|
Melchizedek |
|
|
|
Over deze man wordt op drie
plaatsen in de Bijbel geschreven: Gen.14, Ps.110 en
Hebr.6-7. Wie is Melchizedek?
Was hij een gewoon mens die ‘toevallig’ op het toneel verscheen?; was hij
Christus in mensengestalte?; was hij een beeld van Christus? Andere vraag:
wat is de orde van Melchizedek, waarover in Ps.110 en Hebr.6-7 gesproken
wordt? Vooraf:
Onderwijs over Melchizedek is vaste spijs. Hebr.5:10-14. De Hebreeën hadden een geestelijke
groeiachterstand. Melchizedek (Gen.14:18) = koning van Salem,
priester van God de Allerhoogste (Welke God?) Melchizedek (Hebr.7:2-3) = koning van
Salem (= koning van vrede), priester van de
Allerhoogste God, zijn naam betekent: ‘koning der gerechtigheid’ of ‘mijn
koning is rechtvaardig’. Hebreeuwse naam! Hij bracht Abram brood en wijn Hij zegende Abram: - Gezegend zij Abram door
God de Allerhoogste, de schepper van hemel en aarde; - Gezegend / geprezen zij
God de Allerhoogste die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. Abram gaf aan Melchizedek
tienden van alles (Gen.28:22 is de volgende keer dat hierover gesproken
wordt). Dit kan gezien worden als
erkenning van Melchizedeks positie. De een zegent
de ander en de ander geeft. Priester van de
Allerhoogste God, van EL-eljoon. Het
gebruik van dit woord duidt in de Bijbel vaak op triomf vanwege het verslaan
van vijanden (Ps.97:9; Dan.7:27). We weten
vanuit Genesis verder niets over Melchizedek: niets
over het geslacht waaruit hij kwam, niets over zijn overlijden en de
overdracht van zijn priesterschap. Hebreeën 6-7 Hebr.7:3 wekt de indruk dat Melchizedek
een Christofanie is, een Christus-verschijning. Volgens 7:15 kan dat in
ieder geval niet waar zijn, want Christus is een priester naar het evenbeeld
van Melchizedek. De schrijver van Hebreeën
haalt Melchizedek aan om Christus in het Oude
Testament aan te wijzen. ·
Opvallend
aan deze orde is allereerst de ‘eeuwige ambtstermijn’. Het
is erg vreemd dat van een priester geen geslacht etc. bekend is (Neh.7:64). Bij priesters was alles juist goed beschreven
en met name ook de opvolging was belangrijk.
Hebreeën gaat echter uit van de historische info
vanuit het OT en heeft dus niet de beschikking over meer info dan in Gen.14
staat. Als zodanig heeft Melchizedek geen vader en
moeder etc. De
gelijkenis tussen Melchizedek en Christus is
inderdaad groot: We
weten niet wie de voorganger van Melchizedek was.
Christus werd Hogepriester, maar niet vanwege afkomst, maar door op te staan
(Hebr.7:16). Melchizedeks priesterschap is (in de
historische geschriften) nooit afgebroken en ook daarin lijkt hij op
Christus; Christus’ priesterschap is ononderbroken; Hij hoeft het niet over
te dragen omdat Hij niet sterft (Hebr.7:23-24). De SV vertaalt met ‘tot in eeuwigheid’ en dat is
correct, want in de grondtekst staat er ook ‘voor de aioon’.
Christus is Hogepriester voor de aioon. Hebr.6:20 ‘hogepriester wordende voor de aioon’. ·
Ongebruikelijk
aan deze orde is de combinatie koning-priester. Vers
4-10 laten zien dat het priesterschap van Melchizedek
hoger is dan dat van Aäron; van een hogere
of andere orde. Levi gaf (in de persoon van
Abraham) tienden aan Melchizedek. De orde van Melchizedek is echter niet alleen hoger, maar ook anders.
De combinatie koning-priester kon in Israël niet
voorkomen. De voorrechten van Levi
en Juda (Gen.49:10) waren strikt gescheiden (vgl. 2Kron.26:16-21),
maar in de orde van Melchizedek kan dit blijkbaar
wel. Jezus
is nu al Koning, maar ook in de toekomende eeuw zal Hij letterlijk als Priester-Koning optreden (Ps.76:3;
Jes.2:3-4). Ook Psalm 110 spreekt hierover. De
Bijbel maakt onderscheid tussen de huidige (boze) eeuw (aioon)
en toekomende eeuw: Gal.1:4, Ef.1:21. De toekomende eeuw breekt aan met de parousia
van Christus (Luk.20:31 e.v.; 1Kor.15:23 e.v.). Beide vallen in de tegenwoordige
wereld (2Petr.3:7), die duurt tot en met het aanbreken van de nieuwe hemel en
de nieuwe aarde. Psalm 110 Ook Ps.110
bevestigt dit: De Heer waarover David spreekt is
priester ‘tot in de aioon’, naar de ordening van Melchizedek. Volgens Ps.110 zal
er in de toekomst zo’n koning-priester
zijn. In de aioon daarop zal er geen priester meer
zijn (Op.21:22-23). Zo bezien kun je ook het
‘brood en wijn’ typologisch zien. Brood = Jezus (Joh.6); wijn = beeld van
leven uit de dood (most wordt door schifting in donkere kelders omgezet tot
wijn). En ook Salem
krijgt in het licht van de toekomende koning een prachtige betekenis: Salem = Jeruzalem = ‘Hij zal voorzien in vrede’. Tijdens
de parousia van de grote Koning zal er vrede zijn (Ps.72:7-8). Deze passage uit Gen.14
laat iets zien van waar het in het groot (de dingen achter de dingen) om
gaat. Abram voert een strijd tegen grote machten,
maar hij overwint. Melchizedek is een beeld van Jezus Christus. Hij is (nu al) de Koning-Priester en zal dat ook zijn in de toekomende
eeuw. Dan zal, net als in Abrams dagen, na een
oorlog in het beloofde land een Koning-Priester
komen en het nageslacht van Abram zegenen met zegen
en overvloed. Hij zal heersen in gerechtigheid en vrede en de aarde zal vol
worden van de kennis des Heeren. Jes.9:6; Ps.85:10. |