|
Tijdbalk van het leven en de brieven van Paulus |
||||
|
|
||||
|
Gebeurtenissen die zich afspelen binnen de Handelingen-tijd Paulus als vervolger van de gemeente Hand.9:1-9;
Gal.1:13-14 32 De bekering van Paulus Hand.9:10-19;
22:5-16; 26:1-20; Gal.1:15-16 Zijn
eerste prediking in Damascus Hand.9:20-22 Eerste
vlucht uit Damaskus Hand.9:23-29 Bezoek
aan Jeruzalem, introductie door Barnabas Hand.9:23-29 32 Van Jeruzalem (via Cesarea)
naar Tarsen Hand.9:30 REIZEN OP
EIGEN HOUTJE * Op reis door Arabië Gal.1:17 Terug naar Damaskus Gal.1:17 Tweede vlucht uit Damaskus 2Kor.11:32-33 Opnieuw
naar Jeruzalem, ontmoeting met Petrus Gal.1:18-19 (3jr.na Hd.9:23-29) 35 Naar Syrië en Cilicië Gal.1:21 Gevonden
door Barnabas in Tarsen Hand.11:25 Met
Barnabas naar Antiochië, werk in de gemeente Hand.11:25 Heen
en weer naar Jeruzalem voor gift Hand.11:29-30
…12:25 EERSTE ZENDINGSREIS 45 Met Barnabas naar Cyprus en Zuid-Turkije Hand.13:1-14:25 Ook Johannes Markus erbij t/m Perge
(12:25 + 13:13). 49 Terug naar Antiochië Hand.14:26-28 Naar
Jeruzalem (apostelvergadering) Hand.15:1-30,
Gal.2:1-10 Terug
naar Antiochië Hand.15:30-39 TWEEDE ZENDINGSREIS 50 Met Silas (en vanaf 16:3 ook Timotheüs) Hand.15:40-18:22 Onder meer een 18 maanden
durend verblijf in Korinthe. Via
Jeruzalem (wegens feest – 18:21) weer terug naar Antiochië. DERDE ZENDINGSREIS 53 Paulus alleen. Hand.18:23-21:16 Onder meer een 2 jarig verblijf in Efeze. 58 Jeruzalem (ivm Pinksterfeest –
20:16), gevangenneming Hand.21:17-23:22 Verblijf
in Ceasarea Hand.23:22-25:32 60 Reis naar Rome t/m de schipbreuk Hand.27:1-44 Verblijf
op Malta (3 maanden) Hand.28:1-10 Vervolg
reis naar Rome Hand.28:11-15 61-63 Verblijf in Rome (2 jaren in gehuurde
woning (28:30). Hand.28:16-31 * Het in blauw
aangegeven gedeelte staat bekend als het ‘tijdgat in Handelingen’. Het probleem van de chronologie Het vaststellen van de
chronologie van jaartallen in het NT is een moeilijk karwei. Juist de ongewijde
geschiedenis kan ons helpen bij het vaststellen van steunpunten (bijv. door
regeringsperioden van koningen en keizers). Het kiezen voor een bepaald
jaartal kan weer gevolgen hebben voor de vaststelling van andere jaartallen.
Aan interpretatieverschillen ontkom je niet. Hieronder wat opmerkingen
over de jaartallen bij de tijdtabel van Paulus’ leven. Jaartallen (1) Vanaf de eerste
zendingsreis is men het nagenoeg eens over de jaartallen die bij de diverse
gebeurtenissen vermeld worden. Je kunt de jaartallen vanaf de eerste
zendingsreis (45) tot aan Paulus’ gevangenschap in Rome (61-63) zo invullen. Met de jaartallen vóór 45
ligt dat iets anders. Een belangrijk sleutelgegeven hiervoor vinden we in
Gal.2:1-10. Onderbreking - Galaten 2:1-10
versus Hand.15:1-29 De vraag is wanneer dit
gesprek van Paulus in Jeruzalem plaats vindt. Omdat ook Barnabas bij
Paulus is (en ook daarna nog – Gal.2:11-13), wat na Hand.15:39 – zover wij
weten – niet meer het geval is, is de eerste optie dat het hier over het
apostelconvent gaat, waarover ook in Hand.15 geschreven wordt. Een vergelijking van beide
schriftgedeelten levert het volgende op: |
||||
|
Handelingen 15:1-29 |
Galaten 2:1-10 |
|||
|
Paulus ging in opdracht van
de gemeente te Antiochië |
15:2 |
Paulus ging op door een
openbaring |
2:2 |
|
|
Paulus, Barnabas en enkele
anderen |
|
Paulus, Barnabas en Titus |
|
|
|
Thema besnijdenis komt aan
de orde |
15:1, 5 |
Thema besnijdenis komt aan
de orde |
2:3 |
|
|
Broeders uit Judea zwengelen dit aan. Ze hebben een wettische insteek. |
15:1 |
Paulus spreekt over broeders
van buitenaf die de vrijheid willen beperken |
2:4 |
|
|
De indruk wordt gewekt dat
ook de missie van Paulus ter discussie staat |
15:4, 12 |
De indruk wordt gewekt dat
de missie van Paulus ter discussie staat |
2:2 e.v. |
|
|
Uitzending van Paulus en
Barnabas tot de christenen uit de heidenen |
15:22 e.v. |
Toestemming om tot de
heidenen te gaan. |
2:9 |
|
|
3 afspraken worden opgelegd |
15:29 |
Het gedenken van de armen
wordt genoemd als opdracht. |
2:10 |
|
|
Met uitzondering van reden
waarom Paulus in Jeruzalem verzeild raakte, sluiten de beschrijvingen van
Hand.15 en Gal.2 elkaar niet uit, ondanks dat ze niet altijd het zelfde
zeggen. Het niet noemen van iets is nog
altijd niet gelijk aan het ontkennen van iets. We moeten ook niet
vergeten dat we te maken hebben met twee schrijvers, met elk hun eigen
weergave. Zo bezien zou het ook mogelijk zijn dat Paulus én door de gemeente
van Antiochië naar Jeruzalem afgevaardigd werd en
tegelijk ook door een openbaring van God voelde dat hij dit moest doen. Jaartallen (2) Optie 1: Hand.15:1-29 =
Gal.2:1-10 Stel dat Hand.15 en
Gal.2:1-10 gelijk vallen, dan hebben we een handvat voor het invullen van de jaartallen
vóór 45. Paulus zegt namelijk in Gal.2:1 dat hij ‘na 14 jaren weer is
opgegaan naar Jeruzalem’. Als hij hiermee wil zeggen dat hij in die 14 jaren
niet naar Jeruzalem is geweest, dan slaat het ‘hierna’ op zijn verblijf in de
gewesten van Syrië en Cilicië (Gal.1:21). De
apostelvergadering in Jeruzalem (Hand.15) speelde zich af in 49. Hieruit
volgt dan dat het verblijf in Syrië en Cilicië zich
afspeelde in 35. Als we vervolgens
doorrekenen, komen we met de bekering van Paulus in het jaar 32 terecht.
Omdat de christelijke jaartelling een paar jaar achter loopt (de geboorte van
Christus wordt tegenwoordig gedateerd tussen 8 en 4 vóór Chr. – en de
Pinksterdag van Hand.2 komt hiermee op z’n laatst in
het jaar 30 terecht), is dit mogelijk. We blijven in dit geval wel
met één probleem zitten: Paulus is namelijk tussen 35-36 en 49-50 nog wel een
keer in Jeruzalem geweest. In Hand.11:29-30 …12:25 lezen we dat hij samen met
Barnabas heen en weer naar Jeruzalem is geweest voor het overhandigen van een
gift. Je zou dit kunnen oplossen door het ‘na 14 jaren wederom’ uit Gal.2:1
niet te interpreteren als dat Paulus 14 jaar lang niet in Jeruzalem geweest
zou zijn. De vraag die dan blijft is: waarom zegt hij dat er dan bij? Wat ook
zou kunnen is, dat dit tussentijdse bezoek een kort bezoek was, waarin geen
gesprekken hebben plaats gevonden met de apostelen over de missie van Paulus. Optie 2: Hand.18:21-22 =
Gal.2:1-10 Willen we de ‘14 jaren’ van
Gal.2:1 zo lezen dat Paulus in de tussentijd niet in Jeruzalem is geweest,
dan komen we op andere jaartallen. De laatste keer dat Paulus
in vrijheid in Jeruzalem is geweest, staat beschreven in Hand.18:21-22. Dit
speelt zich af aan het einde van zijn tweede zendingsreis, in het jaar 53. Rekenen we vanaf dit moment
terug, dan speelt het verblijf in Syrië en Cilicië
zich af in 39 en valt zijn bekering in het jaar 36. Vanaf het jaar 39 is
Paulus inderdaad 14 jaar lang niet meer naar Jeruzalem geweest. Hij komt daar
pas weer voor de viering van één van de feesten. Merkwaardig is zijn drang om
daar aanwezig te zijn. Is de reden hiervan dat hij al zo lang niet in de
gelegenheid is geweest vanwege zijn reizen, of kunnen we een link leggen met
de openbaring waarover hij in Gal.2 spreekt. Ook in dit geval sluiten deze
feiten elkaar per definitie niet uit. Twee zaken lijken echter
deze optie aan te vechten. 1. De beschrijvingen van de gebeurtenissen in Hand.18
en Gal.2 hebben geen enkele overeenkomst, dan enkel dat ze zich allebei in
Jeruzalem afspelen. 2. Afgaande op deze berekening moet tussen de
Pinksterdag van Hand.2 en de bekering van Paulus minstens 5 jaren liggen, wat
te lang lijkt als we snelheid waarmee de gebeurtenissen aan het begin van
Handelingen zich voltrekken op ons in laten werken. We weten dat de
vervolgingen in Jeruzalem en Judea al snel op gang
kwamen en er zijn geen redenen om aan te nemen dat Paulus met zijn bezoek aan
Damaskus lang gewacht heeft. Hij lijkt de
vervolging met voortvarendheid te hebben aangepakt. Een ander punt is de
samenwerking tussen Paulus en Barnabas. In Hand.15:39 wordt vermeld
dat Paulus en Barnabas uit elkaar gaan. Handelingen vermeldt
daarna niets meer over een contact of samenwerking tussen Paulus en Barnabas.
Waarschijnlijk is de scheiding tussen beide mannen niet definitief geweest,
want in de eerste brief aan Korinthe, geschreven in 57, noemt Paulus weer de
naam van Barnabas (1Kor.9:6). Hij
blijkt zelf ttv het schrijven van de brief aan Kolosse weer contact te hebben met Marcus
(Kol.4:10)! Het kan zijn dat Barnabas er bij het bezoek van Paulus aan
Jeruzalem (Hand.18:21-22) niet bij geweest is, maar wellicht was toen – ruim
3 jaar na de scheiding – de relatie al weer hersteld. Samengevat |
||||
|
Optie 1: Hand.15:1-29 = Gal.2:1-10 |
Optie 2: Hand.18:21-22 = Gal.2:1-10 |
|||
|
Beschrijvingen corresponderen
op veel punten. |
In de beschrijvingen
ontbreken overeenkomsten. |
|||
|
Beschrijvingen sluiten
elkaar niet uit. |
Beschrijvingen sluiten
elkaar niet uit. |
|||
|
Probleem: hoe moet je de 14
jaren van Gal.2:1 interpreteren? |
Het probleem van Gal.2:1 is
hiermee opgelost. |
|||
|
Gebeurtenissen lijken qua
tijd goed aan te sluiten bij het verloop van Handelingen in het begin. |
Probleem: de vijf jaren
versus Hand.1-9. |
|||
|
Barnabas en Paulus werkten
nog samen. |
Mogelijk was Barnabas er
niet bij. |
|||
|
Als je de oplossing voor
het probleem van de 14 jaren acceptabel noemt (zie uitwerking bij optie 1), dan
blijft optie 1 de beste optie. Het probleem van de vijf jaren kun je niet
zomaar bagatelliseren. Verloop vanaf Handelingen Omdat de geschiedschrijving
na Hand.28 stopt, weten we niet precies hoe het met Paulus is afgelopen. Vast
staat dat hij in 68 gestorven is te Rome. De vraag is of hij vanaf 61 tot 68
daar permanent in gevangenschap is geweest, of dat hij tussendoor nog vrij is
geweest. Waarschijnlijk is dit
laatste het geval. In de brief aan Titus wordt
namelijk gezegd dat Paulus Titus op Kreta heeft
achtergelaten (Tit.1:5). Paulus is echter tijdens
zijn drie zendingsreizen niet in Kreta geweest. Ook Hand.27:13 biedt geen
houvast, want ze varen langs Kreta. De enige oplossing die overblijft is:
Paulus is in Kreta geweest na zijn eerste gevangenschap in Rome. Hij heeft
dus opnieuw reizen gemaakt. Hiermee staat ook vast dat
Paulus na 63 nog minstens 1 brief heeft geschreven, namelijk die aan Titus. De datering van de brieven Ook over de datering van
sommige brieven van Paulus bestaan grote meningsverschillen. Hieronder een overzicht van
de datering. Over de cursief weergegeven jaartallen bestaat verschil van
mening. Onder de tabel wordt uitgelegd waarom toch voor het bewuste jaartal
is gekozen. EERSTE
ZENDINGSREIS TWEEDE
ZENDINGSREIS De
eerste brief aan Thessalonika 51-53 De
tweede brief aan Thessalonika 51-53 De brief aan de Hebreeën 53 DERDE
ZENDINGSREIS De
eerste brief aan Korinthe 55-57 De
tweede brief aan Korinthe 57 De
brief aan de Galaten 57 De
brief aan de Romeinen 58 EERSTE
GEVANGENSCHAP IN ROME De
brief aan Efeze 61-63 De
brief aan Kolosse 61-63 De
brief aan Filémon 61-63 De
brief aan Filippi 61-63 PERIODE
VAN VRIJHEID De
eerste brief aan Timotheüs 64-67 De
brief aan Titus 64-67 TWEEDE
GEVANGENSCHAP De
tweede brief aan Timotheüs 68 Korte toelichting bij de
cursief weergegeven jaartallen: ·
Veel uitleggers
houden het in het midden of de brief aan de Hebreeën door Paulus geschreven
is. Ik ga daar wel van uit. Ook over het jaar van schrijven wordt
verschillend gedacht. Sommigen denken aan een moment vlak voor de verwoesting
van Jeruzalem (in het jaar 70). Voor bewijsvoering van
schrijver en jaartal wat ik noem, zie de studie over Hebreeën. ·
Sommigen
dateren de Galatenbrief in het jaar 48-49. Er van
uitgaande dat Hand.15 en Gal.2 samenvallen, is dit niet voor de hand liggend,
omdat de beschrijving van Paulus in Gal.2:1-10 de indruk wekt dat hetgeen wat hij beschrijft al enige tijd geleden gebeurd
is. Ook bereikte het Judaïsme, waartegen hij in deze brief zo ageert, pas in
de laatste jaren van de Handelingen-periode haar
hoogtepunt. Een datering op een later tijdstip zou dus beter passen. ·
Van de brieven
aan Kolosse, Filemon en
Filippi wordt soms gedacht dat ze geschreven zijn tijdens het tweejarig verblijf van Paulus in de gevangenis van Ceasarea. Ik denk dat van alle drie de brieven geldt dat
ze tijdens de gevangenschap in Rome ontstaan zijn. IJkpunt is de Efezebrief, waarvan wel vaststaat dat die in Rome
geschreven is. De brief aan Efeze en Kolosse worden
wel elkaars ‘spiegelbrieven’ genoemd. Er is nauwe
verwantschap wat betreft de boodschap (o.m. het geheimenis) en de opbouw. Het is veel logischer om de
brief aan Kolosse te dateren in 61-63. Daarmee
staat ook de datering van de brief aan Filémon
vast, want die is gelijk met de brief aan Kolosse
bezorgd. Omdat we in de brief aan Filippi ook Paulus’ specifieke standpunt
m.b.t. het geheimenis terugvinden, wat we ook zien
in de brief aan Efeze en Kolosse, kan ook die brief
niet voor 61 geschreven zijn. ·
Over de
datering van de brief aan Titus en de eerste van
Timotheüs bestaat een groot verschil van mening. Sommigen denken zelfs aan
het jaar 55. Ik denk dat we om de volgende redenen beide brieven moeten
plaatsen na de eerste gevangenschap in Rome. In
de brief aan Titus wordt gezegd dat Paulus Titus op Kreta heeft achtergelaten (Tit.1:5).
Het is moeilijk om deze situatie in te passen in het tijdvak van Handelingen,
want Paulus is toen niet in Kreta geweest. Paulus is dus in Kreta geweest na
zijn eerste gevangenschap in Rome. Hij heeft dus opnieuw reizen gemaakt. De
brief aan Titus moet dus na 63 geschreven zijn;
mogelijk pas in het jaar 67. Wat
betreft de eerste brief aan Timotheüs: volgens 1:3 is Paulus in Macedonië en
Timotheüs in Efeze. Ook deze situatie is moeilijk in te passen binnen het
verloop van Handelingen (Hand.20:1-6). Dit zou dus wijzen op een tijdstip wat
niet in het Handelingen-tijdvak heeft
plaatsgevonden. Dit feit wordt versterkt door het gegeven dat we met een
gemeente in Efeze te doen hebben die al enige tijd bestond, een wat rijpere
gemeente, gezien de zaken die aan bod komen. |
||||