Simson, sterk en toch zwak

Wie kent niet het verhaal van Simson, die sterke richter (Richt.13-16)? Zelfs mensen die weinig van de Bijbel af weten, kennen vaak wel het verhaal van ‘Samson’. Tijdens mijn kinderjaren behoorde Simson tot mijn top–3 van bijbelse helden. Wat een staaltjes van kracht verrichte deze man! Wat moet het geweldig geweest zijn om over zoveel kracht te kunnen beschikken. Geen last meer van plagerijen; de gevierde vriend zijn van wie je maar wenste…

 

Ik ken echter maar weinig verhalen waarbij, naarmate je ouder (en hopelijk wijzer) wordt, de lessen die je er uit trekt zo veranderen als bij dit verhaal. ‘Hoe zat dat met die vrouwen? Was het nu echt de bedoeling dat Simson op deze manier met heidense vrouwen om ging? Heiligt het doel dan alle middelen? Had hij ook de kracht om ‘nee te zeggen tegen dingen die tegen Gods geboden in gaan?’ Ik ben ‘mijn held’ met andere ogen gaan bekijken.

 

Op grond van Hebr.11:32 kunnen we vaststellen dat ook Simson een gelovige man was. Op zich geen vreemd idee als we bedenken dat God juist richters gaf om Zijn volk terug te brengen bij de gehoorzaamheid aan Zijn geboden. Bovendien traden richters op in perioden waarin het land door omringende volken bedreigd of aangevallen werd. Zoals in de tijd van Mozes en Jozua het geval was, kon Israël in eigen kracht niet zoveel (of beter gezegd ‘niets’) uitrichten tegen deze vijanden. Aan een richter die in een dergelijke situatie niet op God vertrouwde, had je niets.

 

De Heere wil Simson gebruiken voor twee doelen: het volk terug brengen bij God en het verdrijven van de vijanden (in die tijd de Filistijnen). Simson krijgt vanwege deze missie echter te doen met een grotere vijand, satan zelf, die het doel wat God voor ogen heeft wil dwarsbomen. Simson wordt een object voor satan. Terwijl wij misschien gedacht zouden hebben aan het inschakelen van een reus (die woonden er in die tijd te midden van de Filistijnen), pakt satan het anders en slimmer aan. Waarom zou je het moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Die sterke Simson had namelijk een zwakke plek: een zwak voor vrouwen, hartstocht voor de (lichamelijke) liefde van de vrouw. Zou satan het tegenwoordig anders aanpakken? De kracht wordt bepaald door de zwakste schakel…

 

Wie het levensverhaal van Simson leest, komt al snel tot de ontdekking dat het een mix is geworden van daden van God en daden van Simson, van echte heldendaden en (grove) zonden: het aangaan van relaties met heidense vrouwen, hoererij, het nonchalant omgaan met zijn nazoreeërschap. Over het doen en laten van zonde zou je al hele verhandelingen kunnen schrijven. Ik houd het hier kort: geen mens is in eigen kracht opgewassen om ‘nee’ te zeggen tegen de zonde. Dat komt onder andere doordat satan het ons zo verleidelijk mogelijk presenteert, maar niet in het minst doordat ons vlees er ook zo naar verlangt. Door de zonde hebben we een enorme schuldenlast op ons geladen, te hoog om zelf te voldoen. We zitten van nature in een vicieuze cirkel van schuld en verslaving. Zonde maakt alles kapot wat nog enigszins gaaf is in dit leven: de relatie met God, de relatie met elkaar, de relatie met de schepping.

 

Oppervlakkig bekeken lijkt het laten zondigen en het blijven in de zonde het hoogste doel van satan. Toch is dit niet zo. Dit wordt duidelijk als we de balans opmaken van de periode dat Simson het volk Israël mocht richten. Simson is nooit de richter geworden die in vertrouwen op God het volk voorging, recht op de vijand af. Simson is blijven steken in een solostrijd, zijn persoonlijke strijd tegen de Filistijnen, in plaats van het strijden van Gods strijd. Simson werd niet de leider die het volk terug bracht bij de gehoorzaamheid aan God, bij verootmoediging, bij herstel. Van het leiderschap waarvoor God hem toegerust had kwam niets terecht. Na zijn door heersten nog steeds de Filistijnen over het volk, wat tevens duidelijk maakte dat God deze straf nog niet kon afwenden omdat de ongehoorzaamheid ook doorging.

 

Simson moest voor zijn eigen zonde een prijs betalen: eenzaamheid, het gevoel dat hij verraden werd, lichamelijke pijn. Maar daarnaast kwam hij ook niet tot zijn doel, beter gezegd: tot Gods doel. Het grondwoord voor ‘zonde’, ‘hamartano’, betekent ook letterlijk: ‘doel missen’. Door zonde mis je het doel: leven tot Gods eer, dienstbaarheid aan het doel wat God met ons mensen voor ogen heeft (Ef.2:10).

 

Simson kon het volk Israël niet helpen en evenmin kunnen wij elkaar tot hand en voet zijn als we een leven leiden in (bewuste) zonde. We hebben Jezus Christus als Leidsman nodig. Hij kan ons vrij maken, ook van vijandelijke heerschappij, maar in de eerste plaats van de macht van de zonde (Joh.8:36; Rom.6:11; Kol.1:13). We hebben het geloof in Jezus Christus en alles wat we in-Hem hebben gehad nodig om stand te kunnen houden in de strijd tegen de satanische machten in de hemelse gewesten (Ef.6:10-18). We hebben Jezus Christus nodig om te kunnen beantwoorden aan Gods doel met ons leven (Ef.2:10). Op Christus, op hem alleen, kunnen we bouwen!

 

We kijken nog één keer terug naar het verhaal van Simson. Jezus maakt in Joh.5:39 duidelijk dat de Schriften, waarbij ook dit verhaal hoort, getuigen van Hem. In het verhaal van Simson is dat op een merkwaardige manier het geval. Simson is namelijk een spiegelbeeld van Jezus.

Jezus leed onder alle gevolgen van de zonde: eenzaamheid, verraad, pijn, een climax van ondraaglijk lijden aan het kruis, maar Zelf had Hij geen zonde gedaan. Simson doodde in zijn sterven meer vijanden dan in zijn hele leven; Jezus Christus gaf door Zijn dood het leven aan velen (Rom.5:18). Simson kwam niet tot Gods doel, maar Christus zelf riep het uit naar Zijn Vader: ‘Ik heb het werk gedaan wat U Mij gaf te doen…’ (Joh.17:4).

 

De Simsons van deze wereld, kinderen van God om ons heen, kunnen ons ten diepste niet helpen bij onze strijd tegen de zonde en het komen tot ons doel. Daar hebben we Jezus Christus voor nodig. Hij weet wat verleiding is, maar Hij weet ook wat het medicijn is. Jezus Christus is er, voor jou en voor mij, elke dag opnieuw. Vertrouw op Hem! ‘Heere, ik geloof; kom mijn ongelovigheid te hulp.’