Neem Uw heilige Geest niet van mij
Aantekeningen bij Psalm
51; m.n. vs.13
|
|
|
|
Probleemstelling In vers 13 vraagt David
God om hem niet van voor Zijn aangezicht te
verwerpen en hem de Heilige Geest niet af te nemen. Dit vreest hij het
meeste. Lees Rom.5:5 en 8:9. Als waar zou worden
wat David vreesde, zou hij vanaf dat moment kind
van God af zijn. Is dát mogelijk???? Het is van het
grootste belang dat we zekerheid hebben m.b.t. onze geborgenheid in Christus.
De evt. consequenties van Ps.51:13 moeten ons
prikkelen om naar antwoorden te zoeken, te meer omdat we anders het gevaar
lopen om, onder invloed van allerlei wind van leer, als de golven van de zee
heen en weer bewogen te worden (Ef.4:14-15). Visualisatie Hieronder een visualisatie van Psalm 51. Vs 1-2 Aanhef Vs 3-7 Davids
behoefte vers 3-4 : vergeving en reiniging vers
5-7 : schuldbelijdenis Vs 8 Gods behoefte - waarheid in het binnenste -
in het verborgene wijsheid bekend maken Vs 9-17 Davids
behoefte - reiniging (vb. 9) -
reset (vd. 12) -
hernieuwd contact (vb. 13, 14) -
verlossing van schuld (vb. 16) -
hernieuwde voornemens: vers 15-17 Vs 18-21 Gods behoefte - op dit moment geen offeranden - een
verbroken geest Drie belangrijke items die in
de studie-opzet meegenomen kunnen worden: 1. Onderzoeken van de leerstellige
context van Ps.51:13. 2. Zoeken naar relevante gegevens over de
Heilige Geest. 3. De zekerheid die het NT lijkt te
bieden m.b.t. het ‘blijven van de Geest’ en de ‘zekerheid van behoud’ nader
bekijken en op waarde schatten. Observatie
Bestudering van dit bijbelgedeelte brengt o.m. aan het volgende aan het licht: -
David doet boete, maar hij vergeet daarbij niet hoe God is! (vs. 3-4, 8,
ook door zijn vragen doet hij een beroep op Gods karakter). -
Gedurende
de boetedoening krijgt David steeds meer
perspectief: hij realiseert zich dat er na boetedoening en vergeving ook weer
een weg verder is. Exegese
1. Bekwaammaking. Een specifieke uiting van het werk van de Geest
ten tijde van het OT is bekwaammaking. Dit houdt in
dat mensen voor onbepaalde tijd namens JHWH leiding mochten nemen over Zijn
volk Israël. Voorbeelden: de 70 oudsten die Mozes gaan helpen (Num.11),
koning Saul (1Sam.11:6; 16:23) en David (1Sam.16:13). Saul raakte
door ongehoorzaamheid tijdens zijn koningsschap de Geest kwijt en werd
vervuld met ‘een boze geest Gods’ (1Sam.16:14; 18:10; 19:9). David smeekt in Psalm 51 of God hem de Heilige Geest niet
wil afnemen. Deze gedachtegang moet in hem wel zijn opgekomen vanwege dat wat
hij zich herinnerde over Saul. Binnen het kader van
bekwaammaking kon de Geest van iemand afgenomen
worden, of bleef Hij op iemand zo lang dat nodig was (2 Kon.2:9+15). Zie ook Simson, Elia/Elisa. We zien dit verschijnsel ook
terug in het Nieuwe Testament: Luk.24:49; Joh.1:33; Joh.20:22; Hand.1:8). Het
fenomeen ‘inwoning’ van de Geest (in mensen), zoals dat in het NT wel
beschreven wordt, komen we in het OT niet tegen. Wel wordt er gesproken over
de alomtegenwoordigheid van de Geest (Ps.139:7) en
de leiding van de Geest (Ps.143:10). 2. Inwoning van de Geest. In het NT wordt, als het gaat
over de relatie tussen de Geest en mensen, vaak gesproken over ‘inwoning’
(Joh.14:17; Rom.5:5; 8:9; 1Kor.6:19; 1Th.4:8;
2Tim.1:14). Bij al deze teksten wordt niet expliciet het moment
genoemd dat de Geest in iemand komt wonen. Uit de wijze waarop Paulus in Rom.5 t/m 8 over de
Geest spreekt, lijkt echter wel op te maken dat inwoning van de Geest
gecombineerd wordt met de opstanding van de nieuwe mens (Rom.6:3-11),
ofwel: het lijkt aannemelijk dat volgens Paulus de
Geest komt inwonen op het moment dat iemand tot geloof komt. 3. Zekerheid van eeuwig leven. Over de zekerheid van eeuwig
leven bestaat volgens het NT geen twijfel: Joh.3:16, 18, 36; 5:24. Wie
gelooft heeft het eeuwige leven en komt niet in het oordeel. Volgens Joh.3
zijn wedergeboorte (geboren worden door de Geest) en geloof de basis van deze
zekerheid. Het is absoluut aanvechtbaar dat tijdens het OT deze zekerheid zou
ontbreken. Men beleefde dat toen echter wel anders. 4. Inwoning van de Geest + zekerheid
van eeuwig leven. Het
verlossende antwoord m.b.t. de vraag of de Geest de gelovige kan verlaten
komt opnieuw van Paulus. In de Efeze-brief,
waarin hij de diepste waarheden m.b.t. de gemeente van Christus blootlegt,
wijst hij ons, vanuit het feit dat gelovigen één Lichaam zijn, op de eenheid
van de Geest. De Geest woont in het Lichaam (4:4). Alle gelovigen zijn vanaf
het moment dat ze tot geloof kwamen verzegeld met de Geest (1:13; 4:30). Alle
gelovigen hebben de toegang door de Geest tot de Vader (2:18). Gelovigen
worden mee opgebouwd tot een woonplaats van God in de Geest (2:22). Conclusies
Ook bij het trekken van
conclusies is het van belang dat we de Schrift recht doen. Een feit ontleent
zijn betekenis altijd aan de context (oorspronkelijke betekenis, bedoeling en
beleving). We moeten daarom werken vanuit de context (middelpuntvliedende
contextcirkels). M.b.t. de uitleg van de probleemstelling hebben we
aanvankelijk te maken met twee contexten: die van het OT en die van het NT.
Beide contexten kunnen echter niet met elkaar in tegenspraak zijn, dus moet
er een verklaring zijn voor de verschillen. Die verklaring vinden we in het
feit dat de Geest in Wezen niet veranderd is, maar wel dat Zijn werk (de
accenten) gedurende de tijd dat de Bijbel tot stand kwam veranderde. Dat
heeft te maken met de doorgaande Godsopenbaring, maar ook met het feit dat er
in de heilsgeschiedenis perioden (bedelingen) zijn te onderscheiden. Met
iedere bedeling heeft God Zijn eigen doelen. Concreet toegepast op Ps.51:13: David kon de Geest van bekwaam-making
kwijt raken en zijn koningsschap verspelen. Hij was een kind van God en kon,
achteraf bezien, nooit kind van God af worden. Hij kon van deze wetenschap
echter pas weer genieten toen hij zijn zonde beleden had en hij de
vrijmoedigheid tot God weer ervaarde. Ondanks dat wij uit mogen gaan van de zekerheid van
de inwoning van de Geest, is het niet uitgesloten dat er daarnaast ook nog
sprake is van bekwaammaking-voor-een-tijd. ‘Geest…’ in de Efeze-brief Efeziërs 1:3 Gezegend zij de God en
Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons
gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus. Efeziërs 1:13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie
uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der
belofte; (+ vers 14) Efeziërs 1:17 Opdat de God van onzen Heere
Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en
der openbaring in Zijn kennis; Efeziërs 2:2 In welke gij
eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de
macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der
ongehoorzaamheid; Efeziërs 2:18 Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een
Geest tot den Vader. Efeziërs 2:22 Op Welken ook gij
mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. Efeziërs 3:5 Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet
is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en
profeten, door den Geest; Efeziërs 3:16 Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner
heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens; Efeziërs 4:3 U benaarstigende te
behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes. Efeziërs 4:4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; Efeziërs 4:23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws
gemoeds, Efeziërs 4:30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet,
door Welken gij verzegeld zijt
tot den dag der verlossing. Efeziërs 5:9 (Want de vrucht des Geestes
is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid), (+ vers 10) Efeziërs 5:18 En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is,
maar wordt vervuld met den Geest; Efeziërs 5:19 Sprekende onder elkander
met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart; Efeziërs 6:12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed,
maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld,
der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Efeziërs 6:17 En neemt den helm der zaligheid, en het
zwaard des Geestes, hetwelk
is Gods Woord. Efeziërs 6:18 Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd
in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al
de heiligen; Feit of proces? Het is goed om oog te krijgen voor het verschil tussen
dat wat zeker is en dat waarin wij verantwoordelijk zijn. Feiten (zekerheden) Processen en/of verantwoordelijkheden
Verzegeling met de Geest Bidden Geest als onderpand Het
Woord gebruiken Eenheid van de gemeente Vervuld worden met de Geest Openbaring van het geheimenis Wijsheid krijgen De vrucht van de Geest Gebouwd worden tot woonplaats Het Woord is Zijn zwaard Met kracht gesterkt worden Eigenschappen: geeft wijsheid, Vrede houden bewoont ons, geeft kracht, Hem niet bedroeven stimuleert eenheid, wil vullen, verbindt ons met God. |