daniël was al erg oud toen de regering van Kores begon. Als we er van uitgaan dat hij 15 was toen hij in Babel aankwam (Dan.1:1-4), dan moet hij in het derde jaar van Kores 88 jaar geworden zijn. Op zich hoeft zijn leeftijd geen reden te zijn waarom hij niet terug gegaan zou zijn. Veel mensen die aanwezig waren bij de inwijding van de herbouwde tempel, hadden de eerste tempel nog meegemaakt (Ezr.3:12).

3.       Over het algemeen wordt aangenomen dat de priester waarover in Ezr.8:2 en Neh.10:6 gesproken wordt, niet de zelfde zijn geweest is als ‘onze’ Daniël.

 

6. Toepassingsgedachten

 

Autonome pionnen

Heersers strijden hun eigen strijd, maar zijn ook pionnen van God.

Nebukadnezar brengt de Joden in Babel en Kores zorgt dat ze weer terug gaan.

Gods lijn (plan) gaat door de plannen van koningen heen.

Wij zien fragmenten, maar God ziet het geheel.

We mogen vertrouwen hebben dat het God niet uit de hand loopt.

Dat geldt zowel voor grote dingen als voor de dingen in ons eigen leven.

 

De Vaderhand

God tuchtigt zijn volk Israël, maar tijdens die periode ontvangt Daniël ook boodschappen waaruit blijkt dat het bestaan van het Joodse volk niet in Babel zal stranden.

Tijdens de tuchtiging is God al weer bezig met herstel.

 

De compositie van de Bijbel

Bij de totstandkoming van de Bijbel zijn vele mensen betrokken. Toch zie je elke keer weer de hand van God, de Grote Componist, die Zijn patroon er in heeft geweven.

Het ontdekken van structuren in de Bijbel loont de moeite.

In hoeverre betrek je dit bij het doen van persoonlijke bijbelstudie?

Hoe lees jij de Bijbel? Hoe veel tijd reserveer je ervoor?

 

De zegen van volharding

Wat een geweldig voorbeeld van hoe het dienen van God en het staan in deze wereld samen kunnen gaan. Door volharding ontvang je zegen; niet door verloochening.