Het boek Jozua in vogelvlucht

Het boek Jozua t/m Richteren 3:4

 

In het boek Jozua wordt de verovering ván en de vestiging van de Israëlieten ín het land Kanaän beschreven.

Onder leiding van Jozua, de opvolger van Mozes, nemen ze het hun door God beloofde land in bezit. Wat een genade van de Heere, die, ondanks alles wat Hij met dit volk moet meemaken in de woestijn, hun toch geeft wat Hij beloofd heeft. De Heere laat Zich door niets en niemand weerhouden om Zijn beloften aan Israël in vervulling te laten gaan.

Bij de Jordaan, vlak voor de intocht in Kanaän, nodigt de Heere Jozua en met hem het hele volk uit om het land in bezit te nemen. De militaire tegenacties van de Kanaänieten kunnen niet beletten dat het volk in vrij korte tijd bijna het hele land ook echt in bezit neemt. De Kanaänieten op wat grensvolken na geheel verslagen. Door slechts in gehoorzaamheid te doen wat de Heere vraagt en door alleen op Hem te vertrouwen, verkrijgen de Israëlieten, na zoveel jaren van omzwerving, eindelijk rust, vrijheid en een eigen woonplaats. Na zo lang met elkaar opgetrokken te zijn, gaan de stammen van Israël uit elkaar, naar het hun toebedeelde gebied. Vanuit hun eigen gebied moeten ze de laatste vijanden aan de grenzen nog verdrijven. De Heere zal hen echter daar de kracht voor geven. Aan het einde van zijn leven drukt Jozua het volk op het hart om te blijven wandelen in het spoor wat de Heere aangegeven heeft. Als zij Hem zullen dienen zal het hun welgaan. Al ze Hem zullen verlaten, zal Hij hen niet meer terzijde staan als tevoren en zullen de vijanden weer machtig worden over hen. Het volk belooft om de Heere te blijven dienen. Na de dood van Jozua komt het volk een tijd lang deze belofte na. Door echter niet alle vijanden te verslaan en zich zelfs te vermengen met andere volken, halen ze de toorn van de Heere over zich heen. De vijanden vallen hen voortaan keer op keer lastig en de Heere stelt richters aan om het volk te stimuleren in het goede en weerstand te bieden.

 

Het boek Jozua in zijn context

Het boek Jozua sluit aan op het boek Exodus.

In Exodus wordt beschreven hoe het volk Israël wordt bevrijd en uitgeleid uit Egypte. <In het boek Leviticus staat het historisch verslag even stil>  In het boek Numeri wordt de reis beschreven door de woestijn, tot aan Kades Barnea (Num.13). Het was Gods bedoeling dat het volk vanuit Kades het land Kanaän in het zuiden zou zijn binnengetrokken. Dat gaat echter niet door vanwege de opstand van het volk en zodoende kennen wij nu ook het vervolg van het boek Numeri (de omzwerving van 38 jaar lang) en het boek Deuteronomium (de tweede wetgeving vanwege het feit dat de generatie die aan de woestijnreis begon en Sinaï had meegemaakt, in de woestijn was omgekomen). <In Hebr.11:29-30 wordt de periode van 38 jaar weggelaten; het was geen periode die uitblonk door geloofsdaden (Hebr.3:17-19)>

Jozua maakt af wat in Exodus was begonnen. In beide boeken is ‘verlossing’ het sleutelwoord. Er is wel verschil in belichting: in  Exodus gaat het om uitleiding en bevrijding; in Jozua gaat het om inleiding en inbezitneming. Kortom: Jozua maakt de Exodus compleet.

 

Geestelijke lessen uit het boek Jozua

Het werk van Jozua begint als Mozes gestorven is (Joz.1:2). De Wet, waarvan Mozes een type is, kon nooit een zondig volk overwinning, rust en zegen geven (Hebr.7:19; Rom.6:14; 8:2-4). Jozua leidt het volk in het Beloofde Land. Hij is hiermee een overduidelijk type van Christus (Joh.1:17; Gal.3:24-25) <beide namen betekenen ook exact hetzelfde: de Heere redt / de Heere is redding>. Zowel voor Jozua als voor Jezus geldt: Hij komt na Mozes; Hij voert naar de overwinning; Hij is de voorspraak als er nederlagen geleden zijn; Hij wijst de erfenis toe. Het geheim achter Jozua’s  militaire successen was: onvoorwaardelijk geloof en absolute gehoorzaamheid. Zo diende ook Jezus Zijn Vader en zo vraagt Hij het ook van ons.

 

Het land Kanaän is de plaats waar overwinning op de vijand mogelijk gemaakt wordt en waar een leven van vrijheid en rust, in harmonie met de Heere, geleefd kan worden. Het boek Jozua staat, evenals de voorgaande vier bijbelboeken, boordevol met typologische elementen. Het voert in het kader van dit onderwerp te ver om daar uitvoerig op in te gaan.

 

Jozua en de Efezebrief:

 

In typologische zin is het boek Jozua goed te vergelijken met de brief van Paulus aan de gemeente van Efeze. Meer informatie hierover kun je vinden bij de aantekeningen over Efeze.

 

Van Jozua naar Richteren

Tot slot nog even de gebeurtenissen uit het boek Jozua op een rij. De inhoud van de eerste drie hoofdstukken van het boek Richteren zijn er niet zonder reden aan toegevoegd.

 

Gebeurtenis

Vindplaats

Het boek Jozua

Hoofdstuk 1 t/m 5: De intocht in het land Kanaän

De Heere instrueert Jozua

1

De verspieders in Jericho

2

De tocht over de Jordaan

3

De gedenktekens bij en in de Jordaan

4

Besnijdenis en Pascha in Gilgal

5:1-12

Jozua ontmoet de Vorst van het heir des Heeren

5:13-15

Hoofdstuk 6 t/m 12: De veroveringen

De val van Jericho

6

De verloren slag tegen Ai en de geschiedenis van Achan

7

De verdelging van Ai

8:1-29

Het altaar op Ebal en het voorlezen van de wet

8:30-35

De list van de Gibeonieten

9

De slag bij Gibeon en de veroveringen van het Zuiden

10

De verovering van het Noorden

11:1-15

Overzicht van de veroveringen

11:16-23

Lijst van de verslagen koningen

12

Hoofdstuk 13 t/m 22: De verdeling van het land

Lijst van nog niet veroverde streken

13:1-7

De verdeling van het Overjordaanse

13:8-33

De verdeling van Kanaän

14:1-5

Kaleb krijgt Hebron

14:6-15

Het erfdeel van Juda

15

Het erfdeel van Efraïm en Manasse

16:1 – 17:18

Verdeling van het overige land te Silo

18:1-10

Het erfdeel van Benjamin

18:11-28

Het erfdeel van Simeon

19:1-9

Het erfdeel van Zebulon

19:10-16

Het erfdeel van Issaschar

19:17-23

Het erfdeel van Aser

19:24-31

Het erfdeel van Naftali

19:32-39

Het erfdeel van Dan

19:40-48

Het erfdeel van Jozua

19:49-51

De vrijsteden

20

De Levietensteden

21

Terugkeer van de Overjordaanse stammen

22:1-8

Het altaar van de Overjordaanse stammen

22:9-34

Hofdstuk 23 en 24: Jozua’s laatste boodschap en zijn dood

Afscheidsrede van Jozua tot de hoofden van het volk

23

Verbondvernieuwing te Sichem

24:1-28

Dood van Jozua en Eleazar

24:29-33

Het boek Richteren

De Israëlieten na de dood van Jozua

1

De Engel des Heeren te Bokim

2:1-5

Israël vervalt tot afgoderij en de Heere geeft richters

2:6 – 3:4

 

Na de dood van Jozua komt het volk de belofte om de resterende vijanden te verdrijven niet na. Wellicht is hiervan de oorzaak dat ze het oorlog voeren beu zijn. Wellicht zijn ze bang om zonder de inspirerende leiding van Jozua verder te gaan. De meeste stammen gooiden het op een accoordje met de vijanden en laten hen leven in ruil voor belasting en dienstverlening (Richt.1). De Heere laat Zijn misnoegen hierover duidelijk merken bij Bokim. Er lijkt sprake te zijn van berouw (Richt.2:4-5), maar tot een herstel komt het niet. Men gaat zelfs van lieverlee over tot afgodendienst met de goden van de buurvolken (Richt.2:6 e.v.). De Heere stuurt richters om hen een halt toe te roepen, maar niets mag baten (Richt.2:17 e.v.). De volken die niet verdreven waren, gaan terugslaan en worden de ‘luis in de pels’ van het volk Israël. De Heere laat dat toe, enerzijds omdat dit de straf is die Hij beloofd heeft in geval van ongehoorzaamheid en anderzijds om de nieuwe generatie (die de oorlogen o.l.v. Jozua niet meer had meegemaakt) de vechtmentaliteit te laten behouden. Het land Kanaän zou een plaats blijven van rust en vrede, maar niet anders dan door strijd en overwinning heen.

 

Wie de strijd mijdt, krijgt geen vrede; wie de strijd van God strijdt, ervaart vrede!