Korte inleiding bij de Kolossenzenbrief

Paulus in Rome

Paulus heeft de brief aan Kolosse, samen met nog zes andere, geschreven tijdens zijn (eerste) gevangenschap in Rome, ongeveer zes jaar voor zijn dood. Er zijn aanwijzingen dat Paulus na deze gevangenschap nog een kleine poos vrij is geweest, maar daarna opnieuw gevangen is gezet. Die laatste gevangenschap liep uit op zijn dood.

In Handelingen 21 t/m 28 kunnen we lezen hoe Paulus in de gevangenis beland is. Ondanks dat niemand zijn schuld kon aantonen, uitte Paulus zelf de wens om in Rome terecht te staan voor de keizer. Het laatste stukje bijbelse geschiedschrijving, Hand.28:20-31, vertelt ons dat Paulus in Rome als gevangene in zijn eigen gehuurde woning verbleef en daar verder ging met de prediking van het Koninkrijk Gods ‘en lerende van de Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid onverhinderd’. Opvallend is dat Paulus kort na zijn aankomst in Rome Jesaja 6:9 aanhaalt in verband met de verharding onder de Joden (Jezus deed dit al twee keer eerder: Mt.13 en Joh.12). Hun wegen zijn daar gescheiden en Paulus vervolgt met de constatering dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is en dat zij zullen horen. Een periode van langdurige verharding over Israël gaat in, terwijl voor de heidenen het licht nu voluit gaat schijnen.

 

Epafras

Paulus heeft waarschijnlijk de gemeente in Kolosse nooit zelf bezocht (2:1). Toch was hij op de hoogte van de situatie in deze stad. Hij moest zijn informatie over hen dus op een andere manier ontvangen hebben. In zijn brief schrijft Paulus over Epafras. Epafras was afkomstig uit Kolosse (4:12) en berichtte Paulus over de situatie daar (1:4; 1:7-8). Uit 1:7 en 4:13 kunnen we afleiden dat Epafras een prediker is geweest in Kolosse en het nabijgelegen Laodicea en Hiërapolis. Op het moment van schrijven zit Epafras (vrijwillig?) gevangen in Rome bij Paulus (Fil:23).

Mogelijk is Epafras dezelfde als Epafroditus (Fil.2:25; Fil.4:18), omdat het werk van beiden overeen komt en ook de namen nagenoeg hetzelfde betekenen.

 

Timotheüs

Schrijvers van de brief aan Kolosse zijn Paulus en Timotheüs (1:1). Waarschijnlijk heeft Paulus de brief gedicteerd en heeft Timotheüs alles opgeschreven. (Vgl. 4:18; Gal.6:11).

 

Tychicus en Onesimus

Paulus had tijdens zijn gevangenschap best wat gezelschap. Meerdere helpers en vrienden, zoals Epafras en Timotheüs, waren bij hem ter bemoediging of om te helpen, maar ook om berichten over te brengen. De brief aan Kolosse is bezorgd door Tychicus en Onesimus (4:7+9). Tychicus bracht wel vaker boodschappen voor Paulus over (Ef.6:21; Tit.3:12; 2Tim.4:12). Onesimus was een weggelopen slaaf van Filemon, die ook in Kolosse woonde. Hij heeft een tijd bij Paulus gewoond en reisde met Tychicus mee terug naar zijn meester. Waarschijnlijk heeft Paulus de brief aan Filemon gelijk aan Onesimus meegegeven.

 

Kolosse en Laodicea

De brief moet ook worden gelezen door de gemeente in Laodicea (4:16; Op.3:14-22). De brief van Paulus aan Laodicea moet ook weer in Kolosse gelezen worden.  Het contact tussen deze gemeenten is verklaarbaar omdat ze niet ver van elkaar lagen (ongeveer 25 km.) en bovendien ook Epafras in beide gemeenten werkzaam is geweest. Sommigen houden de brief aan Efeze voor de brief aan Laodicea, omdat bij de brief aan Efeze in oude handschriften de vermelding ‘in Efeze’ ontbreekt en omdat deze brief ook niet ingaat op specifieke problemen in Efeze, maar ook als algemene zendbrief kan fungeren.*

 

Dwalingen

In Kolosse en Laodicea woonden veel Hellenistische Joden (Joden die ‘vergriekst’ waren). De dwalingen waarmee christenen in die streek te maken hadden, hadden hun achtergrond in zowel de Joodse als de Griekse cultuur. Zo kregen ze te maken met de leer van de ascese (een mystieke leefwijze om geestelijk hogerop te komen), Judaïstische (wettische) elementen zoals besnijdenis, ceremoniële wetten, overlevering en engelenverering, die verspreid werden door de Essenen, een Joodse secte.

Desondanks schrijft Paulus over de Kolossenzen het volgende: 1:3-8.

 

Spielgelbrieven

De brief aan Efeze en Kolosse kunnen gerust spiegelbrieven van elkaar genoemd worden. Er niet alleen een grote overeenkomst t.a.v. de boodschap, maar ook zijn er wat betreft de inhoud veel parallellen te vinden. Hieronder een overzicht van overeenkomende passages.

 

Kolossenzen

Efeze

Kolossenzen

Efeze

1:3-4

1:15-16

2:12

1:19-20

1:5, 12, 23, 27

1:18

2:13

2:5

1:9

1:17

2:13-14

2:14-16

1:10

4:1

2:15

1:20-22

1:13

2:2

2:19

4:16

1:16-18

1:21

3:8-13

4:20-32

1:18 en 2:10

1:22-23

3:14-15

4:3

1:19 en 2:9-10

1:23 en 3:19

3:16

5:18-19

1:20

2:16

3:18-4:1

5:22-6:9

1:24-26

3:2-10

 

 

Naast overeenkomsten zijn er ook verschillen. De essentie is hetzelfde, het bekend maken van de verborgenheid (Ef.3:1-13 en Kol.1:23-29), maar de accenten worden anders gelegd. In de brief aan Efeze ligt de nadruk op de Gemeente als Lichaam van Christus en in de brief aan Kolosse ligt de nadruk op Christus als Hoofd van Zijn Lichaam (de Gemeente).