Nazorg

Bijbelstudie 3 over de brieven aan Thessalonica

Index

 

Inleiding

Opzet van deze bijbelstudie

Wat vooraf ging

OBT-methode

Werkwijze met drie stappen

Discipline

1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

Verkenning van het tekstgedeelte

Opdracht 1 - samenvatten

Opdracht 2 – structuur en verbanden

Begrijpen

Opdracht 3 – lessen uit de observatie

Opdracht 4 – uitlegvragen

Opdracht 5 – selecteren en parkeren

Opdracht 6 – bevindingen samen vatten

Toepassen

Opdracht 7 – en nu ik

Gesprekspunten

Bijlagen

1. Weergave 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

2. Samenvatting 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

3. Structuur en verbanden 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

4-7. Notitiebladen

 

Inleiding

 

Opzet van deze bijbelstudie

In deze bijbelstudie focussen we opnieuw in op de persoon van Paulus. Dit keer bekijken we het aspect nazorg. Een tweede doel met deze studie is om wat meer thuis te raken in de exegese. Voordat we lessen zullen trekken over wat Paulus ons wil zeggen over nazorg, zullen we daarom aandacht besteden aam het verkennen van de tekst. We doen dit aan de hand van de OBT-methode. We gebruiken daarvoor het gedeelte uit 1Thess.2:17 t/m 3:13.

 

 

Nazorg…het gebeurt niet zelden dat mensen die enthousiast zijn binnengehaald, weer stilletjes verdwijnen. De ontvangst was prima, maar de begeleiding niet.

Nazorg en het gevecht in de achterhoede…

 

Wat vooraf ging

In de eerste bijbelstudie namen we kennis van de dankbaarheid van Paulus over het effect van zijn prediking op deze mensen. Gods Woord werkt in hen; er is geloofsgroei; ze hebben de verdrukking aanvaard en er gaat een groot getuigenis van deze mensen uit. Een voorbeeldgemeente!

 

In bijbelstudie 2 en 3 besteden we aandacht aan dat waarop Paulus onze aandacht richt in hoofdstuk 2 en 3 van de eerste brief. Paulus vraagt daar aandacht voor zichzelf.

In hoofdstuk 2:1-12 herinnert Paulus de gelovigen aan zijn houding en boodschap toen hij bij hen was (het verleden). Hij gaf hen hierin een voorbeeld: het is belangrijk dat gelovigen, ondanks verdrukking, toch op God gericht blijven (vrijmoedigheid) en volledig gericht op de ander (vriendelijkheid).

In hoofdstuk 2 vanaf vers 17 en in hoofdstuk 3 deelt Paulus ons mee dat hij ernaar verlangt om de gelovigen in Thessalonica weer te zien en waarom hij dat zo graag wil.

 

We zagen in bijbelstudie 2 dat Paulus de aandacht niet naar zichzelf toetrekt omdat hij zichzelf zo belangrijk vindt. Hij doet dit omdat hij een apostel is met een speciale missie voor de heidenen. Het is zijn taak om het fundament van het geloof te leggen en te onderhouden en een voorbeeld te zijn voor jonge gelovigen die nauwelijks volwassen voorbeelden om zich heen hebben.

 

OBT-methode

 

Werkwijze met drie stappen

De OBT-methode staat voor de volgende stappen:

Stap 1: Ontdekken Ø Eerst rustig de tekst verkennen.

Stap 2: Begrijpen Ø Dingen die je niet begrijpt nazoeken.

Stap 3: Toepassen Ø Lessen trekken voor jezelf, die niet in strijd zijn met de oorspronkelijke betekenis.

 

Zie voor een verdere uitwerking het bestand OBT-light of De OBT-aanpak.

 

Discipline

De OBT-methode dwingt om jezelf bij het doen van bijbelstudie te disciplineren.

De reden dat je bijbelstudie doet is dat je ervan wilt leren. Het gevaar is aanwezig dat je daarom ‘slordig’ met de bijbelse gegevens omgaat; je wilt zo graag dingen op jezelf toepassen, dat je kunt vergeten dat alles wat je leest ook in een bepaalde context staat. Dat kan leiden tot misverstanden.

Je moet jezelf ook disciplineren in het omgaan met de ‘prikkels’ die je krijgt tijdens het lezen.

Noteer daarom zo meteen tijdens het werken alle dingen die je opvallen op een apart blaadje. Het zijn in de regel nuttige indrukken, die weer leiden tot een dieper inzicht. In eerste instantie moeten we ze echter parkeren, maar in de fase van het begrijpen en toepassen komen ze weer van pas.

 

1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

 

Verkenning van het tekstgedeelte

In dit gedeelte herkennen we duidelijk de schrijfstijl van Paulus: compacte zinnen met veel bijzinnen, bijvoeglijke naamwoorden, superlatieven, voegwoorden. Het duurt even voordat je helder hebt wat de hoofdlijn van zijn betoog is.

 

Er van uitgaande dat we het gedeelte eerst twee of drie keer gelezen hebben, desnoods met gebruikmaking van verschillende vertalingen, is de volgende stap dat we het stuk gaan samenvatten en gaan proberen er wat structuren in te ontdekken.

 

Opdracht 1 - samenvatten

Een goede manier om grip op een tekstgedeelte te krijgen is het uitschrijven ervan. Terwijl je het uitschrift, krijg je meer gevoel voor de ‘beweging’ in het gedeelte (herhaling, climax, clou) en het verschil tussen hoofd- en bijzinnen. Na het uitschrijven kun je het gedeelte wat puntiger weergeven, als een soort samenvatting.

Je krijgt een print van het tekstgedeelte, zodat je daarin kunt schrijven en strepen. Ø Bijlage 1

Probeer op 1 A4-tje in korte zinnen en steekwoorden samen te vatten wat Paulus zegt. Geef de voegwoorden allemaal weer in de samenvatting.

 

Ø Voorbeeld: zie bijlage 2

 

Opdracht 2 – structuur en verbanden

Het verhaal van Paulus valt uiteen in een aantal fragmenten, die steeds beginnen met een voegwoord (maar, opdat) of een woord wat een verbinding aangeeft (daarom).

Markeer deze voegwoorden of verbindingswoorden en geef de verbanden tussen de diverse fragmenten aan (oorzaak-gevolg, tegenstelling, herhaling) met lijnen.

 

Al lezend en schrijvend zijn je wellicht ook bepaalde dingen opgevallen; bijvoorbeeld dingen die twee keer genoemd worden. Ook woorden die kun je markeren of met een lijn aan elkaar verbinden.

 

Ø Voorbeeld: zie bijlage 3

N.B. In dit voorbeeld zijn ook enkele verbanden aangegeven tussen woorden die in de grondtekst identiek zijn.

 

Begrijpen

Door het verkennen van de tekst ga je dingen begrijpen. We zien hierin bevestigd dat de Heilige Geest je helpt bij het begrijpen van de Bijbel, alleen al door het feit dat je rustig de tijd neemt om te lezen en te verkennen. Ongetwijfeld zijn er ook dingen uit het gedeelte die je niet begrijpt of waarover je iets wilt nazoeken. We nemen hiervoor de tijd in de tweede fase van OBT: het begrijpen.

 

Opdracht 3 – lessen uit de observatie

We beginnen met het opschrijven van een aantal dingen die ons inmiddels helder zijn geworden. Ø Bijlage 4

 

Zelf heb ik de volgende dingen geleerd uit de observatie:

-          Paulus vindt het erg belangrijk dat de gelovigen uit Thessalonica bezocht worden. Als hij zelf niet kan gaan, stuurt hij daarom Timotheüs, om hen te versterken en te vermanen

-           Zelfs als Timotheüs terug is gekomen, blijft bij Paulus het verlangen bestaan om hen te bezoeken. Dit verlangen om hen te zien overheerst dit gedeelte.

-          Paulus verbindt zijn welbevinden met dat van de gelovigen in Thessalonica. Wat een speciale band.

-          Wat ik ook mooi vond, is dat Timotheüs gestuurd wordt om te versterken, maar Paulus spreekt aan het einde ook de wens uit dat God zelf hen zal versterken.

-          Opvallend vond ik ook dat Timotheüs, als hij terug komt bij Paulus, verslag doet van de liefde van de gelovigen. Paulus wenst hen echter toe dat ze nog meer zullen toenemen in liefde.

-          Er wordt in dit gedeelte een verband gelegd tussen het nu en de komst van Christus.

 

Opdracht 4 – uitlegvragen

Ongetwijfeld zijn er op dit moment ook nog vragen die je hebt over dit gedeelte.

Noteer deze vragen. Raadpleeg hiervoor ook je kladblaadje met notities. Ø Bijlage 5

 

Zelf heb ik de volgende vragen:

 

2:17         Paulus begint met ‘Maar’. Wat verbindt dit stuk met de teksten die eraan vooraf gingen?

2:17         Waarom wil Paulus zo graag terug?

2:18         Hoe moeten we het ons voorstellen dat Paulus door satan verhinderd werd om te komen?

2:19-20   Hoe moet je jezelf dat voorstellen? Wordt Paulus dan bedankt door Jezus?

3:1           Kunnen we dit stukje geschiedenis terugvinden in Handelingen.

3:2           Waarom kon Timotheüs wel gaan en Paulus niet. Hield de satan dat niet tegen?

3:2           Wat wordt bedoeld met ‘versterken’ en ‘vermanen’?

3:5           Zijn de verzoeker en de satan, waarover in 2:18 gesproken wordt, de zelfde?

3:10         Waarom wil Paulus hen nu nog steeds zien?

3:11         Is Paulus later nog in Thessalonica geweest?

3:13         Is de komst waarover hier gesproken wordt, dezelfde komst als waarover het in 2:19 gaat?

 

Besef dat hoe meer vragen je stelt, hoe beter het is. Elke vraag is als het ware het begin van een weg die leidt tot een antwoord. Het signaleren van veel uitlegvragen maakt je ervan bewust dat het toepassen, wat je straks wilt doen, een nauwgezet karwei is. Kort gezegd gaat het er niet om wat jij allemaal in een gedeelte meent te zien, maar wat God (door de hand van de schrijver) in dat gedeelte heeft gelegd voor jou.

 

Opdracht 5 – selecteren en parkeren

De praktijk leert dat je vaak niet genoeg tijd hebt om alle antwoorden op al je vragen op te zoeken. Je zult alleen daarom al moeten selecteren.Daarbij komt dat niet alle vragen even relevant zijn voor het verstaan van de boodschap van het hele gedeelte. We mogen er in eerste instantie op vertrouwen dat de Heilige Geest ook hierin je verstand verlicht, zodat je zult aanvoelen waar het in dit gedeelte om draait en welke dingen je moet uitzoeken. Mocht later blijken dat je toch te weinig informatie hebt verkregen om te begrijpen hoe je mag toepassen, dan kun je altijd nog besluiten om de overgebleven uitlegvragen uit te werken. Bewaar (parkeer) dus altijd alle vragen. Ø Bijlage 6

 

Ik laat me nu bij het selecteren leiden door het thema ‘nazorg’, waarover ik straks graag een aantal dingen wil leren. Ik kies voor het uitwerken van de volgende twee vragen:

 

2:17         Paulus begint met ‘Maar’. Wat verbindt dit stuk met de teksten die eraan vooraf gingen?

2:17         Waarom wil Paulus zo graag terug?

3:2           Wat wordt bedoeld met ‘versterken’ en ‘vermanen’?

 

N.B. In bijbelstudie 1 uit deze serie wordt antwoord gegeven op de volgende vragen:

3:1       Kunnen we dit stukje geschiedenis terugvinden in Handelingen.

3:11     Is Paulus later nog in Thessalonica geweest?

 

Opdracht 6 – bevindingen samen vatten

Nadat je met de geselecteerde uitlegvragen aan de slag bent geweest, vat je de bevindingen kort samen. Ø Bijlage 7

 

Het woordje ‘maar’ in 2:17 grijpt terug op wat Paulus schreef in hoofdstuk 2:13-15. Paulus is dankbaar vanwege het effect van Gods Woord bij deze gelovigen. Gods Woord werkt in hen; ze hebben verdrukking aanvaard, net als hun Joodse broeders en zusters. We vinden deze dankbaarheid van Paulus ook terug in hoofdstuk 1 van de eerste brief (zie bijbelstudie 1). Paulus stelt dus vast dat het geestelijk goed gaat met deze mensen en toch vindt hij het ook nodig dat ze versterkt en vermaand worden.

 

Een aantal keren laat Paulus duidelijk merken dat hij graag terug wil naar Thessalonica. De volgende beweegredenen kunnen daarbij een rol gespeeld hebben:

-          Hij had voor deze mensen (die in korte tijd zoveel gehoor gegeven hadden aan zijn boodschap) een speciaal plekje in zijn hart.

-          Hij wilde graag weten hoe het met deze mensen was afgelopen, nadat hij hen zo snel had moeten verlaten.

-          Hij voelt zich zo verbonden met deze mensen dat hij zich alleen ‘goed’ voelt als het ook goed gaat met hen (3:8).

-          Hij was bang dat men ontmoedigd zou raken of terug zou vallen vanwege de verdrukking (3:3-4).

-          Hij heeft slechts een deel van het onderwijs kunnen doorgeven en wil dat graag gaan afmaken. Dit wordt waarschijnlijk met het ‘voltooien wat aan uw geloof ontbreekt’ (3:10) bedoeld. Paulus kan hier niet geloofsgroei in het algemeen bedoelen, want daarvan weet hij (getuige zijn brieven) als te goed dat dit een proces is wat levenslang duurt en waarin mensen zelf keuzes moeten maken. Ook nadat Timotheüs verslag heeft uitgebracht, wil Paulus nog naar Thessalonica toe. De reden hiervan moeten we zoeken in het feit dat Paulus een bijzondere taak had, die niet geheel door Timotheüs overgenomen kon worden.

 

Het woord ‘versterken’ (sterizo) in 3:2 wordt ook vertaald met ‘ondersteunen’ en ‘kracht’ geven. Timotheüs gaat de gelovigen van Thessalonica dus ondersteunen. Waarin? Zoals vers 3 duidelijk maakt: versterken in de verdrukking. Ik kan me zo voorstellen dat Timotheüs vaak gezegd heeft: ‘Ga door; houd vol.’ Het woord ‘vermanen’ (parakleo) kan ook vertaald worden met ‘troosten’. We zien dat ook in vers 7. Onder vermanen kunnen we de eerlijkheid verstaan, waarmee Timotheüs de gelovigen heeft onderwezen. Wellicht waren deze woorden confronterend pijnlijk, maar ondanks dat toch altijd heilzaam. Met halve raadgevingen help je mensen niet.

 

Toepassen

We zijn inmiddels aangekomen bij de laatste fase van bijbelstudie doen: het toepassen. Zoals uit het voorgaande bleek, is het niet aan te raden om te snel naar de toepassing te gaan. Het is echter evenmin goed, om de toepassing over te slaan en tevreden te zijn met louter bevrediging van je verstand.

Probeer dat wat je ontdekt hebt door te vertalen naar je eigen situatie. Wat kun jij er persoonlijk van leren en hoe kun je ook dit Woord omzetten in daden?

 

N.B. Overigens kom ik steeds meer tot de overtuiging dat Gods Woord je ook voedt als je er niet heel duidelijk een aantal lessen voor jezelf uit kunt halen. De verborgen werking van Gods Woord (Jes.55:10-11) is veel groter dan we ons kunnen voorstellen. Ga alleen al eens na hoe geestelijk ondervoed en ongezond iemand raakt die niet geregeld zijn Bijbel leest… Zo is ook het omgekeerde waar: wie Gods Woord met regelmaat tot zich neemt, zal ook door ‘Gods vitaminen’ gevoed worden en ‘alleen’ daardoor al opgroeien in het geloof.

 

Opdracht 7 – en nu ik

De focus van deze bijbelstudie was ‘nazorg’. We gaan de toepassingen dus hierop toespitsen.

Pak ook je structuurblad er nog eens bij…

-          Wat kun je uit dit gedeelte leren over nazorg?

-          Wat betekent dit voor jouw eigen leven?

 

N.B. De toepassingen die ik zelf gemaakt heb, verwerk ik in de gespreksvragen hieronder.

 

Gesprekspunten

 

Jij hebt nazorg nodig

Ø Wat voor nazorg heb je gekregen toen je in God bent gaan geloven?

Ø Welke nazorg heb je juist gemist?

Ø Merk je dat de verzoeker meer ‘kans’ heeft als je minder toegerust bent?

Ø Hoe heeft God je geholpen om toch te worden wie je nu bent?

 

Nazorg is belangrijk

Ø Wat is belangrijker? Mensen tot Jezus brengen of goede nazorg verlenen?

Nazorg heeft nog veel te vaak een ‘achterhoedestatus’. ‘Als de mensen maar een keus voor Jezus maken…’. De praktijk wijst echter uit dat veel mensen die ‘door de voordeur binnen komen’ er na verloop van tijd ‘door de achterdeur’ weer stilletjes uitgaan. Een belangrijke reden hiervoor is dat er geen goede nazorg is verleend. Paulus schrijft in 3:5 over ‘de verzoeker’, die juist onder bekeerlingen zijn werk probeert te doen. Laten we het gevecht in de achterhoede niet over het hoofd zien.

 

Nooit te oud om te leren

Ø Hebben alle gelovigen nazorg nodig?

Paulus heeft, zoals hij in hoofdstuk 2 beschrijft, eerst het evangelie in Thessalonica gebracht. Nu wil hij terug om de gelovigen verder te onderwijzen en te bemoedigen.

We zien hier een opvallende combinatie van dank en zorg. Het gaat hier over voorbeeldgelovigen. Toch hebben ook zij nazorg nodig. Paulus benoemt echter eerlijk de punten die goed gaan. Je merkt in de rest van zijn brief dat hij bepaalde thema’s niet meer noemt. Hij wil hen onderwijs op maat geven.

 

Bewogenheid

Ø Merk je wel eens dat christenen om jou heen bewogen zijn met jouw geloofsgroei?

Paulus verlangt ernaar dat deze gelovigen verder zullen groeien, maar ook God verlangt daarnaar (3:13). Paulus is in zijn passie voor het welzijn van deze gelovigen een afbeelding van zijn Meester.

Ø Ben jij bewogen met het geestelijke welzijn van andere gelovigen? Hoe uit je dat?

 

Vergelijkbare processen

Ø Vind je dat wij hier van Paulus kunnen leren als het gaat om nazorg?

In de eerste plaats gaat het hier over een specifieke situatie.

-          Een apostel die de taak heeft om mensen de grondslagen van het geloof bij te brengen.

-          Een gemeente die nog veel te weinig gedegen onderwijs heeft ontvangen.

-          Een gemeente die zich in een situatie van verdrukking bevindt.

Redenen genoeg om te begrijpen dat juist deze gemeente nazorg nodig heeft.

Toch denk ik dat we hier ook wel algemene lessen uit kunnen trekken over de processen die in werking treden als iemand tot geloof komt.

-          Iemand moet thuis raken in de Bijbel om meer van God te gaan begrijpen en om te kunnen groeien in het geloof.

-          Iemand komt terecht in het strijdtoneel van de geestelijke strijd.

 

Aspecten van nazorg

Ø Welke activiteiten vind je passen bij nazorg?

We zien in het tekstgedeelte de volgende aspecten van nazorg:

3:2        Versterken en vermanen in het geloof, vanwege de verdrukking.

3:5        Het werk van de verzoeker tegengaan.

3:10      Het geloof voltooien.

De aspecten die we hierin herkennen, zijn: bemoedigen, ondersteunen, onderwijzen.

Ø Welke vorm van nazorg zou jij kunnen of willen geven aan gelovigen?

 

Groei als criterium

Ø Wat vind je ervan dat Paulus nog steeds niet tevreden is over hoe deze gelovigen functioneren?

Paulus hoort via Timotheüs over het geloof en de liefde van de gelovigen in Thessalonica (3:6).

Hij is daar blij over, maar verlangt er naar dat het ook zal toenemen (3:12).

Het gaat er niet om of we al ver zijn, maar of er groei blijft bestaan. Het kenmerk van leven is groei.

Ø Wordt jouw leven met God gekenmerkt door groei?

 

Een doel voor ogen

Ø Wat is jouw doel in het leven met God?

Paulus omschrijft duidelijk het doel van al zijn werk: 1/3:13; 2/1:12. Het gaat om de verheerlijking van God de Vader en de Heere Jezus Christus, in dit leven, maar vooral ook bij Zijn komst. En dat doel is alle inspanning waard.

 

Aan God overlaten

Ø Hoe ga jij om met het feit dat je altijd min of meer beperkt bent in wat je voor anderen kunt doen?

Paulus wil graag zelf naar Thessalonica toe, maar moet het uiteindelijk ook in gebed bij God laten liggen (3:10-11). Hij heeft vervolgens twee brieven geschreven en daarin gedaan wat hij kon doen. In 2/1:11-12 lezen we ook dat hij veel voor hen bidt. Hij heeft Timotheüs gestuurd om de gelovigen te versterken (3:2), maar vertrouwt er ook op dat God hen zal versterken (3:13).

 

Bijlage 1

Weergave 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 (Telos-vertaling)

 

17. Maar wij, broeders, die voor een korte tijd, wat het gezicht, niet wat het hart betreft, van u beroofd waren, hebben ons met groot verlangen des te overvloediger beijverd uw gezicht te zien.

 

18. Daarom hebben wij - ik, Paulus namelijk - een en andermaal tot u willen komen, en de satan heeft het ons verhinderd.

 

19. Want wat is onze hoop of blijdschap of kroon van de roem? Bent u niet juist tegenover onze Heer Jezus bij zijn komst?

 

20. U bent immers onze heerlijkheid en blijdschap.

 

1. Daarom, omdat wij het niet langer uithielden, hebben wij goed gevonden alleen in Athene achter te blijven

 

2. en zonden wij Timotheus, onze broeder en Gods medearbeider in het evangelie van Christus, om u te versterken en te vermanen aangaande uw geloof;

 

3. opdat niemand wankelt in deze verdrukkingen. (Want zelf weet u dat wij daartoe bestemd zijn;

 

4. immers, toen wij bij u waren, zeiden wij u van tevoren dat wij verdrukt zouden worden, zoals het ook is gebeurd, en u weet het.)

 

5. Daarom ook heb ik, omdat ik het niet langer uithield, hem gezonden om van uw geloof te weten, of de verzoeker u misschien ook verzocht had en onze arbeid vergeefs was geworden.

 

6. Maar nu is Timotheus van u tot ons gekomen en heeft ons de blijde boodschap gebracht van uw geloof en uw liefde, en dat u ons altijd in goede herinnering houdt en verlangt ons te zien, zoals ook wij u.

 

7. Daarom, broeders, zijn wij in al onze nood en verdrukking over u vertroost door uw geloof;

 

8. want nu leven wij, als u vaststaat in de Heer.

 

9. Want welke dank kunnen wij God voor u vergelden, wegens al de blijdschap, waarmee wij ons om u verblijden voor onze God?

 

10. terwijl wij nacht en dag zeer overvloedig bidden dat wij uw gezicht mogen zien en voltooien wat aan uw geloof ontbreekt.

 

11. Maar onze God en Vader Zelf en onze Heer Jezus Christus moge onze weg tot u banen!

 

12. En moge u de Heer doen toenemen en overvloedig zijn in de liefde tot elkaar en tot allen, zoals ook wij tot u;

 

13. opdat Hij uw harten versterkt om onberispelijk te zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.


 

Bijlage 2

Samenvatting 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

 

2:17-20                   MAAR

Paulus verlangde ernaar om hen weer te zien en

                               heeft ook pogingen ondernomen om te komen, maar is door satan verhinderd.

                               Reden van het verlangen om hen te zien:

Deze gelovigen zijn P’s hoop, blijdschap, erekrans bij komst van JChr.

 

3:1-4                       DAAROM

Omdat P. het niet langer uithield is hij alleen achtergebleven in Athene

                               en heeft hij Timotheüs gestuurd

om te versterken en te vermanen in het geloof

opdat niemand zou wankelen in de verdrukkingen, realiteit voor P. en voor hen.

 

3:5                          DAAROM

Omdat P. het niet langer uithield

                               heeft hij Timotheüs gestuurd

om kennis te nemen van hun geloof

om te weten of de verzoeker hen verzocht zou hebben en P’s werk tevergeefs geworden zou zijn.

 

3:6                          MAAR

Toen Timotheüs terug kwam

                               heeft hij de blijde boodschap gebracht

van hun geloof en hun liefde

                               van het feit dat men P. in herinnering houdt en ernaar verlangt om hem te zien.

 

3:7-10                     DAAROM

                               Te midden van de verdrukking is Paulus getroost over hun geloof.

                               ‘Als u vaststaat in de Heere, dan leven wij.’

                               P. vraagt zich af hoe hij zijn blijdschap hierover voor God kan uiten in dank.

                               Ondertussen intensief gebed om hen te mogen zien en hun geloof te voltooien.

 

3:11-13   MAAR

Het is de wens van P.

dat God de Vader en JChr. de weg tot hen zal banen

                               dat de Heere de gelovigen zal doen toenemen in de liefde tot elkaar en tot allen

                               OPDAT

                               Hij de harten versterkt om onberispelijk te zijn in heiligheid v. God de Vader

                               bij de komst van de Heere Jezus Christus met de heiligen.


 

Bijlage 3

Structuur en verbanden 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13

 

Klik op deze link voor het pdf-bestand.


 

Bijlage 4

Dingen die ik al geleerd heb?

-

-

-

-

-

-

-

-

-

 

Bijlage 5

Uitlegvragen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

 

Bijlage 6

Selecteren en parkeren

-

-

-

-

-

-

-

-

-

 

Bijlage 7

Bevindingen samenvatten

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-