Dienaar van God tussen de heidenen

Aantekeningen bij bijbelstudie 2 over het boek Daniël; Lunteren seizoen 2006-2007

Index

 

1. Gods opdracht voor de ballingen – Jeremia 29:4-7

1.1. De opdracht

1.2. Aanvaarden van de situatie

1.3. Bouwen aan de toekomst

1.4. Betrokkenheid op Babel

1.5. Tijdloze principes

2. Daniël en zijn vrienden

2.1. Het kader van Jeremia 29

2.2. Het moment van Daniëls wegvoering

2.3. Vier vrienden aan het hof

2.4. De test van hoofdstuk 1

2.5. Gehoorzaamheid wordt gezegend

2.6. Gespreksmoment

2.7. De gebeurtenissen in Daniël 3 en 6

2.8. Parallellen in hoofdstuk 3 en 6

2.9. Gespreksmoment

 

1. Gods opdracht voor de ballingen – Jeremia 29:4-7

 

1.1. De opdracht

Bouw huizen en woon erin.

Cultiveer het land en eet van de vrucht.

Sluit huwelijken, krijg nageslacht, en zorg dat jullie niet verminderen, maar vermeerderen.

Zoek de vrede voor de plaats waar je bent, doe voorbede voor haar.

In haar vrede zult gij vrede hebben.

 

1.2. Aanvaarden van de situatie

Het zou nog lang duren voor ze terug zouden mogen. Het accepteren van deze opdracht gaat samen met een zich neerleggen bij (aanvaarden van) deze straf. Niet blijven kniezen, maar er wat van maken. De straf was immers ook terecht.

 

1.3. Bouwen aan de toekomst

Dat het God niet alleen gaat om een zinvolle besteding van de straftijd, zien we bij de opdracht om nageslacht te blijven verwekken. Hierin zien we dat ook gedurende deze periode van tuchtiging de belofte wordt uitgewerkt van het ontelbaar grote getal van Abrahams nageslacht (Gen.15:5). God blijft instaan voor Zijn eigen volk (Jer.31:3; Rom.11:28-29).

Daar waar kinderen geboren worden is toekomst!

 

1.4. Betrokkenheid op Babel

God gaat God echter niet alleen om een toekomst voor Israël, maar ook om heil voor het land waarin ze als balling verkeren. De Joden moeten de vrede van Babel zoeken en zelfs voorbede voor haar doen. Hierin zie je het gegeven terug dat Israël door God gesteld is tot zegen van de volken (Ex.19:5-6).

 

1.5. Tijdloze principes

God geeft hier drie opdrachten waar ook wij van tijd tot tijd mee te maken kunnen krijgen.

1.       Aanvaard de situatie

2.       Blijf hoop houden

3.       Ga met je vijanden naar God

En daarnaast: God is getrouw!

 

Ook in het NT zien we dergelijke noties voorbij komen. Ik noem er een paar, zonder in te gaan op de context waarin deze teksten staan.

 

1Pt.5:6-7

Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

 

Rom.12:12

Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.

 

Rom.12:14

Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.

 

Rom.12:19

Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

 

Hebr.12:6-7

Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt. Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)

 

2Thess.3:3

Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken en bewaren van den boze.

 

1Tim.2:1-2

Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.

 

2. Daniël en zijn vrienden

 

2.1. Het kader van Jeremia 29

In het leven van Daniël en zijn drie vrienden zien we veel terug van het bezig zijn met deze opdracht en alles wat daarbij komt kijken, ook al hebben ze daar in hun jonge jaren niet letterlijk kennis van kunnen nemen. Jeremia schreef deze brief immers in de beginperiode van Zedekia’s regeringsjaren (Jer.29:1-3).

 

à Aanvaard de situatie: de jongens worden opgeleid en doen er ook hun best voor

à Met het oog de toekomst: zie Daniël 9…

à Betrokkenheid op Babel: ze worden bestuurders en zoeken het welzijn van het land

à God is getrouw: Dan.6:23

 

2.2. Het moment van Daniëls wegvoering

Naar alle waarschijnlijkheid zijn Daniël en zijn vrienden naar Babel weggevoerd bij de allereerste inval van Nebukadnezar in Juda, ten tijde van koning Jojakim (2Kon.24:1).

We kunnen dit afleiden uit Daniël 1:1-3, waar eerst inval van Nebukadnezar en zijn opdracht om jongemannen te selecteren achter elkaar genoemd worden. Deze wegvoering wordt echter niet beschreven in het rijtje wat Jeremia in Jer.52:28-31 noemt. Sommige uitleggers plaatsen hierom Daniëls wegvoering in het zevende regeringsjaar van Nebukadnezar (= het 10e jaar van Jojakim), waaruit voortvloeit dat er zich tussen Dan.1 vers 2 en vers 3 enkele jaren tijd moeten bevinden. Naar mijn mening is de eerstgenoemde optie echter de beste, omdat in Daniël in het 2e jaar van Nebukadnezar al een droom voor hem oplost (Dan.2:1). Blijkbaar heeft Nebukadnezar bij zijn eerste bezoek aan Jeruzalem enkele jonge – adellijke – mannen meegenomen, met – zoals later blijkt – als doel om daarmee zijn voordeel te doen bij het besturen van zijn immense rijk.

 

NB. Het eerste jaar van Nebukadnezar valt zowel in het derde als in het vierde van koning Jojakim (Dan.1:1; Jer.25:1). In Nebukadnezars eerste regeringsjaar vond ook de slag bij Karchemis plaats, waarin hij de strijd aanbond met Farao Necho (Jer.46:2).

 

2.3. Vier vrienden aan het hof

Er vindt in opdracht van de koning een selectie van adellijke jongemannen plaats. Criteria: gaaf van uiterlijk, wijs in allerlei kennis, verstandig, geschikt om aan het hof te kunnen werken.

De kandidaten moeten onderwezen worden in relevante zaken uit de Babylonische cultuur en in de taal.

 

Opvallend is de naamsverandering van de vier Joodse jongemannen.

 

Joodse naam

Betekenis

Chaldeeuwse naam

Betekenis

Daniël

Mijn rechter is God

Beltsazar

Bel beschermt de vorst

Hananja

De Heere is genadig

Sadrach

Vreugde in de weg

Misaël

Wie is wat God is?

Mesach

Wie is Aku?

Azarja

De Heere luistert

Abednego

Dienstknecht van Nego

 

De Chaldeeuwse namen vertegenwoordigen niet het getuigenis van de Hebreeuwse. Waarschijnlijk was dat in overeenstemming met de etiquette aan het hof, waarin geen plaats was voor andere goden dan de goden van Nebukadnezar zelf.

Nu we het toch over namen hebben:

De naam ‘Nebukadnezar’ betekent ‘Nebu is de vorst der goden’. De naam van het hoofd van zijn hovelingen, Aspenaz, betekent ‘paardeneus’. Waarschijnlijk was deze man een gewijde tovenaar.

 

2.4. De test van hoofdstuk 1

Bij de driejarige opleiding en voorbereiding op de positie aan het hof hoort ook het nuttigen van een door de koning verordend menu, wat volgens vers 9 in verband staat met hun conditie. In feite hebben we het dus over een dieet.

Daniël wil zich niet verontreinigen met het menu wat hen voorgezet wordt. Waarschijnlijk had dit allereerst te maken met het vlees, wat geslacht was met het bloed. Het eten van dergelijk vlees was de Joden ten strengste verboden (3:17; 7:26; 17:10-14; 19:26). Dit gold ook voor vlees wat aan afgoden gewijd was (Ex.34:15). Daniël neemt zich (allereerst) voor in zijn hart om dit alles niet te eten. Hij gaat er (daarna) ook over in gesprek met de overste van zijn opleiding en vraagt hem of er voor hem en zijn vrienden een uitzondering gemaakt kan worden. Deze beginselvastheid zien we ook terug in hoofdstuk 3, waar de drie vrienden zich voornemen om niet te buigen, los van wat de koning daarvan vindt. Het gesprek volgt op het besluit. Geen ruimte voor een accoordje.

 

2.5. Gehoorzaamheid wordt gezegend

De overste durft het eerst niet aan, maar gaat overstag voor een proefperiode van 10 dagen, waarin Daniël en zijn drie vrienden alleen van het gezaaide zullen eten en water zullen drinken.

Als na 10 dagen blijkt dat hun conditie beter is dan die van de andere kandidaten, mogen ze hun eigen dieet vervolgen.

God zegent deze gang van zaken. Hij geeft de mannen verstand en wijsheid en Daniël daarboven ook inzicht in dromen en gezichten.

Na hun opleiding stelt de koning vast dat deze mannen tien maal zo wijs zijn dan de tovenaars en sterrenkijkers in zijn koninkrijk.

Daniël blijft tot aan koning Kores (als de Perzen het Babylonische rijk veroveren) aan het hof.

 

2.6. Gespreksmoment

 

Principes

De maatschappij stelt haar eigen regels en criteria, die soms haaks kunnen staan op Gods instellingen.

Vaak wordt de indruk gewekt dat ‘meedoen’ in je voordeel is. Denk aan het stimuleren van twee-verdieners, met als bij-effect kinderopvang en naschoolse opvang, wat benoemd wordt als ‘verantwoord omgaan met de toekomst van jezelf, je gezin en je land’. De nadelen hiervan, dat kinderen aantoonbaar de dupe zijn van al deze ontwikkelingen en de veilige basis van het gezin steeds meer onder druk komt te staan, worden in regeringskringen niet meer op de juiste waarde geschat.

 

Veel mensen ontlenen hun eigenwaarde aan wat ze maatschappelijk gezien of op de arbeidsmarktwaard waard zijn. Wie wil bouwen aan zijn of haar toekomst, doet dat door cursus na opleiding te volgen en te kiezen voor zijn of haar eigen leven. Moeders die het grootste deel van de week thuis voor de kinderen zorgen en geen betaalde baan hebben, worden door veel mensen bestempeld als ‘zielig’. Dat achter dit laatste de christelijke overtuiging schuil kan gaan om kinderen een zo sterk mogelijke basis te geven voor het staan in deze – krankzinnige – wereld, wordt vaak niet onderkend.

 

Het zich houden aan dit soort principes gaat op termijn waarschijnlijk geld kosten. Misschien ‘kost’ het je op dit moment al waardering. Je voelt je niet begrepen…

 

·         De vraag is: Durf je pal te blijven staan voor Gods geboden, ook al zijn daar consequenties aan verbonden?

 

God helpt

Juist omdat deze mannen hun identiteit vasthouden, kunnen ze op de post die ze ontvangen veel betekenen voor het land. Vaak denken we andersom: ‘Als ik me aanpas, kan ik daar en daar beter functioneren.’ God zegent hun vertrouwen. Gehoorzaamheid is onze zorg. Uitredden en helpen is Gods zorg.

 

·         Ervaar je dit ook in je eigen leven?

 

Bijbelse noties

De Bijbel geeft ons veel tekstvarianten bij dit verhaal uit Daniël 1. Gods Woord doordringt ons van de juiste proporties van alle dingen die om ons heen gebeuren.

 

·         Laat ze eens de revue passeren en verwoord de lessen die je eruit leert. Wat roept het bij je op?

 

Rom.12:2

En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.

 

Fil.2:15

Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

 

Hand.5:29

Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen.

 

Gen.39

Denk aan Jozef in Egypte. Hij hield in het buitenland vast aan zijn principes. Dat kostte hem aanvankelijk veel, maar God keerde het ten goede.

 

Hebr.11:24-26

Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon  van Farao’s dochter genoemd te worden; Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan  voor een tijd de genieting der zonde te hebben; Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.

 

2.7. De gebeurtenissen in Daniël 3 en 6

De hoofdstukken 1, 3 en 6 zijn goed beschouwd variaties op het zelfde thema.

 

Gelovigen komen in een bepaalde situatie terecht en maken een keus.

Ze nemen de consequenties van hun keus voor lief en blijven op God vertrouwen.

Uiteindelijk blijkt dat het vertrouwen op God niet beschaamd wordt.

 

In hoofdstuk 3 en 6 krijgt alles echter een grimmiger karakter vanwege de doodstraffen die hier uitgevoerd worden (let op: ‘uitgevoerd worden’; door ingrijpen van God hield het leven echter niet op). Ook is er sprake van afgunst en beschuldiging van Daniël en zijn vrienden.

 

Hoofdstuk 3 beschrijft hoe Nebukadnezar in het dal Dura een enorm gouden beeld laat oprichten en bij de inwijding ervan het bevel geeft dat alle aanwezigen (voornamelijk mensen met een bestuurlijke of rechterlijke functie) op een teken het beeld moeten aanbidden. De opdracht tot aanbidding gaat dus gepaard met de dreiging van straf erbij voor wie niet mee doet. Eigenlijk is hier dus sprake van verering onder dwang.

Ook de drie vrienden van Daniël zijn hierbij aanwezig. Opnieuw ontstaat een situatie waarin de afweging moet worden gemaakt tussen Gods regels en menselijke regels, want deze mannen zijn niet van plan om mee te doen in een dergelijke vorm van afgodenverering.

Vaak wordt gezegd dat Nebukadnezar zelf door dit beeld werd uitgebeeld, maar daar is geen bewijs voor. Veel waarschijnlijker is het dat hij met dit beeld de macht en onsterfelijkheid van Babel heeft willen uitbeelden, waarvan hij zelf de grote heerser is. In het beeld in zijn droom (hoofdstuk 2) vertegenwoordigt alleen het gouden hoofd de macht van Babel. Wellicht heeft hij zich hierdoor laten inspireren om een beeld te maken wat geheel van goud was. Kleitabletten gevonden uit het

toenmalige Babylon geven deze ambities weer en vermelden o.a. volgende tekst: “Babylon, koninkrijk der koninkrijken, grootste van alle koninkrijken op aarde, moge mijn koninkrijk eeuwig blijven bestaan.” Als de drie vrienden voor Nebukadnezar staan, hebben zij het over het ‘niet vereren van uw goden en het gouden beeld’. Het gaat hier dus tenminste om een afgodische verering van Babel en indirect van de idealen van koning Nebukadnezar zelf.

De houding van de drie vrienden wordt gerapporteerd bij Nebukadnezar: er zijn mannen met een topfunctie die niet meedoen in de aanbidding. We weten niet waarom Daniël hierbij niet aanwezig was. Hij krijgt overigens zijn ‘test’ nog in hoofdstuk 6. Ontstaat de beschuldiging van de drie vrienden ook vanwege hun topfunctie? Deze mannen waren immers erg succesvol (Dan.1:20).

Nebukadnezar biedt hen, ondanks zijn duidelijke bevel en de bijbehorende straf, een tweede kans aan. Die kans komt er echter niet meer omdat de mannen reageren op zijn laatste zin (vers 15): ‘Wie is de God die u uit mijn handen verlossen zou?’ De mannen volstaan met het antwoord dat hun God machtig is om hen te verlossen uit het vuur en uit de macht van Nebukadnezar en in het geval dat hij dit niet zal doen, zal het getuigenis blijven staan dat ze niet zullen meedoen in de verering.

Nebukadnezar kent nu geen genade meer. Nadat de oven zeven keer zo heet is gestookt, wordt de straf voltrokken. Nebukadnezar blijft zelf kijken. Tot zijn ontzetting stelt hij vast dat er vier mannen in het vuur rondlopen en dat één van hen de gedaante heeft van een godenzoon. Hij roept dat de drie mannen weer uit de oven moeten komen en even later staan ze weer voor hem. De mannen worden gekeurd en er wordt vastgesteld dat zij niet zijn aangetast door het vuur.

Uit de redevoering die Nebukadnezar aansluitend houdt blijkt zijn erkenning van de macht van God, die Zijn engel heeft gestuurd om de mannen te verlossen. Ook blijkt zijn bewondering voor deze mannen, die zo trouw zijn aan hun God. Van de weeromstuit geeft Nebukadnezar een bevel dat iedereen die déze God zal lasteren, een verschrikkelijke straf zal ondergaan. Opnieuw verering onder dwang dus.

De drie mannen ontvangen nog meer gunst van Nebukadnezar. Net als in hoofdstuk 1 zien we dat gehoorzaamheid aan God gezegend wordt.

 

In hoofdstuk 6 wordt Daniël, die dan inmiddels al erg oud is, op de korrel genomen.

Daniël heeft ook aan het Perzische hof, waar hij op dat moment dienst doet, een topfunctie. Koning Darius heeft zelfs het voornemen om hem de allerhoogste plaats te geven in zijn rijk. Hierin ligt ook de oorzaak van het complot wat door andere bestuurders wordt opgezet. Je merkt het in vers 13 aan hoe ze Daniël noemen.

In het leven van Daniël is echter niets te vinden wat men tegen hem kan gebruiken. Geen beerputaffaires; geen slippertjes in vroegere jaren. Wat een compliment!

Men besluit dat Daniëls enige ‘zwakke’ punt zijn onwankelbare dienst aan God is. Dat waar hij sterk in is, wordt benut om hem omver te krijgen.

Dit keer bouwt de koning niet zelf de val voor Daniël, maar wordt hij in de positie gemanoeuvreerd dat hij straks zal moeten optreden tegen Daniël. Het lokaas voor de koning is zijn eigen trots.

Ook hier is sprake van een wet waarin het draait om het (aan)bidden van iets of iemand anders naast God. Daniël moet, gezien zijn positie, waarschijnlijk wel geweten hebben van de totstandkoming van deze wet.

Zodra de wet een feit is, gaat Daniël in gebed. Wellicht is dit keer de ernst van de situatie de aanleiding voor hem geweest om te gaan bidden, maar bidden was ook een dagelijkse routine voor hem geworden. Drie keer per dag bad hij knielend, met het gezicht naar Jeruzalem (1Kon.8:48), en hij beleed dan belijdenis voor God (SV). De grondtekst gebruikt hier de woorden ‘bidden’ en ‘loven’. De NGB vertaalt daarom terecht met ‘bad en loofde God’. In vers 11 wordt in beide vertalingen gesproken over ‘bidden’ en ‘smeken’.

Uiteraard wordt zijn ‘vergrijp’ snel vastgesteld en de koning wordt gedwongen (hoe moet je het anders noemen) om zijn besluit uit te voeren. Zijn eigen geloofwaardigheid en de rechtsorde in zijn rijk staan op het spel. Moet je dit overigens nog recht noemen, als er zo slordig omgegaan wordt met het opstellen van wetten?

De koning geeft het bevel om Daniël in de leeuwenkuil te gooien. Omdat koning Darius de hoop uitspreekt dat Daniël door zijn God verlost zal worden, stijgt hij in onze sympathie, zeker omdat ook hij slachtoffer lijkt te zijn van zijn eigen ministers. Schrijnend hoe een heerser van formaat zo weerloos is door zijn eigen rechtssysteem. En Daniël is, ondanks zijn positie en de trouw waarmee hij heeft gediend, overgeleverd aan de grillen van dit systeem.

Opmerkelijk is dat koning Darius, na een nacht zonder slaap, de volgende morgen toch gaat kijken bij de leeuwenkuil, in de hoop dat Daniëls God een wonder heeft gedaan. Uit alles blijkt zijn respect voor Daniël en zijn kennis van Daniëls God.

De Heere heeft ook hier een engel gestuurd die de leeuwen op non-actief heeft gesteld. Reden van deze bewaring is volgens Daniël zijn onschuld bij de Heere, maar ook tegenover de koning.

Daniël wordt uit de kuil gehaald en na keuring onbeschadigd bevonden.

Hierop volgt de straf voor de aanklagers (ook dat lijkt niet echt op een eerlijke rechtsgang) en daarna volgt de afkondiging van Darius aan alle volken: beef en sidder voor de God van Daniël. ‘Hij is de levende God, en bestendig in eeuwigheden, en Zijn koninkrijk is niet verderfelijk, en Zijn heerschappij is tot het einde toe. Hij verlost en redt, en Hij doet tekenen en wonderen in den hemel en op de aarde; Hij heeft Daniël uit het geweld der leeuwen verlost.’

Daniël stijgt opnieuw in aanzien en komt nog meer in de gunst bij de heersers.

 

2.8. Parallellen in hoofdstuk 3 en 6

Hieronder de gebeurtenissen van deze twee hoofdstukken in schema.

Daarbij aandacht voor de opvallende parallellen.

 

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 6

Ten tijde van Nebukadnezar

Ten tijde van Kores

Daniëls vrienden getest

Daniël zelf getest

Aanleiding voor de keus: verering van de goden van Babel (en indirect van Nebukadnezar zelf)

Aanleiding voor de keus: verering van de koning van Perzië

Verering onder dwang

Verering onder dwang

Aanbidding geëist

Aanbidding geëist

De straf: de vuuroven

De straf: de leeuwenkuil

De vrienden verloochenen Gods geboden niet

Daniël verloochent Gods geboden niet

De beschuldiging: er zijn bestuurders die niet buigen

De beschuldiging: er is een bestuurder die zich niet stoort aan het bevel

De koning moet reageren, om zijn geloofwaardigheid hoog te houden

De koning moet reageren, om zijn geloofwaardigheid hoog te houden

Een engel komt te hulp

Een engel komt te hulp

Keuring: geen schade door het vuur

Keuring: geen schade door de leeuwen

De uitspraak van Nebukadnezar over God

De uitspraak van Darius over God

Positief gevolg voor functie van de vrienden

Positief gevolg voor functie van Daniël

 

2.9. Gespreksmoment

 

Profetisch vergezicht

Opvallend is de profetische waarde van hoofdstuk 3. We vinden hier de ingrediënten voor de periode van de mens der wetteloosheid (2Thess.2:3-4; Dan.9:26-27; Op.13; Matth.24:15-28), waarin er voor gelovigen steeds minder vrijheid zal zijn om de Heere God te aanbidden. Wie zich niet conformeert met het systeem, zal daarvan de nadelen ondervinden. Evenzeer krijgen we een vooruitblik naar het feit dat de Heere uiteindelijk toch zal zegevieren.

 

In hoofdstuk 3 herkennen we ook de situatie zoals die vandaag de dag in veel landen al bestaat: de heersers bepalen voor hun onderdanen wat of wie zij mogen (of moeten) vereren. Ook in onze dagen worden mensen gediscrimineerd, vervolgd, gemarteld en gedood omwille van hun geloof.

 

·         Ben je er klaar voor om deze situaties aan te kunnen?

 

Aangeklaagd

Eén van de mooie dingen in hoofdstuk 6 is dat er in het leven van Daniël niets te vinden is waarop men hem kan beschuldigen. Tenslotte besluit men om hem dan maar te pakken op iets wat in het rijtje ‘zeer goede dingen’ thuis hoort: het gebed.

 

·         Hoe zit dat bij ons? Wat zijn de punten in ons leven waarop wij ‘aangeklaagd’ kunnen worden en waardoor het getuigenis van Gods Woord in een kwaad daglicht gesteld kan worden?

 

Getuigenis

Op veel plaatsen in de Bijbel zien we dat het getuigenis van God en Zijn rijk juist doorgaat als christenen standvastig blijven en op God blijven vertrouwen. Laat dit eens en te meer voor ons een reden zijn om niet te zwichten voor zaken waarvan we voelen dat het niet in overeenstemming is met Gods wet.

 

·         Bedenk een actuele situatie waarin juist het christelijke getuigenis op de korrel genomen wordt en waar mogelijk ook volharding op de proef gesteld wordt.

·         Welke bijdrage kun jij leveren aan de voortgang van het getuigenis op dit moment?

 

Bijbelse noties

Laat opnieuw een aantal bijbelteksten op je inwerken.

 

Joh.17:15-17

Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben. Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

 

1Petr.2:12

En houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen; opdat in hetgeen zij kwalijk  van u spreken, als van kwaaddoeners, zij uit de goede werken, die zij  in u zien, God verheerlijken mogen in den dag der bezoeking.

 

1Petr.3:16

En hebt een goed geweten, opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken,  als van kwaaddoeners, zij beschaamd mogen worden, die uw goeden wandel  in Christus lasteren.

 

Tit.2:8

Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen.

 

1Kor.10:13

Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.

 

Joh.16:33

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de  wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.

 

Voornemens

Het is goed om aan het einde van een bijbelstudie de dingen die je overdacht en geleerd hebt toe te spitsen op je eigen leven, bijvoorbeeld door jezelf één of twee dingen voor te nemen. Laat jezelf niet verlammen door het anti-getuigenis om je heen (soms ook van mensen die zeggen christen te zijn), maar besef opnieuw hoe een belangrijke ‘sleutel’ jij bent in handen van God op de plek waar jij functioneert. Met God kun jij het verschil maken in een wereld vol duisternis en grijsheid.

 

·         Wat zijn je voornemens? Maak ze concreet en geef ze a.h.w. een plek in je agenda en in je dagelijks leven.

 

Gebed

Daniël en zijn vrienden konden de strijd aan omdat ze een ‘relatie’ hadden met God en (in het geval van Daniël) discipline hadden ontwikkeld in het gebed.

Ga ook met jouw voornemens ook in gebed en vraag God kracht en wijsheid om zo voor Hem te leven. Niet een lauw leven vol compromissen ligt in de vuurlinie van de satan, maar juist het leven van iemand die wil leven voor God. Gebed is onmisbaar in deze strijd.

 

Fil.4:6-7

Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.

 

·         Wat let je…