|
Nazorg Bijbelstudie 3 over de brieven aan Thessalonica |
|
|
|
Index Inleiding OBT-methode 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 Verkenning van het tekstgedeelte Opdracht 1 - samenvatten Opdracht 2 – structuur en verbanden Opdracht 3 – lessen uit de observatie Opdracht 4 – uitlegvragen Opdracht 5 – selecteren en parkeren Opdracht 6 – bevindingen samen vatten Opdracht 7 – en nu ik Gesprekspunten Bijlagen 1. Weergave 1
Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 2. Samenvatting
1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 3. Structuur en verbanden 1
Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 4-7. Notitiebladen Inleiding In deze bijbelstudie focussen we opnieuw in op de persoon
van Paulus. Dit keer bekijken we het aspect nazorg. Een tweede doel met deze
studie is om wat meer thuis te raken in de exegese. Voordat we lessen zullen
trekken over wat Paulus ons wil zeggen over nazorg, zullen we daarom aandacht
besteden aam het verkennen van de tekst. We doen dit aan de hand van de
OBT-methode. We gebruiken daarvoor het gedeelte uit 1Thess.2:17 t/m 3:13.
Nazorg…het
gebeurt niet zelden dat mensen die enthousiast zijn binnengehaald, weer
stilletjes verdwijnen. De ontvangst was prima, maar de begeleiding niet. Nazorg
en het gevecht in de achterhoede… In de eerste bijbelstudie namen we kennis van de
dankbaarheid van Paulus over het effect van zijn prediking op deze mensen.
Gods Woord werkt in hen; er is geloofsgroei; ze hebben de verdrukking
aanvaard en er gaat een groot getuigenis van deze mensen uit. Een
voorbeeldgemeente! In bijbelstudie 2 en 3 besteden we aandacht aan dat waarop
Paulus onze aandacht richt in hoofdstuk 2 en 3 van de eerste brief. Paulus
vraagt daar aandacht voor zichzelf. In hoofdstuk 2:1-12 herinnert Paulus de gelovigen aan zijn
houding en boodschap toen hij bij hen was (het verleden). Hij gaf hen hierin
een voorbeeld: het is belangrijk dat gelovigen, ondanks verdrukking, toch op
God gericht blijven (vrijmoedigheid) en volledig gericht op de ander
(vriendelijkheid). In hoofdstuk 2 vanaf vers 17 en in hoofdstuk 3 deelt
Paulus ons mee dat hij ernaar verlangt om de gelovigen in Thessalonica weer
te zien en waarom hij dat zo graag wil. We zagen in bijbelstudie 2 dat Paulus de aandacht niet
naar zichzelf toetrekt omdat hij zichzelf zo belangrijk vindt. Hij doet dit
omdat hij een apostel is met een speciale missie voor de heidenen. Het is
zijn taak om het fundament van het geloof te leggen en te onderhouden en een
voorbeeld te zijn voor jonge gelovigen die nauwelijks volwassen voorbeelden
om zich heen hebben. OBT-methode De
OBT-methode staat voor de volgende stappen: Stap 1:
Ontdekken Ø Eerst
rustig de tekst verkennen. Stap 2:
Begrijpen Ø Dingen
die je niet begrijpt nazoeken. Stap 3:
Toepassen Ø Lessen
trekken voor jezelf, die niet in strijd zijn met de oorspronkelijke betekenis. Zie voor
een verdere uitwerking het bestand OBT-light
of De OBT-aanpak. De OBT-methode dwingt om jezelf bij het doen van
bijbelstudie te disciplineren. De reden dat je bijbelstudie doet is dat je ervan wilt
leren. Het gevaar is aanwezig dat je daarom ‘slordig’ met de bijbelse
gegevens omgaat; je wilt zo graag dingen op jezelf toepassen, dat je kunt vergeten
dat alles wat je leest ook in een bepaalde context staat. Dat kan leiden tot
misverstanden. Je moet jezelf ook disciplineren in het omgaan met de
‘prikkels’ die je krijgt tijdens het lezen. Noteer daarom zo meteen tijdens het werken alle dingen die
je opvallen op een apart blaadje. Het zijn in de regel nuttige indrukken, die
weer leiden tot een dieper inzicht. In eerste instantie moeten we ze echter
parkeren, maar in de fase van het begrijpen en toepassen komen ze weer van
pas. 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 Verkenning
van het tekstgedeelte In dit gedeelte herkennen we duidelijk de schrijfstijl van
Paulus: compacte zinnen met veel bijzinnen, bijvoeglijke naamwoorden,
superlatieven, voegwoorden. Het duurt even voordat je helder hebt wat de
hoofdlijn van zijn betoog is. Er van uitgaande dat we het gedeelte eerst twee of drie
keer gelezen hebben, desnoods met gebruikmaking van verschillende
vertalingen, is de volgende stap dat we het stuk gaan samenvatten en gaan
proberen er wat structuren in te ontdekken. Opdracht 1 - samenvatten Een goede manier om grip op een tekstgedeelte te krijgen
is het uitschrijven ervan. Terwijl je het uitschrift, krijg je meer gevoel
voor de ‘beweging’ in het gedeelte (herhaling, climax, clou) en het verschil
tussen hoofd- en bijzinnen. Na het uitschrijven kun
je het gedeelte wat puntiger weergeven, als een soort samenvatting. Je krijgt een print van het tekstgedeelte, zodat je daarin
kunt schrijven en strepen. Ø Bijlage 1 Probeer op 1 A4-tje in korte zinnen en steekwoorden samen
te vatten wat Paulus zegt. Geef de voegwoorden allemaal weer in de
samenvatting. Ø Voorbeeld: zie bijlage 2 Opdracht 2 – structuur en verbanden Het verhaal van Paulus valt uiteen in een aantal
fragmenten, die steeds beginnen met een voegwoord
(maar, opdat) of een woord wat een verbinding aangeeft (daarom). Markeer deze voegwoorden of verbindingswoorden en geef de
verbanden tussen de diverse fragmenten aan (oorzaak-gevolg,
tegenstelling, herhaling) met lijnen. Al lezend en schrijvend zijn je wellicht ook bepaalde
dingen opgevallen; bijvoorbeeld dingen die twee keer genoemd worden. Ook
woorden die kun je markeren of met een lijn aan elkaar verbinden. Ø Voorbeeld: zie bijlage 3 N.B. In dit
voorbeeld zijn ook enkele verbanden aangegeven tussen woorden die in de
grondtekst identiek zijn. Door het verkennen van de tekst ga je dingen begrijpen. We
zien hierin bevestigd dat de Heilige Geest je helpt bij het begrijpen van de
Bijbel, alleen al door het feit dat je rustig de tijd neemt om te lezen en te
verkennen. Ongetwijfeld zijn er ook dingen uit het gedeelte die je niet
begrijpt of waarover je iets wilt nazoeken. We nemen hiervoor de tijd in de
tweede fase van OBT: het begrijpen. Opdracht 3 – lessen uit de observatie We beginnen met het opschrijven van een aantal dingen die ons inmiddels helder zijn geworden. Ø Bijlage 4 Zelf heb ik de volgende dingen geleerd uit de
observatie: -
Paulus vindt het erg belangrijk dat de
gelovigen uit Thessalonica bezocht worden. Als hij zelf niet kan gaan, stuurt
hij daarom Timotheüs, om hen te versterken en te vermanen -
Zelfs
als Timotheüs terug is gekomen, blijft bij Paulus het verlangen bestaan om
hen te bezoeken. Dit verlangen om hen te zien overheerst dit gedeelte. -
Paulus verbindt zijn welbevinden met dat van de
gelovigen in Thessalonica. Wat een speciale band. -
Wat ik ook mooi vond, is dat Timotheüs gestuurd
wordt om te versterken, maar Paulus spreekt aan het einde ook de wens uit dat
God zelf hen zal versterken. -
Opvallend vond ik ook dat Timotheüs, als hij
terug komt bij Paulus, verslag doet van de liefde van de gelovigen. Paulus
wenst hen echter toe dat ze nog meer zullen toenemen in liefde. -
Er wordt in dit gedeelte een verband gelegd
tussen het nu en de komst van Christus. Opdracht 4 – uitlegvragen Ongetwijfeld zijn er op dit moment ook nog vragen die je
hebt over dit gedeelte. Noteer deze vragen. Raadpleeg hiervoor ook je kladblaadje
met notities. Ø Bijlage 5 Zelf heb ik de volgende vragen: 2:17 Paulus
begint met ‘Maar’. Wat verbindt dit stuk met de teksten die eraan vooraf
gingen? 2:17 Waarom
wil Paulus zo graag terug? 2:18 Hoe
moeten we het ons voorstellen dat Paulus door satan verhinderd werd om te
komen? 2:19-20 Hoe
moet je jezelf dat voorstellen? Wordt Paulus dan bedankt door Jezus? 3:1 Kunnen
we dit stukje geschiedenis terugvinden in Handelingen. 3:2 Waarom
kon Timotheüs wel gaan en Paulus niet. Hield de satan dat niet tegen? 3:2 Wat
wordt bedoeld met ‘versterken’ en ‘vermanen’? 3:5 Zijn
de verzoeker en de satan, waarover in 2:18 gesproken wordt, de zelfde? 3:10 Waarom
wil Paulus hen nu nog steeds zien? 3:11 Is
Paulus later nog in Thessalonica geweest? 3:13 Is
de komst waarover hier gesproken wordt, dezelfde komst als waarover het in
2:19 gaat? Besef dat hoe meer vragen je stelt, hoe beter het is. Elke
vraag is als het ware het begin van een weg die leidt tot een antwoord. Het
signaleren van veel uitlegvragen maakt je ervan bewust dat het toepassen, wat
je straks wilt doen, een nauwgezet karwei is. Kort gezegd gaat het er niet om
wat jij allemaal in een gedeelte meent te zien, maar wat God (door de hand
van de schrijver) in dat gedeelte heeft gelegd voor jou. Opdracht 5 – selecteren en parkeren De praktijk leert dat je vaak niet genoeg tijd hebt om
alle antwoorden op al je vragen op te zoeken. Je zult alleen daarom al moeten
selecteren.Daarbij komt dat niet alle vragen even relevant zijn voor het
verstaan van de boodschap van het hele gedeelte. We mogen er in eerste
instantie op vertrouwen dat de Heilige Geest ook hierin je verstand verlicht,
zodat je zult aanvoelen waar het in dit gedeelte om draait en welke dingen je
moet uitzoeken. Mocht later blijken dat je toch te weinig informatie hebt
verkregen om te begrijpen hoe je mag toepassen, dan kun je altijd nog
besluiten om de overgebleven uitlegvragen uit te werken. Bewaar (parkeer) dus
altijd alle vragen. Ø Bijlage 6 Ik laat me nu bij het selecteren leiden door
het thema ‘nazorg’, waarover ik straks graag een aantal dingen wil leren. Ik
kies voor het uitwerken van de volgende twee vragen: 2:17 Paulus
begint met ‘Maar’. Wat verbindt dit stuk met de teksten die eraan vooraf
gingen? 2:17 Waarom
wil Paulus zo graag terug? 3:2 Wat
wordt bedoeld met ‘versterken’ en ‘vermanen’? N.B. In
bijbelstudie 1 uit deze serie wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: 3:1 Kunnen we dit stukje geschiedenis
terugvinden in Handelingen. 3:11 Is Paulus later nog in Thessalonica
geweest? Opdracht 6 – bevindingen samen vatten Nadat je met de geselecteerde uitlegvragen aan de slag
bent geweest, vat je de bevindingen kort samen. Ø Bijlage 7 Het woordje ‘maar’ in 2:17 grijpt terug op wat
Paulus schreef in hoofdstuk 2:13-15. Paulus is dankbaar vanwege het effect
van Gods Woord bij deze gelovigen. Gods Woord werkt in hen; ze hebben
verdrukking aanvaard, net als hun Joodse broeders en zusters. We vinden deze
dankbaarheid van Paulus ook terug in hoofdstuk 1 van de eerste brief (zie
bijbelstudie 1). Paulus stelt dus vast dat het geestelijk goed gaat met deze
mensen en toch vindt hij het ook nodig dat ze versterkt en vermaand worden. Een aantal keren laat
Paulus duidelijk merken dat hij graag terug wil naar Thessalonica. De
volgende beweegredenen kunnen daarbij een rol gespeeld hebben: -
Hij had voor deze mensen (die in korte tijd
zoveel gehoor gegeven hadden aan zijn boodschap) een speciaal plekje in zijn
hart. -
Hij wilde graag weten hoe het met deze mensen
was afgelopen, nadat hij hen zo snel had moeten verlaten. -
Hij voelt zich zo verbonden met deze mensen dat
hij zich alleen ‘goed’ voelt als het ook goed gaat met hen (3:8). -
Hij was bang dat men ontmoedigd zou raken of
terug zou vallen vanwege de verdrukking (3:3-4). -
Hij heeft slechts een deel van het onderwijs
kunnen doorgeven en wil dat graag gaan afmaken. Dit wordt waarschijnlijk met
het ‘voltooien wat aan uw geloof ontbreekt’ (3:10) bedoeld. Paulus kan hier
niet geloofsgroei in het algemeen bedoelen, want
daarvan weet hij (getuige zijn brieven) als te goed dat dit een proces is wat
levenslang duurt en waarin mensen zelf keuzes moeten maken. Ook nadat
Timotheüs verslag heeft uitgebracht, wil Paulus nog naar Thessalonica toe. De
reden hiervan moeten we zoeken in het feit dat Paulus een bijzondere taak
had, die niet geheel door Timotheüs overgenomen kon
worden. Het woord ‘versterken’ (sterizo)
in 3:2 wordt ook vertaald met ‘ondersteunen’ en ‘kracht’ geven. Timotheüs
gaat de gelovigen van Thessalonica dus ondersteunen. Waarin? Zoals vers 3
duidelijk maakt: versterken in de verdrukking. Ik kan me zo
voorstellen dat Timotheüs vaak gezegd heeft: ‘Ga door; houd vol.’ Het
woord ‘vermanen’ (parakleo) kan ook vertaald worden
met ‘troosten’. We zien dat ook in vers 7. Onder vermanen kunnen we de
eerlijkheid verstaan, waarmee Timotheüs de gelovigen heeft onderwezen.
Wellicht waren deze woorden confronterend pijnlijk, maar ondanks dat toch
altijd heilzaam. Met halve raadgevingen help je mensen niet. We zijn inmiddels aangekomen bij
de laatste fase van bijbelstudie doen: het toepassen. Zoals uit het
voorgaande bleek, is het niet aan te raden om te snel naar de toepassing te
gaan. Het is echter evenmin goed, om de toepassing over te slaan en tevreden
te zijn met louter bevrediging van je verstand. Probeer dat wat je ontdekt hebt door
te vertalen naar je eigen situatie. Wat kun jij er persoonlijk van leren en
hoe kun je ook dit Woord omzetten in daden? N.B.
Overigens kom ik steeds meer tot de overtuiging dat Gods Woord je ook voedt
als je er niet heel duidelijk een aantal lessen voor jezelf uit kunt halen.
De verborgen werking van Gods Woord (Jes.55:10-11)
is veel groter dan we ons kunnen voorstellen. Ga alleen al eens na hoe
geestelijk ondervoed en ongezond iemand raakt die niet geregeld zijn Bijbel
leest… Zo is ook het omgekeerde waar: wie Gods Woord met regelmaat tot zich
neemt, zal ook door ‘Gods vitaminen’ gevoed worden en ‘alleen’ daardoor al
opgroeien in het geloof. Opdracht 7 – en nu ik De focus van deze bijbelstudie was ‘nazorg’. We gaan de
toepassingen dus hierop toespitsen. Pak ook je structuurblad er nog eens bij… -
Wat kun je uit dit gedeelte leren over nazorg? -
Wat betekent dit voor jouw eigen leven? N.B. De
toepassingen die ik zelf gemaakt heb, verwerk ik in de gespreksvragen
hieronder. Gesprekspunten Jij hebt nazorg nodig Ø Wat voor
nazorg heb je gekregen toen je in God bent gaan geloven? Ø Welke
nazorg heb je juist gemist? Ø Merk je
dat de verzoeker meer ‘kans’ heeft als je minder toegerust bent? Ø Hoe heeft
God je geholpen om toch te worden wie je nu bent? Nazorg is belangrijk Ø Wat is
belangrijker? Mensen tot Jezus brengen of goede nazorg verlenen? Nazorg heeft nog veel te vaak een ‘achterhoedestatus’.
‘Als de mensen maar een keus voor Jezus maken…’. De praktijk wijst echter uit
dat veel mensen die ‘door de voordeur binnen komen’ er na verloop van tijd
‘door de achterdeur’ weer stilletjes uitgaan. Een belangrijke reden hiervoor
is dat er geen goede nazorg is verleend. Paulus schrijft in 3:5 over ‘de
verzoeker’, die juist onder bekeerlingen zijn werk probeert te doen. Laten we
het gevecht in de achterhoede niet over het hoofd zien. Nooit te oud om te leren Ø Hebben
alle gelovigen nazorg nodig? Paulus heeft, zoals hij in hoofdstuk 2 beschrijft, eerst
het evangelie in Thessalonica gebracht. Nu wil hij terug om de gelovigen
verder te onderwijzen en te bemoedigen. We zien hier een opvallende combinatie van dank en zorg.
Het gaat hier over voorbeeldgelovigen. Toch hebben ook zij nazorg nodig.
Paulus benoemt echter eerlijk de punten die goed gaan. Je merkt in de rest
van zijn brief dat hij bepaalde thema’s niet meer noemt. Hij wil hen
onderwijs op maat geven. Bewogenheid Ø Merk je
wel eens dat christenen om jou heen bewogen zijn met jouw geloofsgroei? Paulus verlangt ernaar dat deze gelovigen verder zullen
groeien, maar ook God verlangt daarnaar (3:13). Paulus is in zijn passie voor
het welzijn van deze gelovigen een afbeelding van zijn Meester. Ø Ben jij
bewogen met het geestelijke welzijn van andere gelovigen? Hoe uit je dat? Vergelijkbare processen Ø Vind je
dat wij hier van Paulus kunnen leren als het gaat om nazorg? In de eerste plaats gaat het hier over een specifieke
situatie. -
Een apostel die de taak heeft om mensen de grondslagen van
het geloof bij te brengen. -
Een gemeente die nog veel te weinig gedegen onderwijs
heeft ontvangen. -
Een gemeente die zich in een situatie van verdrukking
bevindt. Redenen genoeg om te begrijpen dat juist deze gemeente
nazorg nodig heeft. Toch denk ik dat we hier ook wel algemene lessen uit
kunnen trekken over de processen die in werking treden als iemand tot geloof
komt. -
Iemand moet thuis raken in de Bijbel om meer van God te
gaan begrijpen en om te kunnen groeien in het geloof. -
Iemand komt terecht in het strijdtoneel van de geestelijke
strijd. Aspecten van nazorg Ø Welke
activiteiten vind je passen bij nazorg? We zien in het tekstgedeelte de volgende aspecten van
nazorg: 3:2 Versterken
en vermanen in het geloof, vanwege de verdrukking. 3:5 Het werk
van de verzoeker tegengaan. 3:10 Het geloof
voltooien. De aspecten die we hierin herkennen, zijn: bemoedigen,
ondersteunen, onderwijzen. Ø Welke
vorm van nazorg zou jij kunnen of willen geven aan gelovigen? Groei als criterium Ø Wat vind
je ervan dat Paulus nog steeds niet tevreden is over hoe deze gelovigen
functioneren? Paulus hoort via Timotheüs over het geloof en de liefde
van de gelovigen in Thessalonica (3:6). Hij is daar blij over, maar verlangt er naar dat het ook
zal toenemen (3:12). Het gaat er niet om of we al ver zijn, maar of er groei
blijft bestaan. Het kenmerk van leven is groei. Ø Wordt
jouw leven met God gekenmerkt door groei? Een doel voor ogen Ø Wat is
jouw doel in het leven met God? Paulus omschrijft duidelijk het
doel van al zijn werk: 1/3:13; 2/1:12. Het gaat om de
verheerlijking van God de Vader en de Heere Jezus Christus, in dit leven,
maar vooral ook bij Zijn komst. En dat doel is alle inspanning waard. Aan God overlaten Ø Hoe ga
jij om met het feit dat je altijd min of meer beperkt bent in wat je voor
anderen kunt doen? Paulus wil graag zelf naar Thessalonica toe, maar moet het
uiteindelijk ook in gebed bij God laten liggen (3:10-11). Hij heeft
vervolgens twee brieven geschreven en daarin gedaan wat hij kon doen. In 2/1:11-12
lezen we ook dat hij veel voor hen bidt. Hij heeft Timotheüs gestuurd om de
gelovigen te versterken (3:2), maar vertrouwt er ook op dat God hen zal
versterken (3:13). Bijlage 1 Weergave 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 (Telos-vertaling) 17. Maar wij, broeders, die voor een korte tijd, wat het
gezicht, niet wat het hart betreft, van u beroofd waren, hebben ons met groot
verlangen des te overvloediger beijverd uw gezicht te zien. 18. Daarom hebben wij - ik, Paulus namelijk - een en
andermaal tot u willen komen, en de satan heeft het ons verhinderd. 19. Want wat is onze hoop of blijdschap of kroon van de
roem? Bent u niet juist tegenover onze Heer Jezus bij zijn komst? 20. U bent immers onze heerlijkheid en blijdschap. 1. Daarom, omdat wij het niet langer uithielden, hebben
wij goed gevonden alleen in Athene achter te blijven 2. en zonden wij Timotheus, onze
broeder en Gods medearbeider in het evangelie van Christus, om u te
versterken en te vermanen aangaande uw geloof; 3. opdat niemand wankelt in deze verdrukkingen. (Want zelf
weet u dat wij daartoe bestemd zijn; 4. immers, toen wij bij u waren, zeiden wij u van tevoren
dat wij verdrukt zouden worden, zoals het ook is gebeurd, en u weet het.) 5. Daarom ook heb ik, omdat ik het niet langer uithield,
hem gezonden om van uw geloof te weten, of de verzoeker u misschien ook
verzocht had en onze arbeid vergeefs was geworden. 6. Maar nu is Timotheus van u
tot ons gekomen en heeft ons de blijde boodschap gebracht van uw geloof en uw
liefde, en dat u ons altijd in goede herinnering houdt en verlangt ons te
zien, zoals ook wij u. 7. Daarom, broeders, zijn wij in al onze nood en
verdrukking over u vertroost door uw geloof; 8. want nu leven wij, als u vaststaat in de Heer. 9. Want welke dank kunnen wij God voor u vergelden, wegens
al de blijdschap, waarmee wij ons om u verblijden voor onze God? 10. terwijl wij nacht en dag zeer overvloedig bidden dat
wij uw gezicht mogen zien en voltooien wat aan uw geloof ontbreekt. 11. Maar onze God en Vader Zelf en onze Heer Jezus
Christus moge onze weg tot u banen! 12. En moge u de Heer doen toenemen en overvloedig zijn in
de liefde tot elkaar en tot allen, zoals ook wij tot u; 13. opdat Hij uw harten versterkt om onberispelijk te zijn
in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al
zijn heiligen. Samenvatting 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 2:17-20 MAAR Paulus verlangde ernaar om hen
weer te zien en heeft ook pogingen
ondernomen om te komen, maar is door satan verhinderd. Reden van het
verlangen om hen te zien: Deze gelovigen zijn P’s hoop,
blijdschap, erekrans bij komst van JChr. 3:1-4 DAAROM Omdat P.
het niet langer uithield is hij alleen achtergebleven in Athene en
heeft hij Timotheüs gestuurd om te
versterken en te vermanen in het geloof opdat
niemand zou wankelen in de verdrukkingen, realiteit voor P. en voor hen. 3:5 DAAROM Omdat P.
het niet langer uithield heeft
hij Timotheüs gestuurd om kennis
te nemen van hun geloof om te weten of de verzoeker hen
verzocht zou hebben en P’s werk tevergeefs geworden
zou zijn. 3:6 MAAR Toen
Timotheüs terug kwam heeft
hij de blijde boodschap gebracht van hun
geloof en hun liefde van
het feit dat men P. in herinnering houdt en ernaar verlangt om hem te zien. 3:7-10 DAAROM Te
midden van de verdrukking is Paulus getroost over hun geloof. ‘Als
u vaststaat in de Heere, dan leven wij.’ P.
vraagt zich af hoe hij zijn blijdschap hierover voor God kan uiten in dank. Ondertussen
intensief gebed om hen te mogen zien en hun geloof te voltooien. 3:11-13 MAAR Het is de wens van P. dat God de Vader en JChr. de weg tot hen zal banen dat de Heere de gelovigen zal doen toenemen in de liefde tot
elkaar en tot allen OPDAT Hij
de harten versterkt om onberispelijk te zijn in heiligheid v. God de Vader bij
de komst van de Heere Jezus Christus met de heiligen. Structuur en verbanden 1 Thessalonicenzen 2:17 t/m 3:13 Klik op deze link voor
het pdf-bestand. Bijlage 4 Dingen die
ik al geleerd heb? - - - - - - - - - Bijlage 5 Uitlegvragen - - - - - - - - - Bijlage 6 Selecteren
en parkeren - - - - - - - - - Bijlage 7 Bevindingen
samenvatten - - - - - - - - - - |