Izak; de beloofde zoon

Aantekeningen bij de bijbelstudieserie over Abraham in Lunteren

De ontvouwing van de belofte

Gedurende het verhaal wordt de belofte met betrekking tot Izak steeds verder ontvouwd, uitgepakt.

 

Gen.12 t/m 14 Nageslacht voor Abram

T/m hoofdstuk 14 spreekt de Heere steeds tegen Abram over zijn zaad.

 

12:1 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap,  en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.

2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!

3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.

 

Gen.15 en 16 Nageslacht uit Abram

Abram twijfelt eraan of hij zelf de verwekker zal zijn van het nageslacht.

 

15:4 En ziet, het woord des HEEREN was tot hem, zeggende: Deze (Eliëzer) zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn.

 

Gen.17 t/m 20 Nageslacht uit Sara

Pas in hoofdstuk 17 openbaart God het feit dat Sara de moeder van Izak zal zijn. Ismaël valt nu af.

 

17:15 Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai (= twistziek) noemen; maar haar naam zal zijn Sara (= vorstin).

16 Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal  haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen  uit haar worden!

17 Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn  hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden;  en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?

18 En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismael mocht leven voor Uw aangezicht!

19 En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij  zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten,  tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.

 

18:10 En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des  levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben!

 

Sara lijkt de beslissende schakel in het verhaal; zij is immers onvruchtbaar. Het bovenstaande laat echter zien dat de Heere voor de vorming van Abra(ha)m 24 jaar de tijd neemt en voor het verrichten van het wonder (de baarmoeder van Sara openen) 1 jaar. Dit proportionele verschil leert ons dat voor God het werken aan een mens ‘even’ belangrijk is dan het verrichten van een wonder. Je zou kunnen zeggen dat het in dit geval 24x zo moeilijk is voor God om een mens te vormen, dan een wonder te doen.

 

De geboorte van Izak

De geboorte van Izak, eigenlijk een verhaal om van in de lach te schieten. Aanleiding hiertoe vinden we in verschillende teksten:

·         In 17:17 staat dat Abraham lacht; de lach van het vermaak in het ongebruikelijke plan van God (vgl. met 17:18). Volgens Rom.4:18-22 heeft Abraham niet getwijfeld aan het kunnen van God.

·         In 17:19 zegt de Heere dat het kind Izak moet heten, ‘hij lacht’.

·         In 18:12 staat dat Sara lacht, de lach van het ongeloof.

·         In 21:3 staat dat het kind Izak genoemd wordt.

·         In 21:6 staat dat Sara lacht. Nu is het de lach van blijdschap om het ongelooflijke.

·         En ook al zal ieder die van deze geboorte hoort, lachen (21:6-7); ‘wie het laatst lacht, lacht het best’.

 

Het lijkt wel alsof het ongeloof van Abraham en Sara de Heere inspireert om de beloofde zoon Izak te noemen. Wat Hij belooft, zal altijd uit komen! Uiteindelijk zal de Heere over alles de triomf behalen.

 

Ter overdenking

Tussen de eerst keer dat de Heere met Abram over nageslacht praat en de geboorte van Izak verlopen 25 jaren. Hierover enkele opmerkingen.

 

De Heere neemt er de tijd voor om Zijn plannen uit te werken

Tussen Gen.15:7 en Jozua 5 zitten 470 jaren (Gen.15:13-14; Ex.12:40; Num14:33).

Tussen de zalving van David tot koning en zijn kroning in Hebron verliepen zeker 20 jaar (1Sam.16:13; 2Sam.5:4).

Tussen de ballingschap en de terugkeer zitten 70 jaren (Jer.25:11; 29:10).

Tussen de moederbelofte en de geboorte van Jezus zitten bijna 4000 jaren.

Mozes moest 40 jaar lang herder zijn en kwam pas op zijn 80ste jaar in actie als leider.

2Petr.3:9 ‘De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.’

 

We hebben de neiging om de 25 jaren die Abra(ha)m moest wachten, lang te vinden. De Bijbel leert ons dat de Heere de tijd neemt om Zijn beloften uit te werken. Onze Schepper rekent met aionen (eeuwen) en de tijd is vanuit Zijn oogpunt slechts een beperking die samen hangt met de planeet Aarde. ‘Duizend jaren zijn voor Hem als één dag en één dag als duizend jaren’ (2Petr.3:8).

 

Principe van Gods weg

In Gal.4:23 benoemt Paulus het verschil tussen de verwekking van Ismaël en Izak: de eerste is naar het vlees verwekt en de tweede naar de belofte. Een vergelijk met Rom.9:6-8 (in dezelfde tijdgeschreven) maakt duidelijk wat Paulus hiermee bedoelt: Ismaël is uit het vlees (het mogelijke) geboren, terwijl Izak uit de belofte (het onmogelijke – een onvruchtbare vrouw) geboren is.

Gods weg is (vaak) de weg van het onmogelijke, het onvoorstelbare, het onverwachte, het onlogische.

 

Jozef wordt de redder van zijn familie, maar pas nadat hij slaaf is geweest in Egypte.

David is de minst belangrijke van al zijn broers, maar juist hij wordt koning.

Jezus werd geboren uit een maagd en kwam later uit Nazareth.

Paulus, een fanatieke christenvervolger, wordt uitverkoren om Zijn Naam onder de heidenen te verkondigen.

 

Gods plan vanaf de menselijke kant bekeken

Wij zien het verhaal van Abraham van achteraf, maar Abraham stond er middenin. Vergelijk het met de achterkant van een borduurwerk.

Je ziet in Abrahams leven mechanismen ontstaan die voorkomen bij alle mensen die leven met een belofte.

De hoop en de verwachting, de nonchalance (Egypte en Gerar), de noodoplossing (Eliëzer, Hagar), de berusting (Ismaël), de opleving, de verwondering na het ontvangen.

We kunnen deze gevoelens meebeleven. We zijn en blijven mensen met beperkingen.

Anderzijds hangt er ook een prijskaartje aan sommige dingen (het wegsturen van Ismaël). Ook kan de satan (diabolos) onze zwakke momenten benutten om zijn tegen-werk uit te voeren (Ismaël, Abimelech).

 

Het belang van het afgestemd zijn op God

Een belofte van God is voor de satan een teken dat er wat te halen is. God staat voor Zijn werk in, maar het is ook belangrijk dat de gelovige zijn verantwoordelijkheid in het geheel kent en goed afgestemd is op de Heere.

Een belofte van God is een punt van strijd. Izak is niet alleen een persoonlijk cadeau voor Abraham en Sara, maar ook de wortel van de ‘boom’ waar het ‘koninkrijk van priesters’ (Ex.19:5-6) en ook eens Jezus Christus uit geboren zal worden (Gen.1:1). Hebr.11:17-18

We zien bij Abraham dat hij af en toe die strijd niet ziet en soms achter de feiten aan loopt. De satan is hem dan een stap voor.

 

Abraham als voorbeeld

Over hoe Abraham de tijd van het wachten is doorgekomen, kunnen we in Rom.4:18-22 het volgende lezen:

 

‘Welke (Abraham die) tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van  vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen. En niet verzwakt zijnde in het geloof, heeft hij zijn eigen lichaam niet  aangemerkt, dat alrede verstorven was, alzo hij omtrent honderd jaren  oud was, noch ook dat de moeder in Sara verstorven was. En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar  is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig  was te doen. Daarom is het hem ook tot rechtvaardigheid gerekend.’

 

In Hebr.6:13-15 lezen we:

‘Want als God aan Abraham de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven, Zeggende: Waarlijk, zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen. En alzo, lankmoediglijk verwacht hebbende, heeft hij de belofte verkregen.’

 

Abraham geeft ons een voorbeeld in hoe we om moeten gaan met Gods beloften. Niet twijfelen, jezelf niet laten overmeesteren door ongeloof, geduldig wachten en verwachten.


 

Gesprekspunten bij de bijbelstudie over Izak

 

Wachttijd

·         De Heere neemt er de tijd voor om Zijn plannen uit te werken. Wat vind je van deze stelling: ‘Wachttijd is geen pauzetijd’?

 

 

Getuigenis

·         Sara vraagt zich af hoe anderen zullen reageren op de geboorte van haar kind (Gen.21:6). Ze zullen niet weten wat ze zien. Gods grote daden worden gezien door ‘de wereld’. Is dat ook zo met de daden die Hij doet in ons leven?

 

Psalm 72:18

·         Gods weg is in de Bijbel (vaak) de weg van het onmogelijke, het onvoorstelbare, het onverwachte, het onlogische.

Herken je dit in je eigen leven of in de dingen die je om je heen ziet?

 

Elkaar bemoedigen

·         (variatie 1)

De weg die God gaat is niet altijd te volgen. Dat kan allerlei gevoelens met zich meebrengen: teleurstelling, twijfel, ongeloof. Abraham is juist een voorbeeld is hoe je wél om moet gaan met die wacht-tijd. Hoe kunnen wij elkaar bemoedigen (ook vanuit de Bijbel) en helpen om op de Heere te blijven zien.

 

·         (variatie 2 – iets pittiger vraagstelling)

God zal triomferen! Hij heeft het laatste woord.

Men zegt wel eens dat geloof veel met psychologie van doen heeft: ieder mens heeft zijn of haar ‘eigen werkelijkheid’ waaraan zingeving en hoop ontleend wordt.

Welke kracht heeft de boodschap dat God het laatste woord heeft in deze tijd voor ons? Anders gezegd: kunnen we de blijdschap over de toekomst benutten voor nu (vergelijk het met een zaklantaarn die je vlak bij een muur houdt; hoe verder je achteruit loopt, hoe meer van de ruimte verlicht zal worden).

 

Werkzaam verwachten

·         God zal Zijn plannen altijd afmaken. Dat geeft ons zekerheid, maar het betekent niet dat we werkeloos moeten afwachten. Hoe kun je werkzaam verwachten? Wat zegt de Bijbel over omgaan met Gods beloften?

Zie je in je eigen leven welke taak de Heere je geeft binnen Zijn plan?

 

Strijdterrein

·         Gods beloften zijn voor de satan een teken dat er wat te (be)halen is. Herken je dat?

 

Groeien in geduld en vertrouwen

·         Wat heb je deze avond geleerd? Waarin wil je groeien? Wat kun je elkaar voor handreiking doen?