|
De rol van Sara in het verhaal van Abraham Aantekeningen bij de
bijbelstudieserie over Abraham in Lunteren |
|
|
|
Je loopt je weg door het leven niet alleen. Sommige
mensen betekenen veel in je leven. Sommigen bepalen zelfs je leven. De Sara-factor De volgende drie bijbelstudies
zullen gaan over ‘factoren’ die in het verhaal van Abraham een grote rol
gespeeld hebben. Het eerste thema wat we daarbij tegenkomen is de
aanwezigheid van Sara in het verhaal. Ook al speelt
de communicatie m.b.t. roeping en belofte zich af tussen God en Abra(ha)m, we kunnen niet om de
rol van Sara heen. -
In
Gen.11:30 wordt al vermeld dat Sara onvruchtbaar
is. Abram vertrekt dus met een onvruchtbare vrouw
naar een vreemd land om daar tot een groot volk te worden. Abraham was 100
jaar oud (Gen.21:5) toen hij Izak ontving. De reden
dat hij (zo lang) heeft moeten wachten op deze zoon, heeft o.a. te maken met Sara’s onvruchtbaarheid (ook met het vertrouwen wat
Abraham moest krijgen in Gods beloften). Gedurende het verhaal wordt de
belofte steeds meer toegespitst: eerst wordt gezegd dat Abra(ha)m
nageslacht zal krijgen en later ook dat Sara en
zoon zal krijgen (17:16+19, 18:10+14). -
Twee
keer in het verhaal komen we een passage tegen waarin Abraham tegenover
anderen zegt dat Sara zijn zus is. Sara wordt bij hem weggehaald en door ingrijpen van God
uiteindelijk ook weer bij hem terug bezorgd. Deze passages (Gen.12:10-20 en
20:1:18) verhouden zich symmetrisch ten opzichte van de ‘rode draad’ in het
verhaal (zie bijbelstudie 1). -
Abram maakte de reis van Mesopotamië naar Kanaän samen met Sara en Lot.
Van Lot moest hij op een gegeven moment afscheid nemen, maar Sara is gedurende het hele traject (t/m de test op Moria) aan zijn zijde geweest. Overal waar Abra(ha)m was, was ook Sara. Hoog tijd dus ook eens te
kijken wat over Abraham en Sara kunnen leren. Passages waarin Sara
voorkomt In de volgende passages
speelt Sara een rol of komt haar naam voor. 11:30 Sara
is onvruchtbaar 12:10-20 In Egypte / Sara
wordt opgenomen in de harem van Farao 16:1-16 Sara en
Hagar 17:15-22 De eerste keer dat over Sara als toekomstige moeder van Izak
gesproken wordt 18:1-15 De tweede keer dat Sara’s moederschap voorzegd wordt / Sara
lacht 20:1-18 In Gerar.
Sara wordt opnieuw bij Abraham weggehaald 21:1-21 De geboorte van Izak / Ismaël en Hagar worden weggestuurd 23:1-23 Sara’s
dood en begrafenis 24:67 Izak
trouwt Rebecca en is getroost om de dood van zijn
moeder Sara’s biografie Wat weten we over Sara? 11:30 Sara
was onvruchtbaar 12:11 Sara
was een erg mooie verschijning 17:15 De naamsverandering van Saraï naar Sara 18:12 Ze had moeite om te geloven
dat ze op oudere leeftijd nog moeder zou worden 23:1-2 Sara
sterft op 127-jarige leeftijd, 48 jaar eerder dan Abraham / haar begrafenis 1Petr.3:6 Sara was
aan Abraham gehoorzaam; ze noemde hem haar heer Onvruchtbaarheid Sara was ‘onvruchtbaar’ (Hebr. ‘âqâr’).
Dit woord wordt in de Bijbel meer gebruikt als gesproken wordt over
onvruchtbaarheid van mensen (Rebecca, Rachel,
moeder van Simson…). Sommige
teksten maken onderscheid tussen ‘onvruchtbaar zijn’ en ‘niet baren’
(Richt.13:2-3; Job24:21; Jes.54:1). De
‘onvruchtbaarheid’ waarvan hier gesproken wordt wijst op de fysieke
onmogelijkheid om kinderen te baren. De stam van het grondwoord betekent dan ook
niet voor niets ‘geplukt bij de wortels’, ‘lamgelegd’; ‘uitgeroeid’. Dit
woord mag zelfs vertaald worden met ‘uitgeroeid in de voortplantingsorganen’. Het gaat Sara op haar leeftijd (90 jaar; Gen.17:17) niet meer naar
de wijze der vrouwen (18:11; sommige vormen van onvruchtbaarheid sluiten de
ovulatiecyclus niet uit) en ze kan het volgens Gen.18:12 niet geloven dat ze
op haar leeftijd nog wellust zal hebben tot Abraham. Daarmee verbonden is haar ongeloof in het feit dat
ze nog zal baren op haar ouderdom (18:13). Sara
ontkent dat ze gelachen heeft om wat de Heere
belooft, maar Hij stelt vast dat ze dat wel gedaan heeft. Soms wordt Hebr.11:11 genoemd in verband met het geloof van Sara. Helaas bestaat er over de vertaling van dit vers
onzekerheid. SV, NBG, KJV, GNB en NBV vertellen ‘dat Sara
door haar geloof de kracht ontving om een kind te verwekken, omdat ze
vertrouwde op Degene die deze belofte gedaan had’. Telos
en NIV vertellen ‘dat Abraham, hoewel Sara
onvruchtbaar, kracht ontving om te verwekken, omdat hij Hem trouw achtte die
het beloofd had’. Als we het verhaal bij de vraag betrekken wie we het
(meeste) geloof in Gods belofte moeten toerekenen (Abraham óf Sara), dan valt op dat bij Abraham vanaf Genesis 17:22
‘het kwartje gevallen lijkt te zijn’, terwijl de Heere
(Gen.18) bij Zijn volgende bezoek aan Abrahams tent nog een keer begint over
het feit dat Sara echt volgend jaar een zoon zal
hebben. De Heere vraagt ook expliciet naar Sara (18:9). Het zou goed kunnen zijn dat Hij dit doet om
ook Sara hiervan te overtuigen. Zij moet het immers
tot dan toe Hebben van Abrahams
woorden. Nieuw feit in Gen.18 t.o.v. Gen.17 is overigens dat de Heere de tijd noemt dat het zal gebeuren: ‘volgend jaar
om deze tijd’. Dit laatste zou dus ook een oorzaak kunnen zijn dat de Heere dit onderwerp aansnijdt. Mooi Sara was erg mooi, ook nog op oudere leeftijd. Abram zegt dat tegen haar (12:11), maar het is ook af te
leiden uit het feit dat Sara in Egypte en Gerar zo snel bij Abra(ha)m
weggehaald wordt (hoewel er ook andere redenen kunnen zijn). Als de beloning
die Abra(ha)m van Farao en Abimelech
krijgt evenredig is met Sara’s schoonheid, moet ze
inderdaad erg mooi geweest zijn. Naamsverandering De naamsverandering van Abram en Saraï, die in Gen.17
beschreven wordt is een moment van betekenis. Abram betekent ‘vader van de hoogte’ of ‘vaders geliefde’
en Abraham betekent ‘vader van vele volken’. Saraï betekent ‘twistziek’; Sara
betekent ‘vorstin’ of ‘voorname vrouw’. We weten niet of de naam
‘twistziek’ ook letterlijk voor Saraï opging. De
eerste naam van beiden was een naam die ze in Mesopotamië
kregen. De filosofie achter deze naamgeving is ons onbekend. We kunnen wel
aannemen dat als de Heere zelf hen een andere naam
geeft, Hij daar zeker iets mee wil zeggen. Abram
wordt letterlijk en figuurlijk de ‘vader van vele volken’ en de onvruchtbare Sara wordt de moeder van de stamvader van Israël (‘vorst
Gods’). Heer In 1Petr.3:6 staat dat Sara Abraham gehoorzaam is geweest. Als uiting van de
gehoorzaamheid noemde ze hem ‘heer’ (Gr. ‘kurios’).
Deze tekst verwijst naar Gen.18:12, waar Sara over
Abraham spreekt als over haar ‘heer’ (Hebr. ‘âdôn’).
Het woord ‘heer’ wil zoveel zeggen als = meester, eigenaar, bestuurder. Het
zegt iets over de gezagsrelatie en de rolverdeling die er in die tijd bestond
tussen man en vrouw. De uitwerking hiervan in
het verhaal van Abra(ha)m en Sara
zien we bijvoorbeeld -
in
het feit dat Abra(ha)m de contacten onderhoudt met
omwonenden -
in
Gen.18 als Sara degene is die het eten bereidt,
terwijl Abraham bij de gasten blijft -
tijdens
het verblijf in Egypte en Gerar, als Sara niets kan inbrengen tegen het feit dat ze bij Abra(ha)m weggehaald wordt -
in
Gen.16 en 21 als ze met haar plan of probleem naar Abra(ha)m
toe gaat. Sara in actie Op twee momenten in het verhaal
komt Sara duidelijk naar voren als initiatiefnemer:
in Gen.16 en in Gen.21. Beide keren komen hierbij de namen van Hagar en Ismaël voor. Het
resultaat van ‘Sara’s plan’ is dat Abraham in
Gen.21 zijn 17-jarige zoon moet wegsturen. Bovendien ontstaat er in Abrahams
gezin een onvrede tussen deze twee vrouwen. Een traject wat voor veel
verdriet gezorgd heeft dus. Hoe moeten we in dit
traject Sara’s gedrag beoordelen? Uitgaande van het feit dat Sara pas in Gen.17 voor het eerst als toekomstig moeder
van Izak genoemd wordt, was Sara
dus in Gen.16 niet bekend met het feit dat zij een rol zou spelen in de
belofte die de Heere aan Abram
gedaan had. Het was haar, als huisvrouw van Abram,
waarschijnlijk bekend dat Abram een zoon (en
daardoor nageslacht) zou krijgen. Het is goed mogelijk dat Sara met het initiatief kwam om Hagar
aan Abram te geven, omdat ze hem wilde helpen om
zijn ‘droom’ te verwerkelijken. Het gebruik van bigamie, wat bijvoorbeeld
voorkwam bij kinderloosheid, kwam in die tijd vaker voor (vb. Gen.30). God kadert dit gebruik later in de wet
zelfs in - Deut.21. De voortgang van het
geslacht (de mannelijke lijn) was immers van groot belang. Bij het initiatief
wat Sara in Gen.16 neemt kan meer meegespeeld
hebben. Hoe is Abram omgegaan met enerzijds de
belofte van een zoon en anderzijds een onvruchtbare vrouw? Als dat van zijn
kant een grotere behoefte aan seksuele gemeenschap betekend heeft, dan zou
dat het gevoel van falen bij Sara vergroot kunnen
hebben en haar gestimuleerd kunnen hebben om met dit voorstel naar Abram te gaan. Het is veelzeggend dat niet
Abram met dit voorstel komt. Het zou, gezien de
gewoonten van toen en gezien de belofte die hij van God kreeg, een redelijk
voorstel geweest zijn, maar Abram oppert het niet
zelf. Je zou hierin een stukje liefde voor Sara
kunnen zien; Abram wil haar onvermogen om te baren
niet benadrukken. Duidelijk is wel dat Sara niet haar positie ten opzichte van Abram kwijt wilde. Ze was en bleef zijn eerste vrouw. Dit
is op te maken uit 16:2, waar ze zegt dat ze mogelijk ‘uit Hagar gebouwd zal worden’ en uit 16:5, waar ze heftig
reageert op de wijze waarop Hagar haar zwanger-zijn gebruikt tegenover Sara.
Ze stelt Abram dan ook verantwoordelijk om de
onvrede tussen beide vrouwen op te lossen, wat ook weer onderstreept dat ze
met haar initiatief het belang van Abram op het oog
had. In Gen.21, als Izak gespeend wordt en Ismaël
hem dwarszit, is bij Sara de maat vol. Ze kan het
niet uitstaan dat Izak, die vanaf nu bij zijn vader
in de tent gaat wonen, zijn plek zal moeten delen met Ismaël.
De noodoplossing zal plaats moeten maken voor het echte kind. De Heere keurt hier de wegzending van Ismaël
en zijn moeder goed, maar Hij bekommert zich tevens liefdevol om de afgewezen
zoon en zijn moeder. Ook Ismaël zou een zegen krijgen. Abra(ha)m als heer Sara erkende Abra(ha)m als
haar heer. De keerzijde van de munt is dat Abraham als echtgenoot van Sara ook verplicht was om zich als heer te gedragen. Als
we op dit punt het verhaal bezien, blijkt dat Abraham hier heel wat steken heeft
laten vallen. Eveneens twee momenten in het verhaal maken ons dat duidelijk:
Gen.12:10-20 en 20:1-18. Het zijn de momenten dat hij Sara
moest afstaan aan een andere man. Uit Gen.20:13 blijkt dat
Abraham van meet af aan met angst geleefd heeft, angst om zijn vrouw Sara kwijt te raken. Vanaf het moment dat hij het huis
van zijn vader verliet en op reis ging naar andere plaatsen, had hij de
afspraak met Sara dat ze overal zou zeggen dat ze
zijn zus was. Sara was inderdaad Abrams (half)zus, maar tevens zijn vrouw. Abra(ha)m wilde echter het eerste feit gebruiken om het
tweede te verdoezelen. Zowel in Egypte, als een 20 jaar later in Gerar, raakt hij Sara kwijt aan
de plaatselijke heersers, respectievelijk Farao en Abimelech. Aan Abimelech legt
Abraham uit waarom hij dit heeft laten gebeuren (Gen.20:11): hij gaat er van
uit dat de mensen waaronder hij als vreemdeling moet verkeren
‘God niet vrezen’ (is synoniem voor het praktiseren van heidense gebruiken,
zoals bijv. vrouwenroof en het vermoorden van de echtgenoot). Of Abrahams
vrees terecht is, valt te bezien, maar feit is dat hij zich bij voorbaat uit
angst laat leiden en daarbij zijn huwelijk op het spel zet, met als hoofddoel
om zelf in leven te blijven. Was Abra(ha)ms vrees terecht? Oosterse heersers in die
tijd waren echt de baas over alles. Gewone mensen waren onderworpen aan hun
wensen. Als ze iemand in hun harem wilden hebben, moest dat gebeuren. Als je
daarbij het gegeven neemt dat Kanaän in die tijd
een decadent gebied was, kun je jezelf iets voorstellen bij de zorg van
Abraham om zijn vrouw Sara. Izak
heeft later diezelfde vrees (26:7) vanwege Rebecca.
In Gen.6:2 staat dat
voor de zondvloed Gods zonen (gevallen engelen) de dochters der mensen
aanzagen en zij namen zich vrouwen. Uit hen werden de reuzen geboren. De
totale goddeloosheid van deze maatschappij leidde uiteindelijk tot de
zondvloed. Gen.6:4 laat de mogelijkheid open dat ook na de zondvloed dit
soort goddeloosheid plaatsvond en vrouwen nog steeds heel kwetsbaar waren. We
weten dat in Sodom en Gomorra
opnieuw een vermenging van verschillende soorten ‘vlees’ plaatsvond
(Judas:7), die opnieuw een buitensporige verdelging tot gevolg had. Voor dit
soort mensen was niemand veilig, vrouwen niet en zelfs engelen niet. Een ander belangrijk detail
is dat Abraham in Egypte en Gerar als ‘vreemdeling’
verkeert (12:10; 20:1). Hij is daar geen gast, maar zoekt asiel. Een gast
verblijft ergens voor een bepaalde (vaak niet al te lange tijd), maar bij een
vreemdeling ligt dat anders. De gastvrijheid t.a.v. gasten stond (en staat nu
nog) in het Midden-Oosten op een hoog peil, maar bij vreemdelingen die zomaar
rondtrokken en niemands gast waren lag dat anders.
Vanuit Gen.20:13 is af te leiden dat Abraham zich terdege bewust is geweest
van zijn kwetsbare positie als rondtrekkende vreemdeling. En als die
vreemdeling dan ook nog eens een rijke herdersvorst is, met een klein
privé-legertje, wordt het voor de plaatselijke heerser helemaal zaak om actie
te ondernemen. Het voorstel om een vrouw te ruilen voor geschenken is dan
geen onmogelijke optie. Het zou ook niet de eerste keer in de geschiedenis
zijn dat het aangaan van familierelaties gebeurt vanuit diplomatiek oogpunt. Menselijk gezien was de
angst van Abraham om Sara te moeten afstaan, met
gevaar voor zijn eigen leven, niet ongegrond. Opvallend is overigens wel de
reactie van Abimelech (Gen.20:9), waaruit blijkt
dat hij de huwelijksband wel respecteert. Hier maakt Abraham dus duidelijk
een verkeerde inschatting. Zetten we zijn vrees echter
af tegen de belofte die hij van de Heere ontvangen
had, dan kunnen we zeggen dat zijn angst ongegrond was. Andere redenen? Het zou er bij ons uit
respect voor Abraham niet goed in willen dat ook hij gebruik maakte van het
gegeven dat Sara zijn zus was om daar een diplomatiek
voordeel uit te halen. Toch staat theoretisch gezien deze mogelijkheid wel
open. Abraham had ten opzichte van de plaatselijke heersers een zwakke
positie en het aangaan van familie relaties bracht daar verandering in. Opeens was iedereen hem goed gezind en werd hij overladen met
geschenken. Wat zijn de
consequenties van zijn handelen? Tot zover even de mogelijke
redenen van Abrahams handelen. In het kader van deze bijbelstudie komt de
vraag op wat dit alles voor consequenties heeft gehad voor (zijn huwelijk
met) Sara. Sara was
akkoord gegaan (Gen.20:13) met het voorstel om haar genegenheid ten opzichte
van haar man te laten zien door zich uit te geven als zijn zus. Ze hield zich
ook aan deze afspraak. De Heere zelf was in beide
gevallen zelf Degene die het geheim open legde. En hoe zou het afgelopen zijn
als de Heere niet zou hebben ingegrepen? Wat een
trouw van God komt er hier weer naar voren! Als we de gebeurtenissen
uit Gen.12 en 20 vergelijken, kunnen we niet met zekerheid zeggen dat Sara in de harem van Farao seksuele gemeenschap met haar
nieuwe man bespaard is gebleven. Bij Abimelech is
dit in ieder geval niet gebeurd. Haar verblijf in Farao’s harem moet bij Sara innerlijk wel sporen nagelaten hebben. Feitelijk bezien maakt
Abraham gebruik van het feit dat ze onvruchtbaar is. Er was geen kind als
bewijs van hun huwelijksrelatie. Sara’s pijnpunt wordt door Abraham gebruikt voor zijn eigen doel:
als hij maar niet geëlimineerd wordt. De gebeurtenis in Gerar valt precies in het jaar dat Abraham Izak verwekt bij Sara. Als Abimelech wel seksuele gemeenschap gehad zou hebben met Sara (tijdens de eerste drie maanden van dat jaar), zou
de belofte gevaar hebben gelopen. Het zou dan een vraag gebleven zijn van
welke vader het kind zou zijn geweest. Notabene in
het jaar dat Abraham door God op de hoogte is gesteld van de spoedige komst
van Sara’s zoon, staat hij zijn vrouw af aan Abimelech. Onbegrijpelijk! Geen wonder dat God zo abrupt
ingrijpt in Gerar en Sara
voor erger behoedt. Abraham zet dus niet alleen
zijn huwelijk onder druk, maar brengt ook de belofte van God in gevaar. Tot slot ‘Sara
noemde hem haar heer’! Jammer genoeg zijn deze twee passages uit het leven
van Abraham een illustratie van hoe een ‘heer’ niet met zijn vrouw moet
omgaan. Abraham gaat met Sara om alsof het over
bezit gaat; een vrouw met wie je kunt doen wat je wilt. Hij stelt zijn eigen
belangen hoger dan die van zin vrouw. Helaas is dit de eeuwen door veel vaker
gebeurd. Vanaf vroege tijden hebben mannen vrouwen misbruikt door met hun
gevoelens geen rekening te houden. Zo leerden vrouwen met hun eigen gevoelens
geen rekening te houden, zichzelf opzij te schuiven en op te offeren, met
alle gevolgen van dien. Een man die zijn plek niet inneemt, maakt zijn vrouw
bovendien kwetsbaar. Wat mooi is dan het
onderwijs wat Paulus ons geeft in Efeze 5:22-28. Hier staan de onderdanigheid van de vrouw
en de zorgzaamheid van de man in de goede verhouding. De strijd om het Zaad is
vanaf Genesis 3:15 in volle gang. Satan varieert zijn gevechtstactieken. De
ene keer is het de brute aanval; de andere keer gaat hij stil aar zeker zijn
gang. In Genesis komt hij naar voren als degene die wil mengen. Voor de
zondvloed mengen zijn handlangers zich met het geslacht van Adam. Als hij
doorkrijgt dat God via Abraham verder wil werken aan Zijn plan, probeert hij
daar ook te mengen. Sara + Farao, Sara + Abimelech en niet te
vergeten Abram + Hagar (Hagar was waarschijnlijk een ‘kadootje’
wat hij van zijn verblijf in Egypte had overgehouden). Opvallend trouwens dat
bij deze gebeurtenissen Egypte en Gerar (het latere
gebied van de Filistijnen) een rol spelen. Je ziet hier de patronen van de
aanval op het volk Israël al ontstaan. Gesprekspunten / om over na te denken ·
Eigenmachtig
ingrijpen in plaats van vertrouwen. Herken
je de drang om in te grijpen als het uit de hand dreigt te lopen. ·
Als
je jezelf laat leiden door angst, kun je domme dingen doen. Hoe
kun je zo op God vertrouwen, dat Hij de leiding in je leven kan houden? ·
Sara. Mooi, maar toch ongelukkig. Binnenkant en buitenkant. Omgaan met
falen. Ieder
mens is waardevol. Het is goed dat we dit aan elkaar laten merken. ·
Onze
voorbeeldfunctie onder de ‘goddelozen’.
Wat
is het getuigenis wat van ons uitgaat? ·
Satan
wil ook nu de huwelijken kapot maken. Hoe
doet hij dat? ·
De
waarde van het huwelijk in de Bijbel – eenheid van man en vrouw (Ef.5) ·
Op
welk plan zie je de dingen die gebeuren? Staar jezelf niet blind op dat wat
je ziet, maar vraag de Heere om inzicht in de
processen (geestelijke strijd) die plaatsvindt. ·
Het
eeuwenoude conflict tussen Israëlieten en Arabieren begint in Abrahams tent.
Wat een gevolgen kan éen
daad hebben. |